81 miljoen beloofd voor noodhulp

Hulporganisaties en westerse landen hebben in het totaal een bedrag van 81 miljoen dollar beloofd voor noodhulp aan de slachtoffers van de tsunami die delen van Zuidoost-Azië zondag trof.

Dat heeft het bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken van de Verenigde Naties (OCHA) meegedeeld. Het hoofd van OCHA, de Noor Jan Egeland, gaf gisteren aan dat er ,,miljarden dollars'' nodig zijn voor eerste hulp en wederopbouw.

Een andere opmerking van Egeland, dat de rijkste landen ,,gierig'' waren, heeft voor ergernis gezorgd bij de Amerikaanse regering. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zei gisteren in verschillende ochtendprogramma's op de Amerikaanse televisie dat de VS genereus zijn. Naast de eergisteren beloofde vijftien miljoen dollar voor de slachtoffers van de tsunami beloofde de regering in Washington nog eens twintig miljoen dollar. Hiervoor is nog wel de goedkeuring van het Amerikaanse Congres nodig.

Ook stuurt het Amerikaanse ministerie van Defensie vrachtvliegtuigen naar Indonesië met tenten, dekens, waterzakken en eten. Het Witte Huis kondigde verder aan dat president George W. Bush vanavond een verklaring zal afleggen over de natuurramp, dit na kritiek dat de Amerikaanse president tot nu toe nog niets van zich had later horen.

OCHA-directeur Egeland zei later dat zijn opmerking niet gericht was tot een bepaalde natie. Hij gaf aan dat het tot dusver beloofde bedrag ,,precies dat is wat we nodig hebben om te kunnen beginnen'', maar voegde eraan toe dat ,,we substantiëlere beloftes nodig hebben'' voor de wederopbouw. De Verenigde Staten doneren jaarlijks in absolute getallen het meeste geld, maar gemeten naar het bruto nationaal product zijn de Verenigde Staten een van de kleinste donateurs.

Ook Nederland beloofde gisteren meer geld te zullen doneren. ,,Wat nodig is, moet er gewoon komen'', zei vice-premier Zalm. Nederland heeft tot dusverre twee miljoen euro beschikbaar gesteld.

OCHA, dat de hulpverlening aan de getroffen landen rond de Indische Oceaan coördineert, heeft gesproken met ambassadeurs uit die landen om uit te zoeken welke onmiddellijke hulp nodig is. Unicef, het Kinderfonds van de VN en de organisaties World Vision International, Save the Children, Oxfam, Care International en Artsen zonder Grenzen zijn inmiddels in het gebied aan het werk.

Ook zal volgende maand, onder toezicht van OCHA, een internationale donorconferentie worden gehouden.