Huurders zijn terecht bang voor huurverhoging

Minister Dekker stelt dat haar `huurplannen heel wat losmaken' (NRC Handelsblad, 22 december). Dit is het understatement van het jaar. Huurders zijn terecht bang voor een huurverhogingen tot 30 procent. De minister noemt drie oorzaken waarom de woningmarkt vastzit: de grondpolitiek, eenzijdige wijkopbouw en de inefficiënte markt. Omdat Dekker weigert verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken, zijn er geen werkbare instrumenten die de markt in beweging kunnen brengen. Zij verschuilt zich achter de zelfstandigheid van marktpartijen. Inrichting van een land blijft een overheidstaak. Momenteel ligt 5.000 hectare bouwgrond braak. Als de minister nieuwbouw wil, moet zij een termijn vast leggen waarbinnen grond bebouwd moet worden. Ook in de stadsvernieuwing kan ze duidelijke termijnen stellen, corporaties hebben genoeg geld voor een inhaalslag.

Het antwoord van de minister op het tekort aan goedkope woningen is het vrijgeven van huren vanaf 2009 en tot die tijd fikse huurverhogingen, in de overtuiging dat mensen dan wél verhuizen. Dekker zou moeten weten dat de ervaringen van liberalisering ronduit slecht zijn. Daarnaast geeft liberalisering geen prikkel tot bouwen.

Extra inkomsten voor verhuurders garanderen niet dat gebouwd gaat worden, concludeerde het CPB. Uit geen enkel onderzoek blijkt dat extra huur leidt tot meer huizen. Dat Dekker zich beroept op bouwafspraken met corporaties is naïef, zij wijst zelf op tekortkomingen die nieuwbouw nog steeds vertragen of onmogelijk maken. Zo is er straks maar één die de rekening betaalt en niet kan verhuizen: de huurder.