BIJSTAND TOELICHTING

De bijstandsuitkeringen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) worden per 1 januari 2005 verlaagd. Dat gebeurt in verband met wijzigingen in het belastingtarief en de ziekenfondspremie. De loonbelasting in de eerste belastingschijf stijgt met 0,8 procent en de inhouding op het minimumloon van de ziekenfondspremie gaat van 1,25 naar 1,45 procent. De premie voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) daalt ten opzichte van 2004 met 0,10 procent. Het nettobijstandsbedrag voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden gaat als gevolg hiervan per 1 januari 2005 met gemiddeld 1,99 euro per maand omlaag.

De Wet werk en bijstand kent landelijke normbedragen voor mensen van 21 tot 65 jaar, voor mensen die 65 jaar of ouder zijn, voor gehuwden of ongehuwd samenwonenden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Voor elk van deze groepen geldt een ander bedrag. Voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden tussen de 21 en 65 jaar is dat 100 procent van het nettominimumloon, voor alleenstaande ouders tussen de 21 en 65 jaar 70 procent en voor alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar 50 procent. Het uitgangspunt bij de norm voor alleenstaande ouders en alleenstaanden is dat de (woon)kosten kunnen worden gedeeld. Is dat niet (helemaal) het geval, dan kan de gemeente een toeslag geven van maximaal 20 procent van het nettominimumloon. De normbedragen voor mensen van 65 jaar of ouder zijn gelijk aan de netto-AOW-bedragen. Bepaalde categorieën bijstandsgerechtigden hebben recht op een voorlopige teruggaaf.