Situatie in Atjeh wanhopig, angst voor cholera

De ramp in Sumatra, met name Atjeh, als gevolg van de zeebeving en vloedgolf is volgens de Indonesische regering veel erger dan vermoed.

De gevolgen van de beving in de Indische Oceaan en de daardoor veroorzaakte vloedgolf in het noorden van Sumatra, vooral in de provincie Atjeh, zijn veel groter dan aanvankelijk werd gedacht.

De autoriteiten noemen een voorlopig dodencijfer van bijna 7.400, maar volgens vice-president Jusuf Kalla, die het gebied gisteren bezocht, zal het aantal doden oplopen tot 25.000. Hij hield het aantal gewonden op 100.000.

De situatie in de provinciehoofdstad Banda Atjeh, waar tot nu toe 3.000 doden zijn geborgen, was vandaag volgens plaatselijke bronnen wanhopig. Talloze lichamen liggen nog op straat en overal in de stad hangt een weeë lijkgeur die de overlevenden de adem beneemt. De straten zijn bezaaid met puin, vermengd met rottend afval. Er is tekort aan alles: drinkwater, voedsel, medicijnen en brandstof.

Vrijwilligers, soldaten en politiemannen zijn druk bezig met het verzamelen van lijken en het ruimen van puin, maar ze komen handen tekort. In heel Banda Atjeh zijn maar twee bruikbare bulldozers. Veel doden zijn nog niet gevonden; ze liggen onder het puin van ingestorte huizen of zijn meegezogen door het vloedwater en drijven ergens op zee. Inwoners van Banda Atjeh speuren tussen de brokstukken naar vermiste familieleden.

Mobiele telefoons kunnen sinds vanochtend weer worden gebruikt, zodat rechtstreeks contact met de stad mogelijk is, maar het signaal is zwak en valt vaak weg. De stroomvoorziening is nog niet hersteld.

Volgens de minister van Mijnbouw en Energie zijn de provinciale brandstofdepots intact en heeft Atjeh nog voor zeven dagen voorraad. Maar die komt niet op de bestemde plaats door enorme vervoersproblemen: kapotte of door puin versperde wegen en straten, decimering van het wagenpark en gebrek aan dieselolie en benzine.

Ziekenhuizen zijn verwoest of door het binnengedrongen zeewater onbruikbaar. Het enige – militaire – hospitaal dat nog draait, heeft gebrek aan apparatuur, medicijnen, desinfectingsmiddel en rubberen handschoenen. Het hoofd van de provinciale gezondheidsdienst, dr. Mulya A. Hasmy, meldde per telefoon dat de generatoren van het hospitaal nog maar voor één dag dieselolie hebben. Het in de winkels voorradige voedsel is goeddeels doordrenkt met zeewater en bedorven.

Lichamen blijven onbegraven bij gebrek aan lijkzakken en mankracht; gewonden kunnen maar mondjesmaat worden geëvacueerd. Er zijn geen vrachtwagens en puin verspert de doorgaande wegen. Vanochtend zijn 40 zwaar gewonden naar Medan, Noord-Sumatra, gevlogen. Vandaag arriveerde ook de eerste hulpzending per vliegtuig uit Medan, maar bij gebrek aan vervoermiddelen liggen de goederen nog op het vliegveld.

In een provisorisch mortuarium zijn zo'n 1.000 lijken bijeengebracht, maar de begrafenis laat op zich wachten. Potentiële hulpverleners – 300 man mobiele brigade en een compagnie van 150 militairen – zijn onder de doden. De politiemannen kwamen om toen hun kazerne aan de haven door de vloedgolf werd overspoeld.

Het drinkwater in Banda Atjeh is voor een groot deel onbruikbaar door het zeewater. Er leeft grote angst voor een uitbraak van cholera.

Buiten de hoofdstad is de situatie niet veel beter. In Sigli, een stadje aan de Straat van Malakka, liggen ruim 100 lijken te ontbinden in het plaatselijke hospitaal, omdat het transport is verlamd.

Steden en dorpen aan de westkust van Atjeh zijn nog door geen enkele verslaggever of hulpverlener bezocht. Meulaboh, de hoofdstad van het regentschap West-Atjeh, ligt 150 kilometer van het epicentrum van de beving.

Een inwoonster meldt dat de stad voor 80 procent is verwoest. Meulaboh is alleen bereikbaar via bergwegen. Die zijn kwetsbaar voor aardverschuivingen, laat staan voor een zware beving als die van zondag. De beving en de daarop volgende vloedgolf hebben de westkust van de buitenwereld afgesloten.

President Susilo Bambang Yudhoyono bracht gisteren een bliksembezoek aan Banda Atjeh. Hij gaf leger, politie en provinciebestuur opdracht voorrang te geven aan herstel van telecommunicatie en transport, het bergen van lijken en de evacuatie van gewonden. Op de terugweg instrueerde hij de gouverneur van Noord-Sumatra om met spoed 50 vrachtwagens met dringend noodzakelijke goederen naar Atjeh te sturen en deze daarna in te zetten voor de berging van lichamen.

Mediatycoon Surya Paloh, een Atjeher, heeft via zijn station Metro TV al miljoenen euro's ingezameld en drie vliegtuigen gecharterd die morgen met hulpgoederen naar Atjeh vliegen.

Buitenlandse hulporganisaties wachten nog steeds op toestemming om naar Atjeh te vertrekken. Sinds in mei vorig jaar de militaire noodtoestand werd uitgeroepen en het leger een operatie begon tegen de separatistische Beweging Vrij Atjeh (GAM), is de provincie gesloten voor buitenlanders. De uitgeweken GAM-leiding heeft gisteren vanuit zijn ballingsoord Stockholm een bestand afgekondigd om ,,het leed van het Atjehse volk niet verder te vergroten''.