Dans als een levend schilderij

Deze maand overleed de Britse danseres Alicia Markova. Als veertienjarige ging ze in 1925 werken voor Sergei Diaghilevs Ballets Russes. Voor een juichend Parijs publiek danste ze de rol van Nachtegaal in Le Chant du Rossignol. Ze was een van de laatste ooggetuigen van de legendarische balletvernieuwer Diaghilev.

Sergei Diaghilev (1872-1929) ontpopt zich vanaf 1906 als de gedreven promotor van Russische kunst in West-Europa. Na de door hem samengestelde expositie Twee eeuwen Russische kunst in Parijs – toen hét culturele centrum van de wereld – introduceert Diaghilev muziek, opera's en balletten uit Rusland. Hij brengt als een manager moderne kunst, muziek en dans samen onder de naam Ballets Russes. Op een expositie in Groningen hangt nu werk van Russische en Europese avant-garde kunstenaars als Bakst, Benois, Gontcharova, Larionov, Picasso, Matisse en De Chirico. Diaghilev had een neus voor het ontdekken van talent en het samenbrengen daarvan in spectaculaire theatervoorstellingen.

Zo danste Alicia Markova in haar debuut een choreografie van George Balanchine op muziek van Igor Stravinski. Haar kostuum was ontworpen door Henri Matisse. In een interview met deze krant vertelde Markova in 1995 dat zij als eerste danseres een nauwsluitend wit tricot droeg – ontworpen door Matisse – dat de lichaamsvormen van boven tot beneden prijsgaf.

Met de expositie In dienst van Diaghilev wordt een poging gedaan om dat revolutionaire moment weer tot leven te wekken. Ondanks de meer dan 230 getoonde werken lukt dat niet helemaal. Je mist de balletten waarin legendes als Nijinsky en Anna Palova schitterden en er hangen te veel middelmatige schilderijen van Russische schilders. Dat de tentoonstelling desondanks een grote indruk achterlaat is voornamelijk te danken aan beeldend kunstenaar Léon Bakst, die vanaf het begin van de Ballets Russes in 1909 een groot deel van de kostuums en decors ontwerpt. Zoals meer kunstenaars in die tijd, was Bakst gefascineerd door kunst uit de Oriënt. Voor Schéhérazade, Le Dieu Bleu en Salomé ontwierp hij ruime harembroeken en fladderende sluiers die kwistig waren bezaaid met gedetailleerde paisley-motieven en andere oosterse patronen. Het moet spectaculaire effecten hebben opgeleverd. Maar het meest opvallend is Baksts geniale en voor die tijd zeer heftige kleurgebruik en dynamiek, de dansers spatten van het papier af.

In het boekje Ik zit vol grootse plannen, dat ter gelegenheid van de tentoonstelling verscheen, staat een brief aan Diaghilev waarin Bakst uitlegt wat hij wil met zijn ontwerpen. ,,Ik blijf herhalen dat mijn mises-en-scène het resultaat zijn van een zeer bewuste vlekkenverplaatsing tegen de achtergrond van decor en het kostuum dat aan de lichaamsbouw van de danser beantwoordt.'' Dans als een levend schilderij.

Op de tentoonstelling In dienst van Diaghilev trekken stromingen als realisme, fauvisme, kubisme, expressionisme en futurisme voorbij. Maar hoe het was om in dienst van Diaghilev te zijn, blijft een mysterie. Zonder die brief van Bakst en andere achtergronden is de expositie vooral een geval van plaatjes kijken. Je ziet wel wat groepsschetsen van zijn beroemde entourage, maar het blijft vaag hoe het eraan toeging. Pas uit de brieven aan Diaghilev van Fokine, Bakst, Stravinski, Ravel, Satie, Debussy en andere kunstenaars blijkt hoe moeilijk de verhoudingen soms lagen. Wachten op informatie of geld, geen antwoord op voorstellen, felle meningsverschillen – Diaghilev was niet altijd de ideale Joop van den Ende van zijn tijd. Maar zonder hem zou de twintigste eeuw toch heel anders zijn geworden.

Tentoonstelling: In dienst van Diaghilev, Groninger Museum

Museumeiland 1. Tot 28/3, di-zo 10-17. Dicht 1/1. Diaghilev Festival 26 t/m 30/1. Boek: Ik zit vol grootse plannen. Brieven van en aan Diaghilev. Uitg. Bert Bakker, 16. Cat €.25. Inl. 050-3666555 & www.groningermuseum.nl & www.diaghilevfestival.nl