Ook als pianist is Barenboim een dirigent

Daniel Barenboim maakte tijdens de Kerstmatinee van het Koninklijk Concertgebouworkest zijn succesvolle Nederlandse concertdebuut in een hoogst opmerkelijke uitvoering van het Eerste pianoconcert van Brahms. De wereldberoemde pianist en dirigent haalde de afgelopen decennia in Nederland vaker het nieuws als propagandist van Wagner in Israël en als voorvechter van onderling begrip tussen joden en Palestijnen, dan als actief musicus.

Barenboim (62) gaf in 1971 en 2002 wel al pianorecitals in het Amsterdamse Concertgebouw. Maar een optreden van Barenboim bij een orkest stond nog niet op de erelijst van de wereldmuziekstad Amsterdam. Het Nederlands debuut van de dirigent Daniel Barenboim, laat hier zelfs nog steeds op zich wachten.

Met Barenboim aan de vleugel telde het podium twee dirigenten: Mariss Jansons, de nieuwe chef van het Concertgebouworkest, en Daniel Barenboim, die onvermijdelijk ook als een dirigent luisterde naar zichzelf en de verrichtingen en van het Concertgebouworkest. Nieuw was de samenwerking tussen de twee dirigenten niet: bij Jansons' vorige orkest in Pittsburgh soleerde Barenboim ook al in de twee pianoconcerten van Brahms.

Ervaring en inzicht zijn ook nodig in het nog steeds hoorbaar moeizaam gewrochte Eerste pianoconcert, dat Brahms begon als een sonate voor twee piano's en vervolgens een tijd lang wilde omvormen tot een symfonie – zijn Eerste symfonie was pas twinig jaar later klaar. Jansons en Barenboim schiepen samen een gedreven orde en opwinding. Ze beschouwden het extraverte symfonische karakter als een uitdaging, en zetten de contrasten met de zachtaardige introverte passages flink aan. Zo werd het een vaak overweldigende uitvoering; een extrapolatie van de fameuze opname die Bernard Haitink en pianist Claudio Arrau maakten bij het Concertgebouworkest in 1969.

Jansons opende het Maestoso op imposante wijze met een ouderwets ronkende strijkersklank, even Amsterdams als Brahmsiaans. Verderop kwamen Jansons en zijn orkest tot een milde en lichte lyriek.

Barenboim onderhield zich ook op die twee ver van elkaar gescheiden niveaus met het orkest. Soms converseerde hij intiem en kamermuzikaal met de hoorns en concertmeester Alexander Kerr, maar nooit poezelig of sentimenteel. Dan weer liet de klavierleeuw zich gelden en klauwde hij zo krachtig in de toetsen dat de vleugel dreunde en kreunde.

In het Adagio verkende Barenboim op subtiele wijze het gebied tussen pianissimo en fortissimo. Hoogstpersoonlijk klonken soms zijn dwarse akkoordbrekingen. Het emotionele hoogtepunt was een lange, verstilde passage. Jansons benadrukte de neoklassieke romantiek door langzame tempi extra langzaam te laten spelen.

Het slotdeel was daarna meeslepend energiek in grote en virtuoze stijl. In het slotakkoord vielen Barenboim de pianist en Barenboim de dirigent samen in een breed en dankbaar gebaar met zijn linkerarm naar het Koninklijk Concertgebouworkest.

Daarna toonden Jansons en Barenboim zich in een omhelzing gelukkig met hun gezamenlijke resultaat, met hartelijke instemming van het orkest.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons m.m.v. Daniel Barenboim, piano. Gehoord: 25/12 Concertgebouw Amsterdam.