Gevaar van epidemieën niet zo groot

Na grote natuurrampen wordt standaard voor ziekte-uitbraken gewaarschuwd. Maar de kans daarop is niet groot.

Niet de rottende lijken van de slachtoffers maar vervuilde drinkwaterbronnen vormen een bedreiging van de gezondheid voor de overlevenden van de kerst-vloedgolf. De kans op de uitbraak van besmettelijke ziekten is overigens klein, schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op grond van ervaring bij eerdere overstromingsrampen.

Na grote natuurrampen waarschuwen hulpverleners bijna standaard voor dreigende epidemieën in de getroffen gebieden. En de tv-reportages geven hun woorden door bij beelden van de verspreid liggende, of in ziekenhuizen verzamelde lijken. Maar lijken van mensen die bij een ramp zijn verongelukt en die niet in water blijven liggen dat als drinkwater nodig is, vormen geen gevaar voor de volksgezondheid, schrijven de auteurs van het dit najaar uitgekomen handboek Management of Dead Bodies in Disaster Situations. Ze vormen hoogstens een bescheiden infectiebron voor mensen die lijken ruimen. Die dreiging blijft beperkt tot enkele darmziekten, tbc, hepatitis B en C en hiv-besmetting. Dat zijn ziekten die zich niet snel verspreiden, zoals cholera en tyfus. Lijken van mensen die niet aan een besmettelijke ziekte maar aan een ongeluk zijn overleden vormen daarom nauwelijks een gevaar voor de algemene bevolking, staat in het boek.

In principe is er dan ook geen noodzaak voor – wat nu weer op tv-beelden te zien is – het snel begraven in massagraven, of voor massacrematies. Het is beter om lijken eerst te identificeren en ongeïdentificeerde doden te begraven in individuele graven. De auteurs vinden dat behoren tot de ,,mensenrechten van de overlevende familieleden''.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wijst voor maatregelen na de ramp van zondag (op www.who.int/hac/) direct naar het recent uitgekomen handboek en naar een artikel van epidemioloog Oliver Morgan van de London School of Hygiene and Tropical Medicine. ,,De vrees dat dode lichamen infectiebronnen zijn, is te beschouwen als een `natuurlijke' reactie van overlevenden'', schrijft Morgan, ,,die zichzelf tegen ziekten willen beschermen''.

Verontreinigd drinkwater vormt een groter gevaar dan rottende lijken. Cholera en andere watergebonden ziekten zijn tyfus, leptospirosis en hepatitis A dreigen, terwijl ook infectieziekten als dengue en gele koorts kunnen uitbreken onder de dakloze mensen in vaak overvolle opvanggelegenheden. De kans op grote ziekte-uitbraken na een overstroming is overigens gering, schat de WHO in het rapport `Flooding and Communicable Diseases', waarin WHO-deskundigen de kans op uitbraken van infectieziekten en mogelijke preventieve maatregelen bespreken. Bij de 14 grote overstromingen die tussen 1970 en 1994 plaatshadden is eenmaal (Soedan, 1980) een grote diarree-epidemie uitgebroken, vooral omdat er toen grote vluchtelingstromen op gang kwamen. Overstromingen in Mozambique (2000) en Bangladesh (1998) leidden tot kleinere uitbraken van diarree respectievelijk cholera.

Cholera staat hoog op de lijst van dreigende gevaren omdat aan de getroffen kusten cholera toch al een regelmatig opduikende ziekte is. Cholerabacteriën veroorzaken bij ongeveer één op de drie tot vijf besmette mensen een ernstige diarree die levensbedreigend kan zijn doordat de zieke uitdroogt. De cholerabacterie gedijt in brak water. Vis en schaaldieren kunnen besmet zijn, evenals groenten en fruit die met besmet water zijn geïrrigeerd of gewassen. Koken van groente en van alle drinkwater, of ontsmetten met bijvoorbeeld chloor, is een goede beschermingsmaatregel, maar in rampgebieden waar de keukens zijn vernield meestal slecht realiseerbaar. Een cholera-epidemie kan snel om zich heen grijpen als enkele patiënten de karige sanitaire voorzieningen en eventueel de drinkwaterbronnen met hun besmette uitwerpselen bevuilen.