VS voeren een ideologische oorlog

De oorlog in Irak is een `transformatieoorlog', te vergelijken met het honderdjarige moderniseringsproces van Europa in de negentiende eeuw. Daarom moeten de VS vooral geduld hebben, meent David Ignatius.

Generaal John Abizaid voert waarschijnlijk het bevel over de sterkste strijdmacht uit de geschiedenis. Zijn troepen zijn gelegerd over het hele Midden-Oosten, van Egypte tot Pakistan.

Hij reist rond met zijn eigen mini-regering: een topman van Buitenlandse Zaken voor de diplomatie, een hoge CIA'er voor het inlichtingenwerk, een stoet generaals en admiraals voor de operaties en de logistiek. Als er een modern Imperium Americanum bestaat, dan is Abizaid daarvan de veldheer.

Ik reisde deze maand met Abizaid mee naar Irak en andere gebieden onder zijn bevel. Ik hoorde hem praten over zijn strategie voor de `Lange Oorlog' om in het woelige operatiegebied van `Centcom' het islamitische extremisme te bedwingen. We spraken over het huidige front in Irak en over het veranderingsproces in de islamitische wereld op langere termijn, dat Abizaid beschouwt als de grootste strategische uitdaging. ,,Militair zijn we de baas, te land, ter zee en in de lucht'', hoorde ik Abizaid een keer zeggen, en in conventionele termen heeft hij zonder twijfel gelijk.

Vanuit het hoofdkwartier nabij de enorme nieuwe Amerikaanse luchtmachtbasis in Qatar bestrijkt Centcom alle windstreken: in het westen heeft de 5de Vloot van de Amerikaanse marine zijn basis in Bahrein; in het noorden patrouilleert het vliegdekschip USS Harry Truman in de Golf; in het oosten werken zo'n 7.000 manschappen aan de stabilisering van het naoorlogse Afghanistan; in het zuiden houdt een man of duizend de Hoorn van Afrika in toom. En in het noordwesten ligt het bloedige slagveld van Irak, waar bijna 150.000 soldaten van Abizaid tegen vastberaden rebellen strijden.

Ondanks de Amerikaanse militaire macht stelt de Lange Oorlog die in het Midden-Oosten is begonnen, ons voor een aantal lastige strategische vragen. Met wat voor vijand hebben we te maken? Als de Verenigde Staten zo machtig zijn, waarom hebben ze het dan zo moeilijk in Irak? Hoe zal een overwinning eruitzien, in Irak en elders in de islamitische wereld? En hoe lang zal de strijd gaan duren?

In Amerika bleek vorige week duidelijk wat de oorlog zoal kost. Op maandag 20 december erkende president Bush dat de Iraakse rebellen ,,hun uitwerking hebben'' en dat de Amerikaanse pogingen om Iraakse veiligheidstroepen op te leiden maar ,,ten dele'' zijn geslaagd. Op dinsdag verwoestte een zelfmoordaanslag een kantine in Mosul, waarbij het grootste aantal Amerikaanse doden op één plaats viel sinds de oorlog 21 maanden geleden is begonnen. Op woensdag probeerde minister Rumsfeld van Defensie zich te verwerentegen de roep om zijn aftreden wegens de tegenslagen in Irak.

De vragen van de afgelopen week deden denken aan de Vietnam-oorlog: waarom zijn we in Irak? Wat voor strijd voeren we hier? Hoe kunnen we die winnen? Abizaid geeft de beste antwoorden die ik ooit uit Amerikaanse regeringskringen heb gehoord.

Hij is niet alleen de hoogste legerleider in het Midden-Oosten, maar hij heeft ook intellectueel en emotioneel voeling met het gebied. Hij is van Arabische afkomst – zijn voorouders kwamen in de jaren zeventig van de negentiende eeuw uit Libanon naar de VS – en 25 jaar geleden heeft hij tijdens een opdracht in Jordanië Arabisch geleerd. Hij is een belezen man die hedendaagse vraagstukken analyseert tegen de achtergrond van de geschiedenis.

Abizaid meent dat de Lange Oorlog nog maar in zijn beginstadium is. Een overwinning zal lastig te meten zijn, zegt hij, want de vijand zal niet op een dag met een witte vlag zwaaien en zich overgeven. Succes zal veeleer bestaan in een toenemende modernisering van de islamitische wereld, die op haar manier geleidelijk zal toegroeien naar de wereldeconomie en naar open politieke systemen.

De Amerikaanse vijanden in deze Lange Oorlog noemt hij de `Salafistische jihadisten' – moslimfundamentalisten die met geweld terug willen naar de in hun ogen zuivere en volmaakte islamitische regering uit de tijd van de profeet Mohammed (ook wel de `Salaf' genoemd). De bekendste extremistische Salafist is Osama bin Laden, maar volgens Abizaid is de beweging veel breder en diffuser dan Al-Qaeda. Het is een los netwerk van gelijkgestemden die met behulp van de 21ste-eeuwse techniek hun visioen van een zevende-eeuws paradijs uitdragen.

Salafistische predikers zien zichzelf als onderdeel van een voorhoede die andere moslims zo moet radicaliseren dat ze hun leiders afzetten. Abizaid vergelijkt hen met Lenin, Trotski en andere bolsjewistische leiders. Hij ziet een verwantschap tussen de huidige islamitische wereld, geteisterd door geweld, en Europa in het revolutionaire jaar 1848.

De rijke Saoedi-Arabische jihadist Bin Laden begint een beetje te lijken op de negentiende-eeuwse anarchist prins Peter Kropotkin, die ook revolutionair geweld wilde gebruiken om een in zijn ogen verdorven orde te zuiveren. Op dit weidse doek van de historische verandering is de tijdshorizon geen jaren, maar decennia.

