`Ik keek achterom en mijn huis was weg'

De tsunami van afgelopen zondag heeft de palmrijke witte stranden van Sri Lanka veranderd in een kerkhof voor mensen en verwoeste huizen. `In sommige streken kun je alleen maar komen met helikopters, maar dat kost erg veel geld.'

Zandverkoper Sagara staat er ontgoocheld bij. In zijn hand heeft hij een flesje mascarponesaus, gevonden tussen de puinhopen van zijn stenen bungalow. Zijn dorpje, waar meer dan vijftig families woonden, is volledig aan flarden gespoeld, nadat zondagochtend de grote vloedgolf had toegeslagen. ,,We renden weg, ik keek achterom en ineens was mijn huis weg'', zegt hij.

Sagara's dorpje, vlakbij de vissersplaats Chilaw, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van de Srilankese hoofdstad Colombo, lag idyllisch tussen de palmbomen, maar is nu een verzamelplek geworden van kapotte woningen. Sommige huizen hebben nog muren, een geraamte, bij andere is alleen de betonnen vloer blijven liggen.

Het is alsof er een bombardement is uitgevoerd. Flessen bier, kinderwagens, jassen, broeken, borden, bestek, de hele inboedel is uit de huizen gespuwd. In detuin van de elektricien liggen tientallen uit elkaar getrokken televisies, die gerepareerd moesten worden.

,,Ik was aan het duiken in de rivier om zand naar boven te halen, toen een oude vrouw met baby in haar handen ons kwam waarschuwen dat het water steeds hoger werd'', zegt Sidney, ook een zandverkoper en buurtbewoner.

En toen kwam de eerste knal, een golf van drie meter hoog.

,,En daarna trok het water zich terug, tot een halve kilometer. Je zag gewoon de zandbodem liggen, het water was helemaal weg, en toen kwam de zee weer, met een nog hogere golf, met nog meer kracht'', vertelt Sagara. ,,God heeft ons laten waarschuwen, maar de vrouw en de baby zijn opgeslokt door de zee. Misschien waren ze wel geesten. Ik had haar nog nooit eerder gezien.''

Drie dagen na de vloedgolf zijn de gezinnen van Sagara en Sidney tijdelijk ondergebracht in de Waikkala school, die een paar kilometer landinwaarts van hun huizen vandaan ligt. De lestafels in het enige klaslokaal in de school zijn aan de kant geschoven, om plaats te maken voor flinterdunne slaapmatjes van de getroffenen.

De gemeente Chilaw heeft de ontheemden voedsel en kleding verstrekt. De aanwezige vrouwen en mannen kijken wezenloos voor zich uit.

,, Ze zijn blij dat ze nog leven, maar ze hebben alles verloren. Het zijn arme mensen, ze hebben zelf hun huizen gebouwd, maar die zijn nu verdwenen of onbewoonbaar. En ze willen ook niet meer terug naar dat gebied. We weten nog niet hoe het nu verder gaat'', zegt C. Bandara, de verantwoordelijke ambtenaar, die er uitziet als een Sri-Lankese James Brown.

,,Gelukkig hebben wij hen nog zelf kunnen helpen, omdat het om relatief weinig mensen gaat. Het is een stuk moeilijker om in zwaarder getroffen gebieden hulp te bieden.''

Dat beeld wordt bevestigd door Ranjith Mudalige, het hoofd het Rode Kruis in de hoofdstad Colombo. ,,Het aantal doden blijft stijgen. Het worden er waarschijnlijk meer dan 25.000. Er worden nog zoveel mensen vermist.''

Sommige delen langs de kustlijn van het land zijn tot nu toe amper bereikbaar geweest door de wateroverlast en de vernielde wegen, vertelt Mudalige. ,,In die gebieden hebben we nog amper hulp kunnen bieden. In sommige streken kun je alleen maar komen met helikopters, maar dat kost erg veel geld. En dat is er niet.''

Vooral in zwaar getroffen gebieden als Galle, de historische stad aan de zuidwestelijke ronding van het eiland, is de nood hoog. Meer dan een miljoen mensen hebben hun huizen moeten verlaten.''

Dagelijks worden nieuwe lijken gevonden, die vaak gewoon op straat blijven liggen. De overlevenden zijn in shock, of hebben geen geld voor een begrafenis. Volgens Srilankese media zijn hulpverleners inmiddels begonnen met het verbranden van lijken, om te voorkomen dat de lichamen beginnen te rotten in de hoge temperatuur. ,,Het grootste gevaar is nu dat er ziektes uitbreken. Veel waterbronnen zijn vervuild door het zeewater en moeten eerst worden gezuiverd. We hebben geneesmiddelen nodig, en zaken als dekens en gedroogd voedsel'', zegt Mudalige.

Vooralsnog zijn het vooral de niet-gouvermentele hulporganisaties en de vele vrijwilligers geweest, die hulp hebben verleend. De Srilankese overheid lijkt pas sinds gisteren echt in actie zijn gekomen, nadat president Chandrika Kumaratunga maandag voortijdig was teruggekeerd van een bezoek aan Londen en zij de noodtoestand liet afkondigen.

Vandaag is er voor het eerst een konvooi van vrachtwagens gaan rijden met hulpgoederen, vanuit de hoofdstad Colombo, naar de getroffen regio's. Inmiddels zijn er ook de eerste buitenlandse artsen aangekomen. Mudalige onderstreept de ongekende omvang van de ramp. ,,We hebben hier wel vaker rampen gehad, overstromingen, maar eentje van deze omvang, dat heeft nog nooit iemand meegemaakt'', zegt hij.