‘Er zijn te veel allerlei dingen, je moet specialiseren’

In 2004 sprak NRC uitgebreid met Johan Cruijff (toen 57). Dat was een goed jaar voor hem: er ging een documentaire over hem in première, hij raakte op goede voet met de KNVB en zijn geestverwant Marco van Basten werd mede op zijn advies bondscoach van het Nederlands elftal.

Foto ANP

Het was in Vinkeveen, in 1971. Het oog van schrijver Godfried Bomans viel tijdens een interview voor het weekblad Elsevier op een bordje aan de muur in de villa van Cruijff: Humor is de trainer voor de wedstrijd van het leven.

Drieëndertig jaar later heeft Cruijff zijn eigen wijsheden op tegeltjes. Midden op de royale vierkante houten vergadertafel in het kantoor van de Johan Cruyff Foundation, in het Olympisch Stadion in Amsterdam, liggen drie Delftsblauwe tegeltjes met in sierletters opgetekende gezegdes van de legendarische oud-voetballer die onbedoeld de Nederlandse en de Spaanse taal verrijkte.

In een hoek van het kantoor heeft een medewerkster een torentje van witte lege doosjes op haar bureau. Ook van hieruit worden de tegeltjes verstuurd. Twintig euro per stuk – inclusief een automatisch lidmaatschap van de Cruyff Foundation. De opbrengst is voor het goede doel; `sportprojecten voor kinderen met en zonder handicap in Nederland en daarbuiten'.

Het is daags nadat de twee belangrijkste voetbalclubs uit het leven van Cruijff elkaar troffen voor een vriendschappelijk duel, in het Spaanse Elche. Het Barcelona van Frank Rijkaard had het Ajax van Ronald Koeman uitgenodigd. Barcelona won met 2-1. Cruijff was er niet bij. In Amsterdam volgde hij het duel op tv. De volgende ochtend had hij weer een verplichting in Rotterdam, om de aftrap te verrichten voor de nieuwe stichting Cruyff Courts KNVB Velden die tot doel heeft ongeveer honderd trapveldjes te realiseren.

Barcelona

Elche. De naam van die plaats bij Alicante duikt op in een van de eerste columns die Cruijff schreef nadat hij van Ajax naar Barcelona was gegaan, in het najaar van 1973 in het voetbalblad Kick. Cruijff herinnert zich de gebeurtenis die hij daarin beschrijft, over het enthousiasme van het Spaanse publiek, als hij die column onder ogen krijgt. `Een typisch voorval maakten Michels (toenmalig trainer van Barcelona, red.) en ik ook mee in Elche, waar Barcelona voor de competitie speelde', schreef Cruijff in Kick.

`Na afloop wilden we vijf minuten wachten tot de ergste drukte voorbij was. Maar terwijl alle tribunes leegliepen, bleef in ons vak iedereen zitten. Na nog eens vijf minuten te hebben gewacht met hetzelfde resultaat zijn we toen maar opgestaan. Op dat moment stond iedereen op en begon voor ons te klappen. Dan gaat er toch wel wat door je heen, want je bent nota bene bij de tegenpartij.

,,Ik speelde niet mee, ik ging kijken', zegt Cruijff nu. ,,Ik was net bij Barcelona gekomen, ik zat op het ereterras. Dat was de eerste wedstrijd die Barcelona dat seizoen speelde. Ik mocht nog niet meedoen, officieel pas in december. Later is dat wat teruggebracht.'

Het voetbalstadion is nog steeds de biotoop van de nu 57-jarige Cruijff, zijn natuurlijke leefomgeving. Het is eigenlijk vanzelfsprekend dat zijn in 1997 opgerichte stichting in een stadion kantoor houdt, met grote ramen die een royaal uitzicht bieden op de grasmat van het Olympisch en de tribunes aan de overkant. ,,Fantastisch. Mooier als dit ken je je toch niet voorstellen', zegt Cruijff, die er ,,natuurlijk' geen moeite mee heeft om getutoyeerd te worden.

