Gevoelige Heimat

Hermann en Clarissa, intussen geslaagd als dirigent en zangeres, ontmoeten elkaar na zeventien jaar in Berlijn per toeval opnieuw. Het is 9 november 1989, de dag waarop de Muur zal vallen, de dag ook waarmee regisseur Edgar Reitz het derde deel van zijn levenswerk Heimat laat beginnen.

De VPRO is zondagavond laat met de eerste van zes afleveringen begonnen: Het gelukkigste volk van de wereld (1989, het jaar van de grote omwenteling in de DDR). Gisteravond was het jaar 1990 De wereldkampioen aan de beurt. Vanavond, woensdag, donderdag en 2 januari volgen de resterende afleveringen van de serie, die in het jaar 1999 eindigt.

In zijn alom geroemde kroniek Heimat I verhaalt Reitz over het leven in het slaperige dorpje Schabbach in de Hunsrück, dat voor de Tweede Wereldoorlog uit zijn isolement wordt gehaald door de bouw van een snelweg. Het is het dorpje waar Hermanns familie woont en waar hij na de oorlog opgroeit. Familiegeschiedenis én tijdsdocument was dat, de nu 72-jarige Reitz gaat een brede boodschap niet uit de weg. Dat gold ook voor het wat minder succesvolle Heimat II, jaren later gefilmd, dat de belevenissen volgt van de ambtieuze studenten en aspirant-musici Clarissa en Hermann in de veranderende metropool München tijdens de `wilde' jaren zeventig. Weer een tijdsbeeld, namelijk van de jaren van en na SPD-kanselier Brandt, waarin de Bondsrepubliek moderner wordt, zich mede dankzij de verwerking van interne spanningen verder opent en na bijna 25 voorspoedige opbouwjaren onder de CDU-kanseliers Adenauer, Erhard en Kiesinger gaandeweg als het ware niet alleen in formeel opzicht maar ook materieel, qua natuur, een stevig democratisch land van nieuwere generaties wordt. Een land waarmee de in meer dan één opzicht arme bevolking van de sovjetcreatie DDR zich in 1990, toen de unieke gelegenheid zich voordeed, graag herenigde.

De bedoeling van dit stukje is niet om het derde deel van Reitz' gefilmde epos en passant ook maar eventjes te bespreken. Anderen, zoals Maarten van Bracht in de jongste VPRO-gids, zijn daartoe meer bevoegd, onder meer omdat zij de serie al helemaal hebben gezien. Al lijkt me wel dat die VPRO-recensie zó positief is, en de waardering voor het project van Reitz zó immens, dat het lastig kan worden de appreciatie voor diens werkstuk deze week onafgebroken op het aanbevolen hoge niveau te houden.

Zeker, het is geen kleinigheid wanneer in het omroepblad van en voor de Nederlandse intelligentsia zo positief wordt geoordeeld over zo'n bij uitstek Duits product, want die omroep maakt daar geen gewoonte van, in het algemeen. Zoiets werkt voor de doelgroep, en voor hen die daartoe graag behoren, haast verplichtend, haast als opdracht, om dan ook `goed' te kijken op de geprogrammeerde late uitzenduren. De familie Boezeroen, die van de kijkcijfers, is dan trouwens al naar bed. Jan Boezeroen die de hond nog uitlaat, kan op die avonden zien waar de intellectuelen in zijn wijk wonen.

Toegegeven, dit was maar een pesterijtje. Want ik heb ook genoten van de beide eerste delen van Heimat en ik heb bijgevolg groot respect voor regisseur Edgar Reitz. Maar zondag- en gisteravond, bij de eerste afleveringen van deel 3, had ik soms het idee dat ik een beetje bij de neus werd genomen. Daargelaten nog dat je je voortdurend afvraagt wat die spannende Clarissa toch in de saaie Hermann ziet, daargelaten ook dat al die Oost-Duitsers wel heel naïef, onnozel of dwarsgebakken zijn, sommige dingen kloppen feitelijk niet. Een voorbeeld. Clarissa en Hermann zijn van plan om hun hernomen relatie niet meer op hun artistieke ambities en verplichtingen te laten stranden en een nieuw leven te beginnen in een hooggelegen, vervallen vakwerkhuis aan de Rijn, in feite een ruïne die herbouwd moet worden en die niet ver van Hermanns geboortedorp in de deelstaat Rijnland-Palts ligt. De beroemde dirigent Hermann, de verloren zoon die terugkeert als bouwheer, wordt het is najaar 1989 gevierd als de solidaire mens die zich alsnog van zijn wortels bewust geworden is. Ook de regionale vredesbeweging, die actie voert tegen ,,idiote bewapening'' zoals die met Amerikaanse atoomraketten, verwelkomt hem daarom hartelijk. Dat geeft Reitz een kans om via die aardige actiegroep op het platteland het irenische levensgevoel van vele naoorlogse Duitsers te laten zien. Dat gebeurt, compleet met stemmige samenzang bij brandende fakkels, een gebeurtenis die vloeiend wordt gemonteerd-verbonden met het mooie zingen van Clarissa elders in Duitsland. Nu, zulk Duits gevoel is er, zonder twijfel. Er is daar sowieso veel gevoel, in vele soorten en maten, romantisch vaak, en soms moet je ervoor oppassen.

Maar najaar 1989, toen de ineenstorting van de DDR begon, was het probleem van die `Amerikaanse atoomraketten' op Duits grondgebied al opgelost en interesseerden Duitsers zich voor andere dingen. Tactische kernwapens, die wegens hun beperkte reikwijdte praktisch alleen (Oost-)Duitse doelen konden treffen, waren onder druk van de in 1982 aangetreden regering-Kohl/Genscher gaandeweg verwijderd. En in 1987 hadden de presidenten Gorbatsjov en Reagan hun 0-0-akkoord over de kernwapens voor de middellangeafstand gesloten (SS-20 enerzijds, kruisraketten en Pershings 2 anderzijds), waarna ook die dus zijn weggehaald.

Nu heeft een regisseur het recht om de chronologie der dingen af en toe naar zijn hand te zetten. Maar waar de kwestie van de raketten voor de middellange afstand destijds mede een poging van de economisch zwaar kwijnende Sovjet-Unie was om West-Europa en de VS uit elkaar te spelen (en meer druk op West-Europa te zetten), is de feitelijke chronologie van groot belang. Meer nog: juist de vreedzame omwenteling in de DDR in 1989 en de implosie van de Sovjet-Unie, even later, hadden ook minstens indirect iets te maken met de inzet en de afloop van de rakettenkwestie tussen Oost en West. Anders gezegd: hier wil Reitz in zijn jongste tijdsdocument het einde van de DDR én de grote afkeer van bewapening of zelfs atoomraketten van veel Duitsers zó graag naast elkaar in één tijdsbeeld plaatsen dat hij daardoor, opzettelijk of niet, zijn publiek even bij de neus neemt. Maar met veel gevoel, dat wel.