Voorstellingen die een leven richten

Ooit, op een avond waarop een aantal schrijvers en dichters gevraagd was iets te vertellen over een bijbelverhaal dat ze bijzonder aansprak om een of andere reden, zei Kees Fens dat hij zich op een protestantse jongelingenverenging voelde elke keer als hij het woord `Richteren' hoorde. Dat bijbelboek heette `Rechters' volgens hem (en volgens alle andere katholieken). Het is natuurlijk ook een heel raar woord `Richteren'. Ik sleep je voor de richter!

In de Nieuwe Bijbel Vertaling heet dat boek gewoon `Rechters'. Terecht. Hoewel. Met het woord `richten' wordt iets heel anders uitgedrukt dan met berechten. In dat laatste zit een oordeel en daarmee uit. In het eerste zit ook een aanwijzing, een weg. Je wilt liever denkbeelden die je leven richten, richting geven, dan uitsluitend berechtingen. Dat merk je de laatste tijd nogal eens, dat de discussie zo snel over `de rechter' gaat. Als `ze' iets doen wat je te ver gaat, dan kun je altijd naar de rechter gaan. Maar dat er iets aan vooraf zou moeten gaan, iets waardoor we juist níet voortdurend voor de rechter staan maar dat weten te voorkomen, dat gevoel ontbreekt wel eens in de discussie. Nee ik ga niet wéér beginnen over kwetsen en beledigen – daar valt trouwens niet zoveel over te zeggen, het lijkt me heel eenvoudig: je moet zoveel mogelijk voorkomen dat je mensen kwetst en beledigt. Net zoals je niet op straat spuugt, de mensen niet wegduwt als je de tram in wilt, niet scheldt als iemand voor je langzamer loopt, niet keihard gilt in de trein, mensen niet snijdt met je auto, geen rook in iemands gezicht blaast en nog zo het een en ander dat niet verboden is en waarvoor mensen helemaal niet `naar de rechter stappen' maar dat allemaal bijdraagt aan de normale omgang. Normen, kortom. Waar iedereen zo graag zo lacherig over doet, normen is iets waar je het al helemáál niet over mag hebben, dat is Balkenende en tuttig, wáárden dat is chic – maar zonder normen of gewoon goede manieren is het leven niet te doen.

Het is wat anders als je eigen diepste overtuiging beledigend is voor een ander. Dan wordt er gebotst, het is niet anders. Maar ook daarbij mag men wel nadenken. Het was, bijvoorbeeld, onverstandig en onnodig van Ayaan Hirsi Ali om te zeggen dat `in onze ogen' de profeet Mohammed gewoon een pedofiel was. Dat zijn domme volstrekt ahistorische uitspraken – de halve mannelijke wereld uit vroeger tijden bestond `in onze ogen' en naar onze maatstaven gemeten uit kinderverkrachters, moordenaars, sadisten en vrouwenonderdrukkers – maar wat is er de zin van om met terugwerkende kracht onze morele maatstaven op te dringen aan mensen die eeuwen geleden geleefd hebben? Natuurlijk mag ze het zeggen, maar ze zei het niet om uit te leggen dat zeden en gewoonten veranderd zijn, maar om een aantal mensen eens hardhandig de ogen te openen voor de slechtheid van dat waarvan zij geloven dat het iets goeds vertegenwoordigt. Precies zo met die vormingstoneelfilm `Submission' – voor wie geen islamiet is, was het onnozel, voor wie het wel is, was het opzettelijk beledigend. Maar dat mag je nu ook al niet meer zeggen, althans niet als je minister bent, want dan zegt de minister-president met een zuinig mondje dat je niet bijdraagt aan de sfeer of zoiets en dan word je gedwongen excuses te maken.

Je treft het bij veel bestrijders van religie aan, dat volkomen onbegrip voor wat in mensen leeft en de hardnekkige onwil om in te zien dat het om iets anders gaat dan uitsluitend om kinderachtige wonderen, benauwde voorschriften en bigotte en bijgelovige verzinsels. Natuurlijk zijn die er ook allemaal. Maar religieuze beelden kunnen een leven richten. Niet berechten vooral.

Wat niet weg neemt dat iedereen die dat wel wil inzien, toch met het probleem zit van al die oude voorschriften, dogma's en bezwaarlijk te accepteren vooronderstellingen. Een houding tegenover het lijden en sterven willen we allemaal wel, maar daarmee is het verhaal van Christus' verzoenende kruisdood waarmee wij voor eens en al van de erfzonde bevrijd zijn nog niet voor iedereen zo makkelijk toegankelijk en betekenisvol. Het is niet erg gepast om het zo vlak na Kerstmis te zeggen, maar juist de rol van Jezus is nogal eens moeilijk te aanvaarden en te begrijpen. Als voorbeeldig mens, misschien. (Hoewel hij vaak helemaal niet zo voorbeeldig is en niet-joden keihard afsnauwt als ze ook deel willen hebben aan zijn verlossingsboodschap: ,,Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël'' en zelfs ,,Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren'', waarbij `de honden' slaat op niet-joden, op anders gelovigen dus.) Maar goed, hij is het voorbeeld van een mens die in staat was boven zichzelf uit te stijgen, die schuld op zich nam en daarvoor stierf, waarmee hij het goddelijke in de mens vertegenwoordigt. Ook als je niet in die geheimzinnige geboorteschuld gelooft en niet inziet wat wij beter zijn geworden van die dood. We zijn beter geworden van het voorbeeld – of zouden daar beter van kunnen worden als we zo'n verhaal als een richtinggevend verhaal zouden zien. Zoals ook het beeld van een oordeel zinvol kan zijn – maar het is dat niet langer als men meent er zelf alvast een voorschot op te kunnen nemen door anderen voortijdig naar de hel te verwijzen.

Hetzelfde geldt voor de beelden van een barmhartige, liefdevolle god die er te midden van de kleinheid en wraakzucht ook zijn in de bijbel. Het is belangrijk om God groot te houden en niet tot het boze kleine tirannetje te maken waar Guus Kuijer donderdag 23 december in de bijlage Opinie & Debat zo geestig over schreef. Er is veel kleinheid, kleinzieligheid en wreedheid te vinden in de geschiedenis van alle religies, maar het beste in het christendom en in elke religie kan richtinggevend zijn. Zonder dat er een rechter aan te pas hoeft te komen.