Je hebt hier alles meegemaakt. In 1966 werd je als speler van het Nederlands elftal uit het veld uitgestuurd, nadat je een slaande beweging naar de scheidsrechter zou hebben gemaakt.
,,O ja, die Glöckner was dat. Dat was hier. Tegen Tsjechoslowakije. Jezus, als dit stadion kon praten! Goh. Nou nou. We hebben hier fantastisch mooie dingen meegemaakt', zegt Cruijff met een blik op het veld. ,,Europa Cup, Super Cup, de Intercontinental-toestand. Het begon hier met Blauw-Wit en DWS. Goh, dat was super. Mooi hè. Het stadion in glippen was het mooiste natuurlijk. Dat was een abc'tje. Dat heb ik vaak gedaan.'

Toen woonde je in Betondorp.
,,Ja, maar goed, dan was er een wedstrijdje en dan kwam je hier terecht. En dan een paar kunsten in mekaar zetten, je weet het wel, met die `sorties' (kaartjes waarmee je terug het stadion in kan, red.) toen die tijd, d'r in en eruit.'

Ging je toen al met je vader mee?
,,Nee. M’n vader die is gestorven toen ik twaalf was. Ik ben hier ook wel eens met m'n vader geweest, maar dan was het op een nette manier. Die deed dat soort dingen niet. Dat glippen, dat was natuurlijk vanaf een jaartje of dertien, veertien. Dan haalde je dat soort kunsten uit.

En ruim veertig jaar later zit je hier met de Cruyff Foundation.
,,Een mooiere stek heb je niet, buiten het praktische dat je hier allerlei dingen kan doen met minder valide kinderen. Wat wil je nog meer.'

In Barcelona heb je ook je eigen kantoor. Nog niet in Camp Nou?
,,Nee, in de stad. Ofschoon: we zijn onderweg. We geven al met de scholen les op het veld, in het stadion. En we hebben een zaal in het stadion tot onze beschikking waar we met Cruyff Academics lesgeven aan 140 mensen, sporters.'

Kun je eens uitleggen waarom je begonnen bent met de stichting, die oorspronkelijk de Johan Cruyff Welfare Foundation heette?
,,Eigenlijk om van een probleem af te komen. Je wordt zoveel gevraagd; of je hier aan mee wil doen, of je daar aan mee wil doen. Nee zeggen was zo moeilijk. Of het nou het ene probleem was of het andere. Op een gegeven moment, toen het een paar keer fout liep – en dan kreeg je nog de schuld ook terwijl je niet wist waar het over ging – zeiden we, we moeten maar voor onszelf beginnen. Maar wel met iets wat direct met sport te maken heeft. Je kan je wel over allerlei dingen druk maken, maar dat is onmogelijk. Er zijn te veel allerlei dingen, dus je moet je specialiseren. Schoenmaker blijf bij je leest. Je bent sporter'

Maar je moet ook iets met liefdadigheid hebben.
,,Maar dat heb ik al jaren natuurlijk. Al met de Special Olympics, een initiatief van de Kennedy's (op het gebied van sport en verstandelijk gehandicapten, red.), in '79. Dat bestaat nog. Die doen allerlei dingen in de sport. Dat was in Washington DC. Toen ik daar voetbalde heb ik allerlei clinics gegeven. Ik was eigenlijk het boegbeeld van het voetbal, ons voetbal, soccer. Zoals ik dacht dat `Magic' Johnson dat van het basketbal was. Elke sport had zijn eigen vertegenwoordiger. Waar je ook naartoe ging met je elftal, daar werd een clinic verzorgd. In Amerika was dat meer gebruikelijk als hier. Dus als je met de Washington Diplomats ergens ging voetballen, of dat nou in Californië was of in Canada, dan organiseerden ze daar een clinic. Lokale televisie erbij, fundraising; er moet natuurlijk geld binnenkomen.

