Moeten vrouwen zich suf werken?

Wie niet werkt naast het runnen van een huishouding en het opvoeden van kinderen is ongeëmancipeerd, zo laten we elkaar graag geloven. Maar hiermee wordt heel wat zelfvertrouwen gebroken, meent Carine Ex.

In een klein klaslokaal brandt een kachel. Op de vloer kruipt een schildpad. Dit beeld aan het begin van de Franse film Être et avoir typeert het leven van onderwijzer Lopez en zijn dorpsklas op het Franse platteland. Alles in de omgang tussen de onderwijzer en zijn dertien kinderen heeft te maken met het nemen van tijd. Dit filmfragment staat haaks op het hectische `moderne' leven van mijn buurvrouw, moeder van twee dochters van één en drie jaar. Zij rent van haar kinderen en oppas en naar haar drukke architectenbureau en terug. Met een planning op de minuut combineert zij werk met moederschap, vier dagen per week. Haar man werkt vijf dagen. Zorg en opvoeding delen zij.

Twee beelden over de werkelijkheid. Maar het is uitsluitend het laatste beeld dat tegemoet komt aan het hedendaags gepropageerde ideaal: de vrouw die erin slaagt maatschappelijk succesvol te zijn naast haar moederschap. Het ideaal waar beleidsmakers en economen van dromen en waar veel huisvrouwen aan zouden willen voldoen.

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft gesignaleerd dat vrouwen een gebrek aan `maatschappelijke macht' hebben. Hun aandeel in de top van grote bedrijven (5 procent) en in hogere managementfuncties (26 procent) is gering. Onder hoogleraren scoort Nederland met 6 procent vrouwen het laagste van Europa, op Ierland na. Volgens de laatste cijfers verloopt de emancipatie zelfs trager dan verwacht. Na zoveel jaren emancipatiebeleid tast men nog steeds in het duister over het effect van allerlei maatregelen.

Vorig jaar is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gestart met het project Mannen in de Hoofdrol met als doel om meer mannen aan te sporen tot zorg. Het project moet meer vrouwen op de arbeidsmarkt brengen en mannen aanzetten tot huishoudelijk werk. Want, zo redeneert men, de ongelijke taakverdeling in huis belemmert de keuzevrijheid van vrouwen en staat een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen in de weg. Maar is dat zo?

Willen vrouwen doen wat de meeste mannen doen? Volgens de Britse sociologe Catherine Hakim van de Londen School of Economics niet. Zij deed onderzoek naar vrouwen en hun loopbanen in westerse landen. Beleidsmaatregelen zullen vrouwen niet overhalen om fulltime werknemers te worden. De meeste vrouwen willen moederschap en werk combineren: ongeveer 6O procent van de vrouwen doet dat en wénst dat. Slechts een minderheid, 5 tot 10 procent kiest bewust voor een levensstijl zonder kinderen en richt zich op een carrière. Nog eens 20 procent van de vrouwen stelt juist het gezin centraal.

Waarom willen vrouwen niet fulltime gaan werken? Bestaan er – in tegenstelling tot wat onlangs de twee vrouwelijke hoogleraren Van Essen en Stoker (NRC, 25 november 2004) beweerden – misschien dan toch verschillen tussen de seksen?

Vorig jaar publiceerde Simon Baron-Cohen, hoogleraar psychologie en psychiatrie aan de Universiteit van Cambridge, The essential difference, een controversieel boek over gemiddelde verschillen in de hersenstructuur van vrouwen en mannen. Het `vrouwelijk georiënteerde brein' zou beter zijn uitgerust voor empathie en communicatie, het `mannelijke' voor het begrijpen en ontwerpen van systemen. En voor wie concrete feiten zoekt: jongens kiezen vooral voor bèta, meisjes voor alfa en gamma. Dus de stelling van Van Essen en Stoker dat sekseverschillen slechts een `mythe' zijn, is een ontkenning van de werkelijkheid.

Sekseverschillen bestaan. Maar belangrijker is de vraag wanneer deze verschillen er toe doen. Het kan bijvoorbeeld helpen om bepaalde gedragspatronen te begrijpen: de intrinsieke interesses, angsten en verlangens van iedere sekse. Maar sekseverschillen mogen niet als argument worden gebruikt om vrouwen en mannen buiten te sluiten van taken en functies. Het meeste wat mannen kunnen, kunnen vrouwen ook. En omgekeerd. Toch zijn er maar een gering aantal vrouwen die topbestuurlijke en wetenschappelijke functies bekleden en blijven maar weinig vrouwen, na het moederschap, fulltime werken.

Het is een feit dat het moederschap de keuzen van vrouwen beïnvloedt. Maar is het werkelijk noodzakelijk om de ongelijke taakverdeling tussen man en vrouw op te heffen? Wie emancipatie alleen gelijk stelt aan maatschappelijke macht, aan arbeidsparticipatie, of definieert in termen van een gelijke verdeling van werk, zorg en opvoedingstaken, denkt veel te simplistisch. Met een `fifty-fifty takenlijstje' over wie wat behoort te doen, wordt de emancipatie niet bevorderd. Het `lijstje' heeft hoogstens zin als zij de uitkomst is van een gesprek over eigenlijke verlangens en wensen. Wat wil de een, wat wil de ander verwezenlijken? Welke doelen of verlangens heeft de vrouw en wat wenst de man? En wat wil je als opvoeders? Pas als dat duidelijk is, kan invulling gegeven worden aan het 'hoe'. Dat kan vervolgens leiden tot verandering van rollen of gewoonten. Voor de één betekent dit dat hij of zij misschien de moed moet hebben om zich eens volledig onder te dompelen in het gezinsleven, voor de ander betekent dit dat hij of zij de straat moet opgaan en de blik moet verruimen.

Het sleetse `emancipatie' is zo langzamerhand eenzijdig vereenzelvigd met betaald werk. Wie niet werkt naast het runnen van een huishouding en het opvoeden van kinderen is ongeëmancipeerd, zo laten we elkaar graag geloven. En hiermee wordt heel wat zelfvertrouwen gebroken.

Het `thuiszijn' is tot op het bot gedevalueerd. Werken heeft status. Maar let wel: de groeiende werkstress onder werknemers, die zes miljoen euro per dag kost, wordt voor een deel geweten aan de race tegen de klok om taken en bezigheden van mannen en vrouwen te plannen en te combineren. En over de gevolgen voor de kinderen hebben we het dan nog maar even niet.

Opvallend is dat tegen een kwart in 1991, in 2002 de helft van de mannen en vrouwen van mening is dat het gezinsleven er onder lijdt als een moeder volledig werkt. Natuurlijk, als het een economische noodzaak is, werken we. Allemaal. Maar laten we dat dan niet doen onder het mom van emancipatie. Want hoe belangrijk is dat `moderne leven' van ons? Zouden we niet evenveel rust en aandacht aan onze kinderen moeten besteden als onderwijzer Lopez?

Dr. Carine Ex is zelfstandig onderzoeker ouderschap en opvoeding & ouderbegeleiding.