Het nieuws van 28 december 2004

Cenci

Bij mijn tante in Florence werd op oudejaarsavond altijd een bibelebonse berg met cenci geserveerd, flinterdunne ruiten van bros gefrituurd deeg die bepoederd waren met stuivende suiker. Ze knabbelden o zo heerlijk weg bij een glaasje Vin Santo na tafel of bij de belletjeswijn tijdens de eerste uurtjes van het nieuwe jaar. Een frivool niemendalletje bij een glaasje wijn, precies waar Italianen onovertroffen in zijn. Bereiding: Doe de bloem en het zout in een beslagkom, maak een kuil in het midden en deponeer daarin de eidooiers, eieren en de Marsala. Meng deze met een vork door elkaar en neem telkens wat bloem mee tot alle bloem is opgenomen en een aanhangend deeg is verkregen. Neem het uit de kom en kneed het deeg onder de muis van een hand op een royaal met bloem bestoven werkvlak net zo lang tot een glad en soepel deeg is verkregen dat niet meer plakt; strooi zonodig nog wat bloem over het werkvlak. Laat het deeg, verpakt in plasticfolie, 1 uur (of langer) rusten op een koele plaats. Verdeel het deeg in acht stukken. Rol een stuk deeg op een dun met bloem bestoven werkvlak uit tot een flinterdunne rechthoek. Snijd de rechthoek met een vlijmscherp mes in lange repen van 6 cm breed. Snijd de repen in schuine stukken (ruiten) van zo'n 8 cm lang. Maak in het midden van iedere ruit over de lengte twee insnijdingen van zo'n 3 cm lang, evenwijdig aan elkaar en met een tussenruimte van 1/2 cm. Verhit intussen een flinke hoeveelheid olie in een wok tot de damp eraf slaat. Steek de deegruiten los met een paletmes en deponeer een tweetal in de hete olie. Frituur de ruiten snel om en om in de hete olie tot ze goudgeel en opgebold zijn. Neem ze uit de olie en laat ze uitlekken en afkoelen op vetvrij papier. Bak de overige ruiten en verwerk het overige deeg op dezelfde manier. Stapel de cenci luchtigjes op een grote schaal en bestrooi ze vlak voor het serveren royaal met poedersuiker.

De passie van Loes Ypma

Begin volgend jaar is het zover. Dan heeft de PvdA een databank met politieke talenten. Sommigen zijn geschikt voor wethoudersfuncties of burgemeestersposten, anderen zijn gedroomde kandidaten voor de Kamerlijst voor 2007. Permanente scouting en human-resource management moeten ervoor zorgen dat als er ergens een gat valt of er nieuwe, talentvolle mensen nodig zijn, een druk op de knop voldoende is hen te vinden. Een naam die regelmatig opduikt is Loes Ypma (24), gemeenteraadslid in Woerden. Ypma, tevens docent maatschappijleer, deed een aantal jaren geleden een opleiding bij de Wibaut-leergang van de PvdA (voor lokale politici) en kwam daar in contact met een aantal jonge, ambitieuze `rooie' vrouwen. Onder hen ook Rinda den Besten (Utrecht) en Fleur Imming (Amersfoort). Ze zien elkaar nog iedere twee maanden en praten dan tijdens een etentje over de politiek, hun carrières, hun ambities en de problemen waar ze als jonge, vrouwelijke politici tegenaan lopen. Ypma: ,,Het is niet altijd makkelijk om jong en politicus te zijn. In de raad is wel eens iemand op de publieke tribune opgestaan en die riep heel hard `Wat een snotneus, ik ga weg hoor!' Dan moet je wel even slikken en doorgaan.'' Ypma komt uit een maatschappelijk betrokken gezin, haar moeder werkte voor Vluchtelingenwerk en Amnesty, haar vader was ambtenaar, raadslid en wethouder voor de PvdA. ,,Niet de politiek, maar de sociale beginselen stonden bij ons aan tafel centraal'', zegt ze. Ze sloot zich op haar veertiende aan bij de Woerdense afdeling van de Jonge Socialisten en hield zich daar bezig met busverbindingen met Utrecht, coffeeshops en condoomautomaten, ,,heel concreet allemaal''. In 2000 bij de herindelingsverkiezing werd ze gemeenteraadslid en vorig jaar was ze voorzitter van de landelijke Jonge Socialisten.