Terechte vraagtekens bij Turkije en de EU 1

Het Turkse territorium is tussen 600 v. Chr. en 400 n. Chr. in toenemende mate gehelleniseerd. Bernard Bouwman (NRC Handelsblad, 16 december) wijst terecht op de vergrieksing van het land in de Oudheid. Maar zo'n constatering levert natuurlijk geen enkel argument voor toetreding van Turkije tot de EU.

Gedurende vele Ottomaanse eeuwen zijn de Griekse overblijfselen met weinig respect behandeld en is de impact van het Griekse gedachtegoed op de Ottomaanse cultuur uiterst gering geweest.

Twintig jaar geleden reisde ik met een Duitse collega vier weken in een landelijk gebied ten Oosten van Smyrna (Izmir), op jacht naar Griekse antiquiteiten. De afkeer van de Turken jegens alles wat Grieks was was dominant. In geen land zijn zoveel oudheden als bouwmateriaal gebruikt of voor veel geld weggesmokkeld. Daar doet de aanwezigheid van talloze fraaie min of meer gerestaureerde Griekse ruïnes niets aan af; dat moeten vanuit Turkse optiek toeristische trekpleisters worden; dat het toevallig Griekse ruïnes zijn is bijzaak.

De oude Griekse filosoof Thales, die volgens Bouwman nu een Turkse pas zou hebben, zou in 1922, met duizenden andere Grieken, het land uitgesmeten zijn, in de context van een bloedige strijd tussen de toen nog in Turkije wonende Grieken en de Turken, die uitliep op de grote brand in Smyrna. Geschiedenis is interessant, maar zelden relevant voor de benadering van huidige politieke issues.