Ouderschapsverlof biedt vanaf 2006 belastingvoordeel

Het opnemen van ouderschapsverlof levert vanaf 2006 belastingvoordeel op. In dat jaar mogen werknemers die ouderschapsverlof opnemen 50 procent van het wettelijk minimumloon aftrekken van hun belastbaar inkomen. Het uiteindelijke belastingvoordeel varieert, afhankelijk van het aantal uren dat de werknemer werkt en het belastingtarief dat hij betaalt, van enkele tientjes tot ongeveer 250 euro per maand. Dat blijkt uit de kabinetsplannen voor de levensloopregeling.

Om in aanmerking te komen voor deze zogenoemde ouderschapsverlofkorting moet de werknemer in het desbetreffende jaar deelnemen aan de levensloopregeling. De minimale inleg bedraagt 1 euro. De heffingskorting was oorspronkelijk alleen bedoeld als tijdelijke tegemoetkoming voor werknemers die niet lang genoeg in de levensloopregeling hadden kunnen sparen voor verlof. De Tweede Kamer heeft deze regeling echter bij amendement structureel gemaakt. De Eerste Kamer moet de levensloopregeling en de ouderschapsverlofkorting nog wel goedkeuren.

De meeste werknemers in het bedrijfsleven hebben nu alleen recht op onbetaald ouderschapsverlof. Ambtenaren daarentegen hebben recht op doorbetaling van 75 procent van hun laatstverdiende loon, zo is bij CAO bepaald. Door de introductie van de levensloopregeling in 2006 dreigen zij dit recht te verliezen. Dan vervalt namelijk de fiscale stimuleringsregeling die het werkgevers aantrekkelijk maakt ouderschapsverlof door te betalen.

Het is niet zeker dat zij dit recht verliezen, maar de ambtenarenvakbonden houden er rekening mee dat de overheidswerkgevers het doorbetaald ouderschapsverlof bij de CAO-onderhandelingen voor 2006 ter discussie zullen stellen. Om zeker te zijn dat hun betaald ouderschapsverlof niet verloren gaat, kunnen ambtenaren (een deel van) dit verlof in 2005 opnemen. Zij moeten wel de werkgever minimaal twee maanden tevoren toestemming vragen.

Sociale zekerheid: pagina 20 en 21