`Nederland niet Nederland' lofzang op kunstenaar

Eigenlijk is het niet verbazingwekkend dat er in Nederland weinig tentoonstellingen als Nederland niet Nederland worden georganiseerd. Want grote grepen, daar zijn Nederlandse musea niet goed in. En in verantwoording afleggen al helemaal niet, laat staan dat ze de ambitie hebben een eigen visie te geven op de Nederlandse kunst van de afgelopen jaren. Daar doen Nederlandse musea liever niet aan. En wij, de toeschouwers, weten al niet beter meer.

Zulke vooronderstellingen, solide vastgeroest na jarenlange ervaring, zijn reden genoeg om met enige scepsis te gaan kijken bij Nederland niet Nederland, een overzicht van 25 jaar Nederlandse aankopen die het Van Abbemuseum heeft samengesteld. En de scepticus lijkt gelijk te krijgen. Zo is er weinig structuur te bekennen op de expositie, en hiërarchie al evenmin. Iedere chronologie wordt zorgvuldig gemeden, net als ieder schijnbaar logisch verband, waardoor een tekstwerk van Lawrence Weiner een zaaltje deelt met twee cerebrale jaren tachtig-beelden van Niek Kemps; Marlene Dumas met Suchan Kinoshita, Erzsébet Baerveldt en Elly Strik in een vrouwen-zaal is gezet en de naoorlogse grootheden Stanley Brouwn, Jan Dibbets en Ger van Elk zorgvuldig opgeborgen zitten in het kleinste zaaltje van de expositie. Vooroordelen zijn soms heel hardnekkig.

Maar Nederland niet Nederland is in veel opzichten een atypische expositie. Dat begint er mee dat het Van Abbe verrassend veel vertrouwen in zijn eigen publiek lijkt te hebben. Geen obligate hints of flauwe verwijzingen – hier geloven ze nog in het ouderwetse spontane `trigger-moment'. Dat moment kwam bij mij in de zaal met werken van René Daniëls en Henk Visch. Op twee wanden hadden de samenstellers drie doeken van Daniëls bij elkaar gehangen, op verschillende hoogtes: het blauwgroene strikjeswerk Eindhoven niet Eindhoven, het zwevig-blauwe Het Huis en een Lentebloesem met een felblauwe achtergrond. Die combinatie van wit en blauw deed het hem: ze gaven de wand iets ijzigs en onderkoelds maar ook iets lonkends, en ik besefte dat het lang geleden was dat ik drie Daniëls-werken zo prachtig met elkaar had zien `spreken'. Het is het soort geste dat je niet vaak meer ziet in Nederlandse musea, een geste die je de werken inzuigt en oproept tot contemplatie. Maar wie eenmaal beseft dat dat mogelijk is op Nederland niet Nederland weet dat hij een bijzondere tentoonstelling gaat zien – en nog een statement ook.

In de eerste plaats is Nederland niet Nederland een pleidooi voor kunst, enigszins cerebraal, waar je de tijd en afstand voor moet nemen – noem het typische Van Abbe-kunst, waar de vorige directeur, Jan Debbaut, ook al een warm hart voor had. Die afstand maakt het mogelijk rustig te kijken naar de bijna twintig minuten durende film Crystals van De Rijke/De Rooij, waarin ze het groeiproces van de kristallen van onder andere kunstmest en Vitamine C laten zien. Of je te verdiepen in de poëtische installatie van Mark Manders, die op het eerste gezicht tamelijk onbegrijpelijk is, maar volledig overtuigt in zijn eigen, hermetische logica. Of je te verbazen over het zaaltje met werk van Bert Loerakker, Ben Akkerman en Marc Mulders, kunstenaars die inhoudelijk weinig met elkaar te maken hebben, maar wel alle drie de randen van begrippen als modieus en hedendaags aftasten. Op dat moment besef je ook dat er op de tentoonstelling nauwelijks een foto te bekennen is – nog een statement en misschien wel het grootste van de tentoonstelling. Niet alleen ontbreekt Rineke Dijkstra, maar ook haar epigonen en al die andere modieuze fotografen die even snel vergeten dreigen te worden als ze opgekomen zijn. Pas dan wordt ook duidelijk dat andere kunstenaars wel degelijk gemist worden, Guido Geelen, bijvoorbeeld, of Maria Roosen, of Robert Zandvliet. Dat het filmprogramma te lang is en teveel in een achterafzaaltje wordt gedraaid. Dat Aernout Mik best een grotere ruimte tot zijn beschikking had mogen hebben. Maar daar staan wel weer absolute topstukken als Het kwaad is banaal van Marlene Dumas en Kismet van Michael Raedecker tegenover.

Uiteindelijk is Nederland niet Nederland daarmee vooral een lofzang op de individuele kunstenaar. De kunstenaar die zich niet door modes of tijdgeesten laat vangen, maar maakt wat ie zelf vindt dat ie maken moet – zo veel mogelijk los van alles. Ja, denk je als je het museum verlaat, zo was het, in de Nederlandse kunst, de afgelopen jaren. Of preciezer: zo zou het kunnen zijn geweest. Want dat is de grootste kracht van deze expositie: je wilt deze visie geloven.

Tentoonstelling: Nederland niet Nederland. T/m 16/5 Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Open: Di t/m zo 11-17u. Dicht op 25/12 en 1/1. Inl www.vanabbemuseum.nl