Wereldwijd waren er in de afgelopen eeuw 141 verwoestende tsunami's

In de twintigste eeuw zijn wereldwijd 141 verwoestende tsunami's geregistreerd. Daarnaast kwamen er nog eens zo'n 900 tsunami's voor die nauwelijks schade hebben veroorzaakt. De meeste tsunami's hebben een regionaal karakter, wat overigens niets zegt over de schade die ze plaatselijk kunnen veroorzaken.

Er bestaat geen directe relatie tussen de kracht van de aardbeving en de daarop volgende tsunami en het aantal slachtoffers. Een aardbeving in 1998 bij Papoea Nieuw Guinea met een kracht van 7.1 op de schaal van Richter leidde tot een krachtige tsunami, waarbij ongeveer tweeduizend mensen omkwamen. Een in kracht vergelijkbare tsunami bij Java vier jaar eerder kostte aan iets meer dan 200 mensen het leven. Na een tsunami in 1976 bij de Filippijnen, als gevolg van een aardbeving met een kracht van 7.9 op de schaal van Richter, kwamen ongeveer 8.000 mensen om.

In 1896 werd Sanriku aan de Japanse oostkust getroffen. Doordat er net een religieus festival bezig was vielen er 26.000 slachtoffers. In 1883 vielen op Java en Sumatra 36.000 doden toen na een uitbarsting van de vulkaan Krakatau een vloedgolf beide eilanden overspoelde.

Een van de krachtigste aardbevingen sinds het bestaan van de metingen vond in 1960 plaats in buurt van Chili. De beving had een kracht van 9.5 op de schaal van Richter en veroorzaakte ook een enorme tsunami. Zowel de hoofdstad Santiago als Concepción werden zwaar getroffen en zo'n twee miljoen mensen raakten dakloos. Er vielen tweeduizend doden, van wie ongeveer duizend als gevolg van de tsunami.

Een tsunami bij Alaska in 1946 had weliswaar een verwoestende kracht, maar kostte in Alaska zelf aan slechts vijf mensen het leven. Vijf uur later bereikte de golf het eiland Hawaii, doordat er geen waarschuwing was geweest werden 159 mensen door het snel stijgende water verrast en gedood. De materiële schade was enorm.