De tsunami raasde met grote snelheid westwaarts

De Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) heeft een computeranimatie gemaakt van de manier waarop de tsunami zich zondag na de aardbeving bij het noorden van Sumatra over de Indische Oceaan verspreidde. De aardbeving vond plaats op een diepte van 30 kilometer op 250 kilometer ten zuidzuidoosten van Banda Atjeh en 315 kilometer ten westen van Medan.

Dat de golf – ten onrechte ook vloedgolf genoemd, want met de afwisseling van getijden heeft hij niets te maken – zich over zo'n afstand kon uitbreiden hangt samen met de aard ervan. Tsunami's lijken in het geheel niet op normale golven, die worden veroorzaakt door de wind en op de kust slaan met tussenpozen van zo'n 10 seconden. De golflengte van een tsunami is zo groot, dat ze volgens de NOAA met tussenpozen van 10 tot 45 minuten de kust bereiken als een snelle afwisseling van (extreem) hoog- en laag water.

Doordat de golflengte in ondiep water sterk afneemt, wordt de energie in de golf omhoog gestuwd. Daardoor kan wat op de oceaan niet meer is dan een rimpeling, bij de kust dramatische proporties aannemen. Dit zou ook de verklaring voor het Japanse woord tsunami zijn. Het Japanse tsu betekent haven, nami is golf. Vissers, die op zee niets hadden gemerkt van de golf, zouden bij terugkeer een vernietigde haven hebben aangetroffen. Japan werd onder meer in 1896 getroffen door een van de ernstigste tsunami's ooit, waarbij 27.000 mensen omkwamen.

Op de animatie van de NOAA is te zien hoe de golf bij de noordpunt van Sumatra ontstaat en zich vooral in westelijke richting verplaatst. Op het laatste beeld treft de golf Sri Lanka en de kust van India. Het zuidelijke deel van de golf zet zijn beweging voort in de richting van de Afrikaanse kust, zo'n 4500 kilometer westwaarts. Een kleinere golf gaat in de richting van Thailand (en raakt de kust op het derde beeld). Op de animatie is goed zien dat het noordelijker gelegen Birma en Bangladesh nauwelijks getroffen zijn.