Donner eist einde lekken strafdossiers

Minister Donner (Justitie) zal de wet wijzigen als de beroepsgroep van advocaten niet zelf maatregelen neemt tegen het `lekken' van strafdossiers door advocaten.

Dat schrijft de minister vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een aangenomen motie van Kamerlid De Vries (PvdA) dit voorjaar, waarin gevraagd wordt om een grondig onderzoek naar de rol en de positie van advocaten in Nederland. Donner zal nu een commissie instellen die dat onderzoek binnen zes maanden moet afronden.

In de brief schrijft Donner dat ,,de wijze waarop enkele strafrechtadvocaten misbruik hebben gemaakt van hun kennis van strafdossiers veel stof hebben doen opwaaien.'' Volgens hem mag een advocaat alleen bij ,,zwaarwegende en urgente verdedigingsbelangen'' de processtukken in de openbaarheid brengen. Hij stelt dat er nu te veel ruimte voor advocaten is om eenzijdig het belang van hun cliënt te benadrukken.

De minister wil dat er onderzoek gedaan wordt naar een aantal `privileges' die advocaten nu hebben. In de Advocatenwet wordt bijvoorbeeld gewaarborgd dat advocaten onafhankelijk opereren tegenover de overheid en de rechterlijke macht. Maar, schrijft Donner: ,,Onafhankelijkheid mag niet worden verward met een gebrek aan verantwoordelijkheid.'' Een advocaat is, erkent hij, altijd partijdig, hij dient het belang van zijn cliënt. Maar daarnaast heeft een advcocaat ook de plicht toe te zien op `de juiste toepassing van het procesrecht' en moet dus ook de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij in het oog houden. Ook bij andere privileges vraagt Donner om nader onderzoek. Over het verschoningsrecht (beroepsgeheim) van advocaten stelt hij dat het ,,niet mag worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld.'' Ook vraagt de minister zich af of het procesmonopolie – advocaten zijn de enigen die voor de rechter processen mogen voeren – nog wel moet gelden. Hij stelt dat het wellicht tijd is ook niet-advocaten procesrecht te geven.

Donner wil verder beter toezicht op de beroepsgroep en het klacht-en tuchtrecht herzien. Volgens hem is het tuchtrecht een passief systeem, dat alleen in werking treedt als er een klacht is. Bovendien richt het tuchtrecht zich alleen op individuele advocaten en is er geen mogelijkheid voor maatregelen tegen een advocatenkantoor.

Het onderzoek is volgens de minister nodig omdat het beroep de afgelopen vijftien jaar ingrijpend is veranderd. Het aantal advocaten is met zestig procent toegenomen, nu zijn er rond de 13.000. Er is nu een landelijke orde van advocaten en negentien plaatselijke ordes. Donner vraagt zich of de orde nog wel de belangen van alle soorten advocaten kan dienen. J. Suyver van de Nederlandse orde van advocaten ziet het onderzoek met vertrouwen tegemoet. ,,De Advocatenwet is vijftig jaar oud. We zijn wel toe aan modernisering.''