`Alternatieve ambassadeur' voor benauwd Wit-Rusland

Stichting Amsterdam Vluchtstad helpt al langer buitenlandse schrijvers die in de verdrukking zijn. Nu verblijft de Wit-Russische Nelly Bekus-Goncharova in Amsterdam.

Halverwege het gesprek gaat de bel. Een ambtenaar. Hij informeert naar het adres van de eigenaar. De elektriciteitsrekening staat al geruime tijd open en als er niet snel wordt betaald, gaat de stroom er af. Nelly Bekus-Goncharova grijpt haar agenda en geeft een telefoonnummer. Ze werkt de man soepeltjes naar buiten. Dergelijke controles zijn geen probleem voor de in een totalitaire samenleving opgegroeide Wit-Russische.

Het dakappartement dat de Stichting Amsterdam Vluchtstad voor de 34-jarige dissidente heeft gehuurd staat in hartje Amsterdam. Sinds juni werkt Bekus er in alle rust aan analyses van de schijnopenbaarheid in Wit-Rusland. Amsterdam Vluchtstad is ontstaan uit het Rushdie Comité (1993-1998). De stichting ontvangt subsidie en werkt samen met het Amsterdams Fonds voor de Kunst en de gemeente Amsterdam. Elk jaar stelt het bestuur een profiel op waar de vervolgde auteur aan dient te voldoen en zoekt naar potentiële kandidaten via internationale literaire en journalistieke circuits. De afgelopen jaren verbleven onder meer Ahmed Ancer (Algerije), Kaveh Goharin (Iran) en Ernesto Ortiz (Cuba) in Amsterdam.

Bekus' woning is spaarzaam ingericht: een kast, enkele meubels, een pc met internet en wat foto's aan de muur. Het bevalt haar prima. Ze heeft haar twijfels of ze in het huis van Anne Frank aan het Merwedeplein, waar de volgende vluchtschrijver terecht komt, zou willen wonen: ,,Het is zeker een plek waar ik inspiratie zou opdoen, maar ik zou ook de hele tijd moeten denken aan Anne Frank. Ik heb er moeite mee mij in zo'n beladen omgeving thuis te voelen. Deze dakwoning is een heerlijk neutrale plek. Dat is wel zo prettig.''

Ze vertelt in bedachtzaam Engels over haar ervaringen. Ze studeerde filosofie in Minsk. Haar promotie-onderzoek naar betekenisgeving in het poststructuralisme werd verstoord toen Loekasjenko in 1994 de verkiezingen won en een dictatoriaal bewind vestigde. De meeste promovendi gingen naar Moskou of Sint Petersburg. Ondenkbaar voor Bekus: haar grootouders waren Polen en ze was nog Pools genoeg om niet in Rusland te willen studeren.

In 1999 verhuisde ze naar Warschau en verruilde de postmoderne filosofie voor een sociologische analyse van de Wit-Russische samenleving. In artikelen over de gelijkschakeling van de massamedia en kleedgedrag in de openbare ruimte onderzocht ze de ontwikkelingen in haar geboorteland. De internationale erkenning voor haar werk groeide en ze ontving diverse beurzen. Op een congres in Krakow kwam ze toevallig in aanraking met Amsterdam Vluchtstad.

In Nederland treedt Bekus bij lezingen en debatten op als een `alternatieve ambassadeur' voor haar land en schrijft daarnaast artikelen over Wit-Rusland. Momenteel werkt ze aan een filosofische beschouwing over visa, gebaseerd op haar ervaringen met de bureaucratie, halstarrige douaniers en steeds veranderende regels: ,,Je voelt je voortdurend een crimineel, alleen maar omdat je ergens heen wilt. Elke ondervraging of weigering van een visum ondergraaft je persoonlijkheid.''

Bekus voelt zich niet direct bedreigd door het regime in Minsk. Vooralsnog kan ze haar familie en haar man in Wit-Rusland bezoeken. De dreiging van sancties door de autoriteiten maakt het leveren van directe kritiek in artikelen onmogelijk en dwingt haar in haar optredens tot creatieve uitspraken.

Over de Nederlandse samenleving en de onafhankelijkheid van het individu spreekt ze niets dan lof ,,Neem bijvoorbeeld iets simpels als centrale verwarming. Hier kan ik die aandoen wanneer ik wil. In Minsk besliste een anonieme persoon over het feit of ik het warm of koud had. In Nederland kan ik mijn eigen leven leiden.'' Enthousiast is ze ook over de diversiteit in religie, etniciteit en levensstijlen zoals die zichtbaar is op straat.

Ze blijft tot juni 2005. Daarna wil ze graag een boek schrijven over het Wit-Russische regime. En het proefschrift verdedigen in Warschau. Maar ze betwijfelt of er voor haar een toekomst is in Wit-Rusland zolang president Loekasjenko aan de macht is.