Geniale, losbandige goalgetter

Zijn interview in de Braziliaanse krant O Globo was een kroniek van een aangekondigd afscheid. De 39-jarige Romario de Souza Faria was in de herfst van zijn loopbaan beland en zijn besluit te stoppen met voetballen kwam niet onverwachts. ,,Ik heb er geen zin meer in'', verklaarde hij gisteren. Sinds oktober zat hij zonder club. Fluminense, zijn laatste werkgever, had hem op straat gezet.

Toch was Romario de voorbije seizoenen nog bijna even krachtig én lichtvoetig als in zijn jonge voetbaljaren. De combinatie van fysiek en souplesse had hij te danken aan het Braziliaanse strandvoetbal. In het rulle zand bij Rio de Janeiro ontwikkelde de kleine, gedrongen aanvaller een flink stel kuitspieren, waaraan hij ook zijn startsnelheid te danken had. Op de eerste meters was hij onnavolgbaar. Verdedigers zonder bal – dus in het voordeel – konden hem niet bijbenen.

Romario behoort met zijn voorganger Pelé en zijn opvolger Ronaldo tot de beste spitsen in de voetbalhistorie. Drie Brazilianen die hun land hoogstpersoonlijk aan de wereldtitel hielpen. Romario deed dat op het WK in 1994. Hij scoorde vijf keer en benutte in de finale tegen Italië ook nog een penalty in de beslissende strafschoppenserie. Huilend stond hij na afloop met de wereldbeker in zijn armen. De volksjongen uit de sloppenwijken van Rio had zijn droom waargemaakt en zijn criticasters de mond gesnoerd. Hij was weliswaar een egoïst van het zuivere soort, hij bleek ook leiding te kunnen geven aan een elftal.

Met zeventig goals in 87 interlands leverde Romario een belangrijke bijdrage aan de succesreeks van de `Goddelijke Kanaries'. Hij lag vaak overhoop met Braziliaanse bondscoaches; net zo vaak smeekte het publiek om zijn terugkeer. Zo had hij na een paar mindere interlandjaren zijn zinnen gezet op het WK in 1998, aan de zijde van Ronaldo en Rivaldo. Het gouden trio `RiRaRo' was geboren, juichten de Braziliaanse kranten. Vlak voor het WK moest Romario met een blessure afhaken en weer stond hij huilend de pers te woord. Zijn gemis was ook op het scorebord voelbaar: Brazilië verspeelde de wereldtitel aan Frankrijk.

Romario scoorde altijd en overal; soms met een geniaal puntertje zoals tegen Zweden op het wereldkampioenschap in 1994, soms na een lange solo waarbij hij vier of vijf verdedigers schijnbaar moeiteloos omspeelde. De Nederlandse voetballiefhebbers herinneren zich vooral zijn doelpunt voor PSV tegen Steau Boekarest. Nadat hij de complete Roemeense defensie zijn hielen had laten zien, liet hij de Roemeense doelman met een paar lichaamsbewegingen als een beginneling in het gras spartelen om de bal vervolgens nonchalant in het doel te schuiven. Wat een goal!

Veel meer dan de krachtmens Ronaldo vertrouwde Romario op zijn techniek. Hij kon de bal uit stilstand met de binnenkant van zijn schoen `meeslepen' en met een flitsende demarrage vervolgens zijn eigen kans creëren. Vooral bij PSV klaagden zijn (minder getalenteerde) ploeggenoten over zijn zelfzuchtige spel. Zij ergerden zich ook aan zijn gebrek aan discipline, de rode draad in het voetballeven van Romario. Altijd en overal kwam hij te laat. Soms bleef hij tijdens de winterstop weken weg uit Eindhoven, dat hij in de donkere decembermaand met een kelder vergeleek: ,,Beetje koud, beetje donker'', lispelde hij bij aankomst op Schiphol in mondjesmaat Nederlands.

Romario lag bij PSV overhoop met spelers die hij werkpaarden noemde, ,,maar wel goeie werkpaarden''. Technisch beperkte internationals als Kieft voelden zich diep gekrenkt, minder bekende waterdragers als Van Aerle waren bereid voor hem de longen uit het lijf te rennen. Onder het mom: hij is misschien een luie flikker, hij kan voor ons wel een wedstrijd beslissen. Trainer Hiddink wist, met zijn begrip voor sterrendom, de juiste snaar te raken bij Romario. De volgende trainers Westerhof en Robson hadden meer problemen met het uitgaanstype dat zich bij PSV door niemand de les liet lezen.

Bij Barcelona, zijn volgende club, kon Romario zijn dubbelrol van rokkenjager én doelpuntenmachine eenvoudiger waarmaken. Hij was getrouwd, maar hij hield er in de Catalaanse hoofdstad vele minnaressen op na. In het veld was hij het eindstation van het Dream Team, de prachtig combinerende ploeg onder leiding van trainer én liefhebber Cruijff. Romario werd boezemvriend van de Bulgaarse spits en stoorzender Stoitsjkov, die hem qua losbandige levenswandel naar de kroon stak. Met Koeman en Laudrup onderhield hij meer een sportieve band.

Cruijff en Romario toonden wederzijds respect. Zij hielpen Barcelona aan een serie landstitels, maar de Champions League bleef buiten bereik van Romario. In de verloren finale tegen AC Milan stond hij in 1994 anderhalf uur met de handen in de zij. Na het Spaanse kampioensfeest, een paar dagen eerder, was hij in Athene niet vooruit te branden geweest. ,,Beetje moe'', sprak de man met de trouwe hondenogen.

Romario speelde in clubverband ook nog voor Flamengo en Vasco da Gama. In de shirts van deze favoriete clubs wil hij binnenkort een afscheidswedstrijd spelen voor zijn fans. Het stadion is bij voorbaat uitverkocht.