Abizaid trekt geen specifieke lessen uit de geschiedenis, maar enkele conclusies lijken wel duidelijk: als de VS strijden tegen een ideologische voorhoede zoals de bolsjewieken – waarvan de leiders nooit zullen onderhandelen of zich overgeven – dan zullen ze hen moeten pakken of vermoorden.

Dit belooft een vuile, langdurige strijd waarin beide partijen elkaars wil en uithoudingsvermogen op de proef stellen. Dat is niet het soort oorlog waar democratieën doorgaans goed in zijn, maar onder de adviseurs van Abizaid hoor je telkens weer hetzelfde: ,,Er zullen heel wat boeven dood moeten.'' Maar omdat het slagveld de maatschappij zelf is, kunnen de VS de strijd niet zuiver militair bekijken. De duizend man van Centcom die waterputten graven en anderszins bijdragen tot de wederopbouw in de Hoorn van Afrika, zijn misschien een beter succesmodel dan de 150.000 militairen die zich hebben ingegraven in Irak. Het is een `transformatieoorlog', te vergelijken met het honderdjarige moderniseringsproces van Europa in de negentiende eeuw, en daarom moeten de VS vooral geduld hebben.

Volgens Abizaid is deze vijand vooral gevaarlijk omdat hij een Salafistische ideologie uit een ver verleden heeft gekoppeld aan de modernste technische hulpmiddelen. ,,De vijand heeft virtuele verbindingen die we nog nooit bij guerrillagroeperingen hebben gezien'', zegt hij. ,,Via internet geven ze van alles door: technieken, tactieken, procédés, adviezen.'' Hij vindt dat de jihadisten slim gebruik hebben gemaakt van de mondiale media – om hun boodschap onder hun volgelingen te verspreiden en om hun tegenstanders te intimideren. De media zijn hun beste wapen. De Salafistische voorhoede bedient zich van `massabeïnvloedingswapens', zoals Abizaid ze noemt – de aanslagen van 11 september, de zelfmoordbommen in Bagdad, de gruwelijke onthoofdingen in Falluja. Ze hebben tot doel de VS en hun bondgenoten met behulp van de media te destabiliseren. ,,We hebben van deze vijand niets te vrezen behalve zijn vermogen om paniek te zaaien'', stelt hij.

Gelet op het belang van het mediafront vindt Abizaid het teleurstellend dat de Arabische journalisten geen kritischer beeld hebben gegeven van het leven in plaatsen als Falluja, waar de islamitische rebellen de dienst uitmaken. Hij weet zeker dat de gewone Arabier deze Talibaan-achtige jihadisten zou afwijzen als hij hun wreedheid en repressie zou kunnen zien.

,,Het is de laaghartigste vijand die ik ooit heb meegemaakt'', zei hij tegen de Europese en Arabische leiders die in Bahrein bijeen waren om de veiligheid in de Perzische Golf te bespreken. ,,Ze werken vanuit moskeeën, ze onthoofden mensen, ze hebben veel meer moslims dan niet-moslims vermoord.''

Volgens Abizaid is de winnende strategie – in Irak en de hele islamitische wereld – om de Salafistische voorhoede te isoleren van de gewone moslims, die het betere, vrijere leven willen zoals welvaart en openheid dat kunnen brengen. Hiertoe moet de kloof tussen rijke en arme landen worden gedicht en moet worden verhinderd dat de vijand operatiebases inricht, zoals Osama bin Laden in Afghanistan deed. ,,De duidelijke militaire les van Afghanistan is dat we niet mogen toestaan dat de vijand waar dan ook een toevluchtsoord vestigt'', zegt hij.

Een van de hoogste plaatsvervangers van Abizaid, vice-admiraal David Nichols, die het bevel voert over de 5de Vloot, beschouwt de botsing der beschavingen voor deze vijand als het ordenende levensbeginsel. Moslims krijgen te horen dat er maar twee kampen zijn en dat ,,vreedzame coëxistentie niet mogelijk is''. Amerika en zijn bondgenoten moeten volgens hem de gemiddelde moslim ervan overtuigen dat de jihadisten ongelijk hebben. Het is niet `wij' tegen `zij', maar een wereld die verbonden is, en iedereen is erbij gebaat om de extremistische randgroeperingen te isoleren en te vernietigen.

Deze strategie om de godsdienstige extremisten te isoleren, wordt ook gevolgd door de Iraakse interim-premier Ayad Allawi – die zelfs contact legt met Ba'athisten die tot het bewind van Saddam Hussein behoorden en die nu zijdelings het oproer steunen. Allawi geeft hiermee blijk van zijn opvatting dat de Ba'athisten zich op den duur weer met Amerika en de moderne wereld zullen verzoenen. De Salafistische extremisten daarentegen zullen dat nooit doen.

Mijn rondreis met Abizaid eindigde in Mosul, op dezelfde basis die doelwit was van een zelfmoordaanslag. Mosul typeert de Amerikaanse lotgevallen in Irak en in de Lange Oorlog. Het afgelopen jaar is de stad van een toonbeeld van stabiliteit veranderd in een nieuw Falluja. ,,Het zal nooit helemaal voorbij zijn – dat je op een ochtend wakker wordt en de vijand zich heeft overgegeven'', zegt Abizaid, ,,maar op een dag word je wakker en dan is er meer eten, meer veiligheid, meer stabiliteit.''

David Ignatius is columnist bij The Washington Post. © LA/WP-Newsservice