Kinderopvang

Op 1 januari 2005 wordt de Wet kinderopvang ingevoerd. Deze wet regelt dat overheid, werknemers en werkgevers gezamenlijk de kosten van kinderopvang dragen.

De Wet kinderopvang geldt alleen voor geregistreerde kinderopvang:

-dagopvang voor kinderen van nul tot vier jaar

-buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen

-opvang in ouderparticipatiecrèches

-gastouderopvang via een gastouderbureau door gastouders.

Kinderopvang door buren, familie of vrienden valt hier niet onder. Ook peuterspeelzalen en overblijfmogelijkheden voor schoolgaande kinderen vallen niet onder de Wet kinderopvang.

De werknemer moet zelf een overeenkomst afsluiten met een kindercentrum of gastouderbureau, en ook zelf de rekening betalen die hij ontvangt. Via overheids- en werkgeversbijdragen kan de werknemer vervolgens een deel van de kosten terugkrijgen.

De mogelijkheid voor aftrek van kosten voor kinderopvang bij de loon- en inkomstenbelasting vervalt met ingang van 2005. Het is ook niet meer mogelijk om nog aftrek te krijgen voor kosten van kinderopvang die in 2005 worden betaald maar die betrekking hebben op het jaar 2004.

De overheid geeft vanaf 1 januari 2005 aan werknemers een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang. De aanvraag voor de tegemoetkoming moet de werknemer bij de belastingdienst indienen.

De overheidsbijdrage geldt voor ouders die werk combineren met de zorg voor de kinderen. Ook ouders die een reïntegratietraject volgen, gericht op het vinden van een baan, evenals studenten en nieuwkomers die een verplichte inburgeringscursus volgen, komen in aanmerking.

De hoogte van de tegemoetkoming van het rijk is onder meer afhankelijk van het inkomen. De overheid betaalt 63,2 procent van de kosten bij een inkomen op minimumniveau, aflopend naar 1,8 procent bij een belastbaar jaarinkomen van circa 70.000 euro.

Het rijk draagt bij tot een bepaalde uurprijs. Is de uurprijs hoger, dan moet de werknemer het verschil zelf bijbetalen. Het maximumuurtarief voor dagopvang is in 2005 5,68 euro en voor buitenschoolse opvang 6,13 euro. Bij gastouderopvang is het uurtarief ook afhankelijk van de leeftijd van de kinderen.

Bij elk tweede of volgende kind krijgen de ouders een hogere tegemoetkoming. Naarmate het inkomen van ouders lager is, vergoedt de overheid meer. Voor eenoudergezinnen vergoedt de overheid het werkgeversdeel van de ontbrekende partner.

De wet veronderstelt dat de werkgevers van beide ouders elk eenzesde deel van de kinderopvangkosten vergoeden, samen dus een derde. Ontvangt één of beide ouders geen bijdrage van de werkgever of minder dan een zesde, dan mag de betalende werkgever maximaal tot een derde vergoeden.

De werkgeversbijdrage is vrijwillig, maar het kabinet rekent op een groei van het aantal werkgevers met een kinderopvangregeling. Werkgevers en ouders moeten de werkgeversbijdrage onderling regelen. Vaak is daarover iets opgenomen in een CAO.

De werkgeversbijdrage is vrijgesteld van loonheffing.

Als een werkgever minder dan een derde deel van de opvangkosten bijdraagt, kunnen ouders een gedeeltelijke (inkomensafhankelijke) compensatie krijgen van de rijksoverheid.

Gezinnen met een inkomen tot anderhalf keer modaal (45.000 euro) worden structureel gedeeltelijk gecompenseerd als er geen werkgeversbijdrage is of als deze ontoereikend is. Voor gezinnen met een hoger jaarinkomen zal de compensatieregeling in 2007 en 2008 worden afgebouwd. Deze regelingen gelden ook voor zelfstandigen.