Verkeerde aanpak klimaatprobleem

In NRC Handelsblad van 16 december verklaarde staatssecretaris Van Geel dat de aanpak van het klimaatprobleem niet snel genoeg gaat. Tegelijkertijd presenteert hij de ondergrondse opslag van kooldioxide uit kolencentrales als een oplossing.

Door slechts een van de technische mogelijkheden te noemen om het klimaatprobleem op te lossen, wekt hij de indruk een keuze te hebben gemaakt. Voor de kwaliteit van de discussie is het goed als bewindslieden duidelijke keuzes maken. Maar voor de kwaliteit van het milieu is het slecht als de gemaakte keuze verkeerd is.

Opslag van kooldioxide vergt hoge investeringen, en vooral ook hoge bedrijfskosten. Deze bedrijfskosten moeten worden gecompenseerd door de opbrengst van CO2-certificaten. Die opbrengst is afhankelijk van ongewisse marktfactoren, en van nog ongewisser politieke factoren. Mocht er onverhoopt geen vervolg op het Kyoto-protocol komen, en mocht de CO2-handel een zachte dood sterven, dan is er geen enkele economische reden meer waarom China en India die dure CO2-opslag zouden voortzetten. Wat Van Geel goedkeurt is een ouderwetse technologie, ook al is die in een opgepoetste vorm. Hij vergeet echter dat in tijden van tegenspoed de poetsploeg het eerst wordt ontslagen.

Het alternatief voor het toenemende aantal kolencentrales is de bouw van zonthermische krachtcentrales in de woestijnen van de betreffende landen. Ook als de emissiehandel mislukt, zullen de gedane investeringen in zonne-energie hun nut voor het klimaat blijven bewijzen, want de geproduceerde elektriciteit behoudt zijn waarde.