Niet alleen Universiteit Leiden in 1940 in verzet 1

Het lezen van de column `Wat kopen wij ervoor' van J.L. Heldring (NRC Handelsblad, 16 december) geeft mij aanleiding tot het volgend commentaar. De reeds vele jaren uitstekend georganiseerde herdenking door Leidse alumni, zelfs buiten de landsgrenzen, van de op 26 november 1940 uitgesproken rede van prof. Cleveringa suggereert, weliswaar ongezegd, maar toch altijd enigszins dat daarmee het universitair verzet tegen de uitsluiting van onze joodse bevolkingsgroep is begonnen. Ook de laatste kolom van bovengenoemde column spreekt weer over de beroemde protestrede in het Groot Auditorium te Leiden.

Natuurlijk is dit allemaal waar, maar het gaat steeds voorbij aan het feit dat op zaterdagochtend 23 november op de trappen van het gebouw van Weg- en Waterbouwkunde van de TH in Delft een protest is uitgesproken door twee studenten, Frans van Hasselt en Mom Wellenstein, waarvan de eerste, actief in het verzet, in augustus 1941 is opgepakt en in september 1942 in Buchenwald aan de ontberingen is overleden. Het gaat voorbij aan het feit dat maandagochtend 25 november spontaan een studentenstaking in Delft is uitgebroken. Dat een detachement marechaussee diezelfde dag naar Delft werd gestuurd en die avond de TH door de bezettende macht is gesloten. Weliswaar nam de academische senaat een houding aan van `souffrir et se taire', maar ook studenten zijn een onderdeel van de universitaire gemeenschap. De rede van Cleveringa vond dus plaats, aansluitend op een fel verzet van de studenten in Delft, naar aanleiding van het ontslag van de joodse hoogleraren en docenten aldaar.

Het leek mij goed deze geschiedkundige volgorde van feiten naar voren te brengen, daar dit ook wel eens mag worden vermeld als de 26ste november 1940 wordt aangehaald, al was het maar met de woorden `voorafgegaan door het studentenverzet in Delft' of iets van die strekking.