Zoeken naar lichamen in de boomtoppen

Het epicentrum van de onderzeese aardbeving lag even ten noorden van het Indonesische eiland Sumatra. Verbindingen vielen uit, maar inmiddels dringt de omvang van de ramp mondjesmaat door tot de buitenwereld.

Atjeh, dat al generaties lijdt onder geweld door mensenhand, kreeg gisteren een formidabele klap van de natuur. Deze Indonesische provincie op de noordpunt van Sumatra bracht waarschijnlijk het grootste offer aan mensenlevens in de vloedgolf die op tweede kerstdag de kusten van de Indische Oceaan teisterde. Vanmiddag waren in Atjeh 4.725 doden geteld, maar dat aantal zal zeker oplopen.

Veel slachtoffers moeten zijn gevallen in Meulaboh, de hoofdstad van het regentschap West-Atjeh, want die ligt dichtbij het epicentrum van de beving. In het stadje en de omringende kustvlakte wonen naar schatting 300.000 mensen. Vanmiddag was het telefoonverkeer met een groot deel van Atjeh nog verbroken. Bovengrondse telefoonlijnen zijn door de vloed weggeslagen. Het telefoonbedrijf heeft alle generatoren in het getroffen gebied stilgelegd totdat het wassende zeewater wijkt. Over het lot van Meulaboh en omgeving, dat ook is afgesloten van verbindingen over land, is nog niets bekend.

Vandaag kwamen de eerste beelden binnen uit de provinciehoofdstad Banda Atjeh, zo'n honderd kilometer benoorden Meulaboh. De stad ligt in een delta waar twee rivieren uitstromen in zee en werd in enkele ogenblikken overspoeld. De straten veranderden in kolkende rivieren. De meeste slachtoffers waren moeders met kinderen en oude mensen.

Alle Indonesische televisiezenders toonden vandaag beelden van rijen kinderlijkjes, door vrijwilligers provisorisch toegedekt met sarongs. Dode baby's werden in viskratten gestapeld. Aan de rand van Banda Atjeh lagen zo'n 500 doden, verzameld door reddingswerkers, onder plastic tenten.

Soldaten zochten naar lichamen in boomtoppen en in de ruïnes van door de tsunami verpletterde huizen. Vanochtend waren in Banda Atjeh ruim 3.000 doden geteld. De kolonel der mariniers Buyung Lelana, die het plaatselijke evacuatieteam leidt: ,,Er hangt een vreselijke stank. Tussen de menselijke lichamen liggen dode dieren, zoals honden, katten, geiten en vissen.''

Plaatselijke autoriteiten maken zich grote zorgen over het tekort aan lijkkisten en de kans op het uitbreken van epidemieën gezien de gebrekkige berging van dode lichamen, die in de tropenhitte snel tot ontbinding overgaan.

Een andere bron van grote zorg zijn de aanhoudende, kleinere golven die met een tussenpoos van twee uur het getroffen gebied binnendringen. Inwoners van Banda Atjeh, die de eerste golf hebben overleefd, proberen zich in veiligheid te brengen in hoger gelegen gebied buiten de stad. Het Indonesische Lichaam voor Metereologie en Geofysica (BMG) waarschuwt voor nieuwe bevingen van ten minste 6 op de schaal van Richter aan de breuklijn die loopt langs de westkust van Sumatra, onder Java door naar de Kleine Soenda Eilanden.

Volgens het ministerie van Volksgezondheid zijn in noordelijk Sumatra zo'n miljoen mensen dakloos geworden. President Susilo Bambang Yudhoyono riep vandaag drie dagen van nationale rouw uit. Gedurende die tijd zullen overal in het land de vlaggen halfstok hangen. Vanochtend vertrok een marineschip met soldaten en hulpgoederen uit de haven Tanjung Priok, Jakarta, naar het rampgebied.

In Atjeh is sinds mei vorig jaar, toen het leger een militaire operatie begon tegen de separatische Beweging Vrij Atjeh (GAM), de noodtoestand van kracht. Om die reden waren buitenlandse hulporganisaties tot dusverre niet welkom in de rebelse provincie. De regering in Jakarta kondigde vandaag aan dat Atjeh, in verband met de jongste ramp, binnenkort weer voor buitenlanders toegankelijk wordt.