Juist wel één ministerie van Veiligheid

Concentratie van politie en justitie in Nederland is dringend gewenst om op afdoende wijze de dreiging van terrorisme te onderkennen, meent Joost Eerdmans.

Het pleidooi van premier Balkenende om de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie tot één Veiligheidministerie samen te voegen, klinken mij als muziek in de oren, want na de historische verkiezingen van 2002 zag informateur Piet Hein Donner nog helemaal niets in een fusie tussen de beide veiligheidsdepartementen.

Ook overheidsadviseur Ton Horrevorts vindt het idee voor een apart ministerie voor Veiligheid onnodig en zelfs contraproductief (Opiniepagia, 27 december). Immers, een ingrijpende reorganisatie van onderdelen van Binnenlandse Zaken en Justitie kost geld, energie en tijd, terwijl een fusie gedurende het proces juist ten koste zou gaan van de prestaties van zo'n nieuwe organisatie. Desondanks benadrukt ook Horrevorts dat verhoging van de professionaliteit, betere samenwerking en doeltreffende informatie-uitwisseling de sleutel vormen tot een effectievere bestrijding van onveiligheid. Een antwoord op de vraag hoe dit wordt bereikt, anders dan door de herschikking van beide organisaties, laat hij achterwege.

Zolang beide departementen bestaan, is tussen Justitie en Binnenlandse Zaken sprake van overlap, verkokering en afschuifgedrag. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat in de Politiewet is geregeld dat de 25 politiekorpsen beheersmatig onder Binnenlandse Zaken vallen, maar gezagsmatig onder Justitie. Twee bazen over dezelfde politie dus, de één met het gezag en de ander met het geld als sturingsinstrument. Een schip met twee kapiteins staat doorgaans garant voor een moeizame vaart en inderdaad laait de onderlinge stammenstrijd tussen beide ministeries geregeld op, met als uitschieter de IRT-affaire die midden jaren '90 tot een parlementaire enquête leidde.

Als twee afzonderlijke ambtelijke organisaties veel overlappend werk doen, zitten daar de potentiële conflicten natuurlijk ingebakken. Hoe tijdrovend en kostbaar de onderlinge competentiestrijd over het te voeren veiligheidsbeleid tussen beide ministeries werkelijk is, valt nauwelijks in te schatten.

Ook het lokale niveau ontbeert een duidelijke baas over het te voeren veiligheidsbeleid. Enerzijds hebben de burgemeester en hoofdcommissaris het geld in handen, anderzijds is het de hoofdofficier van justitie die de prioriteiten van het politieoptreden bepaalt. Deze situatie staat een eenduidig lokaal veiligheidsbeleid in de weg. Ook op lokaal niveau moet er daarom één eindverantwoordelijke voor het veiligheidsbeleid komen. Het ligt voor de hand dat de (gekozen) burgemeester niet alleen het beheer, maar ook het gezag over de politie krijgt en dus gaat optreden als de lokale veiligheidschef.

Concentratie van politie en justitie in Nederland is dringend gewenst. Voormalig CDA-minister van Justitie Hirsch Ballin gaf onlangs aan dat de problemen in de justitiële keten voornamelijk zijn te wijten aan gebrekkige samenwerking tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Maar de belangrijkste reden tot zorg is de acute dreiging van terrorisme. Terwijl het terreuralarm in ons land onverminderd van kracht is, ligt relevante dreiginginformatie op verschillende departementen opgeslagen. Het zou zonder twijfel wrang maar niet denkbeeldig zijn, dat een onverhoopte terroristische aanslag in Nederland slaagt als gevolg van een gebrekkige samenwerking tussen overheidsdiensten. Daarom moeten op korte termijn alle noodzakelijke onderdelen, diensten en databases die de nationale veiligheid dienen, worden ondergebracht in een commandocentrum dat onder de supervisie valt van één minister. Dit centrum kan opgaan in het later op te zetten ministerie van Veiligheid.

De Amerikaanse onderzoekscommissie die de aanslagen van 9/11 onderzocht, heeft vastgesteld dat de zorg voor veiligheid in de VS is versnipperd over een groot aantal langs elkaar heen werkende diensten. Ze drong aan op snelle maatregelen. Direct na 9/11 werd daarom een speciale Patriot Act ingevoerd, waarmee in het kader van terrorismebestrijding bevoegdheden van de geheime diensten fors werden uitgebreid. De regering-Bush besloot vervolgens ook tot de oprichting van een Homeland Security Department, het ministerie van Nationale Veiligheid. En deze week stelde president Bush een nationale veiligheidsdirecteur aan die de supervisie krijgt over alle vijftien inlichtingendiensten van de VS.

In Nederland wordt helaas veel minder doortastend opgetreden. Waar minister Remkes naast de AIVD en de militaire MIVD een nieuwe dienst (NSO) lijkt te gaan creëren, zou hij er goed aan doen om de verantwoordelijkheden te bundelen. Met een minister van Veiligheid krijgt Nederland een bewindspersoon die kan worden afgerekend op 's lands nationale veiligheid. Dan kan een streep worden gezet door het verfoeide Hollandse adagium `gedeelde schuld is geen schuld'. De ongeschreven regel dat als het misgaat in Nederland, iedereen een beetje schuld heeft, moet tot het verleden gaan behoren.

Balkenende doet er goed aan om in de resterende tijd van zijn kabinetsperiode vaart te zetten achter de optuiging van een ministerie van Veiligheid. Een gewaarschuwd mens telt voor twee en we moeten niet wachten tot het moment waarop ook Nederland, net als de Verenigde Staten en Spanje, zijn echte wake-up call krijgt.

Joost Eerdmans maakt deel uit van de Tweede Kamer en is lid van de fractie van de LPF.