Rechtszaak kan demasqué Bouterse worden

De Surinaamse justitie gaat na 22 jaar de verdachten van de `Decembermoorden' definitief voor de rechter brengen. Hoe sterk of zwak is de positie van de hoofdverdachte, voormalig bevelhebber Desi Bouterse?

Zelfverzekerd en glimlachend stond hij drie weken geleden op de trappen van het gebouw van de rechter-commissaris in Paramaribo de pers te woord. Vlak nadat hij als laatste in het gerechtelijke vooronderzoek over de `Decembermoorden' was gehoord, probeerde hoofdverdachte Desi Bouterse de zaak zoals gebruikelijk luchtigjes weg te wuiven. De kwestie is volgens de huidige parlementariër ,,een grote grap'', geïnstigeerd door de zittende Nieuw Front-regering, die, met de verkiezingen van mei 2005 in zicht, bang is voor de electorale opkomst van zijn oppositionele NDP-partij.

Al jaren speelt Bouterse zijn rol in het gevoelige dossier van de Decembermoorden met verve. De tactiek is onmiskenbaar: twijfel zaaien, bagatelliseren, en vooral: de zaak politiseren. Soms volgt er dreigende taal. Dan zegt hij of laat hij medestanders zeggen dat je oud-militairen niet moet tergen. Of dat een nader onderzoek ,,een erge nachtmerrie kan worden''. Om vervolgens glimlachend vader des vaderlands te spelen en plechtig te verzekeren, dat ,,de rust in de samenleving bewaard zal blijven'' als er ooit een rechtszaak komt.

Bouterses handelwijze is er vooral op gericht de Decembermoorden uit de rechtszaal te houden. Want één ding lijkt zeker: mocht er ooit een proces over de gebeurtenissen tussen 7 en 9 december 1982 plaatsvinden, dan komt de positie van de voormalige bevelhebber onder grote druk te staan. Meer dan wie dan ook onderkent Bouterse het risico dat het zelfgeschapen beeld van een onaantastbaar aura tijdens zo'n openbare zitting onder druk van de feiten in elkaar kan storten. En dat zijn verdediging over zijn rol in 1982 wel eens heel wat minder stevig zal blijken dan hij de afgelopen jaren naar buiten heeft gebracht.

In december 1982 heerste er in Suriname een gespannen politiek klimaat. Een staatsgreep van sergeanten (de `Groep van Zestien') in 1980, onder leiding van Bouterse, was aanvankelijk redelijk positief ontvangen. Maar de onervaren onderofficieren bleken vatbaar voor (ultra linkse) invloeden en het Militair Gezag kreeg dictatoriale trekjes. Vakbondsdemonstraties en scherpe aanvallen in de pers dreven de Groep van Zestien in het nauw.

In de nacht van 7 op 8 december 1982 werden in Surinames hoofdstad Paramaribo persgebouwen en het onderkomen van een vakbond in brand gestoken. Zestien vooraanstaande tegenstanders (vakbondsleiders, journalisten, advocaten, universiteitsdocenten en ex-militairen) werden opgepakt, mishandeld en zonder enige vorm van proces doodgeschoten in Fort Zeelandia. Alleen vakbondsleider Fred Derby werd, om nog steeds onopgehelderde redenen, vrijgelaten.

Bouterse heeft lang beweerd dat de slachtoffers ,,op de vlucht waren neergeschoten''. Later verklaarde hij in interviews dat het ,,een kwestie van zij of wij was'' en bleef hij volhouden dat er een contracoup op handen zou zijn geweest. Vanaf 2000, het moment dat de verjaring van de moorden door een lange beklagprocedure van nabestaanden en maatschappelijke organisaties werd gestuit, draagt Bouterse uit dat hij als legerleider verantwoordelijk was voor de moorden, dat hij zelf niet in Fort Zeelandia aanwezig was en dat er ,,waarschijnlijk zaken uit de hand zijn gelopen''.

Dit verhaal is weinig geloofwaardig. Bouterse was voor en na de moorden de onmiskenbare leider van de Groep van Zestien. Of hij zelf gemoord heeft, is onduidelijk. Maar het is wel uiterst onwaarschijnlijk dat hij gedurende drie dagen de grip op zijn manschappen verloren heeft. Bovendien tonen de feiten aan dat Bouterse nauw betrokken was bij de gebeurtenissen: hij verscheen tussen de arrestaties en de moorden op tv, had contact met ministers en is meermalen in Fort Zeelandia gesignaleerd. Bovendien waren de moorden niet een plotselinge eruptie, maar een door de Groep van Zestien gepland proces dat meer dan twee dagen duurde.

In het gerechtelijk vooronderzoek, dat het openbaar ministerie gebruikt als basis voor de vervolging, is een nauwgezette reconstructie van de gebeurtenissen gemaakt, aan de hand van vele getuigenissen en forensisch onderzoek. De kans dat Bouterses verhaal daarin wordt bevestigd, lijkt uitgesloten. Daarom zal hij zo lang mogelijk proberen te voorkomen dat het tot een openbaar proces komt.

Of dat lukt, is zo langzamerhand de vraag. Hoewel bij velen na 22 jaar de scepsis overheerst, heeft de juridische afhandeling van de Decembermoorden de afgelopen maand een heel eigen dynamiek gekregen. Er zijn vele hobbels genomen: een op het nippertje bereikte stuiting van de verjaring van de moorden, een rechterlijk bevel tot vervolging en een jaren durend gerechtelijk vooronderzoek. Nu het openbaar ministerie ten langen leste verdachten voor de rechter wil brengen, lijkt het proces onomkeerbaar. Er rest nog één hobbel: de rechtszaak zelf.

,,Eerst zien, dan geloven'', zei voorzitter Hoost van het Comité Herdenking Slachtoffers Suriname afgelopen weekend. Dat is een begrijpelijke reactie. Maar dat de scepsis overwonnen wordt, is na deze kerst wel een stuk aannemelijker geworden.