Niet alleen Universiteit Leiden in 1940 in verzet 2

In zijn lezenswaardige column van 16 december analyseert J.L. Heldring de jaarlijkse Cleveringa-lezing, die op 26 november 2004 uitgesproken was door mr. A.P. van Walsum. Heldring eindigt met het vermelden van zijn ontroering vanwege de eer die de spreker nota bene een alumnus van de Universiteit Utrecht en zelfs oud-rector van het studentencorps aldaar aan de Universiteit van Leiden had gegeven. Die universiteit had door de woorden van Cleveringa haar afkeuring geuit over het door de bezetter en het collaborerende departement van Onderwijs, Wetenschap en Cultuurbescherming afgedwongen ontslag van joodse docenten, in tegenstelling tot sprekers eigen universiteit.

Dat laatste verdient tegenspraak. In Utrecht heeft de botanicus prof.dr. Victor J. Koningsberger in zijn regulier college van 25 november 1940 een minstens zo krachtig en misschien wel minder omfloerst protest tegen het ontslag van zijn 3 joodse collegae laten horen. Ook in Utrecht heeft dus één hoogleraar de eer gered, alhoewel de stilzwijgende medewerking aan de ontslagen door de universitaire bestuurders van beide universiteiten en elders beschamend blijft. Na een staande eerbetoon liet hij zijn tekst op de katheder liggen met de opmerking dat wie wilde haar kon gebruiken voor een aangifte! Helaas is de tekst door toedoen van een bezorgde student verloren gegaan.