,,Voor die tijd had ik hier natuurlijk m’n afscheidswedstrijd – Cruijff wijst naar de poster van zijn dramatisch verlopen afscheidswedstrijd in 1978, eveneens in het Olympisch Stadion, 8-0 nederlaag tegen Bayern München – ,,en daarvan ging de opbrengst naar het kinderkankerfonds, van dokter Voûte. Naar het Emma Kinderziekenhuis beter gezegd.

Deed je als speler veel aan liefdadigheid?
,,Ten eerste was het wat minder, en niet gestructureerd. Die vraagt eens wat of die vraagt eens wat. Het was altijd dus wat. Dat was dus niet vol te houden. Als je wat voor de één deed, dan werd de ander kwaad. Toen heb ik gezegd, oké, ermee stoppen en wij zetten ons in voor sport.'

Dat was in 1997, het jaar waarin je vijftig werd.
,,Toen nog een beetje op ad hoc-basis; een beetje dit en een beetje dat. We hebben toen veel hulp gehad van Terre des Hommes die ons wegwijs gemaakt hebben. Omdat we eigenlijk toch de sportrichting op moesten, moest je naar een andere denkwijze. Naar een andere manier van doen. We zijn nou eenmaal sporter, agressiever met veel dingen.

Je moest leren geduld te hebben om iets te kunnen realiseren.
,,Ja, dat hebben wij niet.' Cruijff lacht. ,,Geen één sporter heeft geduld. Wat je vandaag bedenkt moet morgen af zijn.'

Maar dat werkt vaak niet zo in de wereld van de goede doelen.
,,Ben je gek. Nee hoor. Waar een ander drie weken over doet, daar doen wij geen drie weken over. Nee hoor. Daar zitten we helemaal niet mee. Dat gáát gewoon. In diezelfde tijd begonnen we met de school (Cruyff University, red.). Als wij met de Foundation een project willen doen, dan zijn het de studenten, dat zijn ook sporters, die een project uitwerken.

Je had ook kunnen zeggen, ik geef geld en kijk maar wat je ermee doet.
,,Nee. Dat is niet leuk. Daar kom je niet ver mee. Ten eerste kun je geld geven, maar of ze nou precies doen wat jij vindt dat ze moeten doen, dat is wat anders. En hier is het wel mijn foundation, omdat het mijn naam draagt.

Niet alleen voetbalcoryfeeën als Van Basten en Rijkaard, ook sporthelden uit andere disciplines steunen acties en projecten van de Cruyff Foundation. ,,En dat loopt als een trein.' Onder hen golfer Maarten Lafeber, tennisser Richard Krajicek, zwemmer Pieter van den Hoogenband en hockeyer Teun de Nooijer. ,,Het is ook gek als ik als grote man bij zwemmers zou staan; dat is te gek om los te lopen. Ik verdrink niet, maar ik ben natuurlijk geen zwemidool.

Heb je wel een zwemdiploma?
,,Jawel. Uitdrijven weet je wel. Toen die tijd op school.’

Je hebt veel te danken aan de sport. Je wilt ook iets terugdoen?
,,Dat zal er ook wel een beetje bij komen, maar dat gebeurt allemaal niet bewust. Er gebeurt iets, dat gaat dan lopen, je zit in dat geheel en iedereen doet een beetje mee. Nu weer met die trapveldjes; je bent met minder validen bezig en met kansarmen. Je werkt dan ook aan integratie. En als je dan honderd van die veldjes neemt, dan zeg je, hé, we zijn op een hele grote manier bezig met schoolvoetbal. Elk veldje dat bij een school ligt, moet een toernooi organiseren. En als al die honderd veldjes dat doen, dan heb je ik weet niet hoeveel duizenden kinderen die daar sporten.

,,De vaart zit er enorm goed in. Maar ook de ontvangst, en het plezier en noem maar op. Dat is perfect. En als je dan weer een stapje verder doet, dan zeg je, hé jongens, een van de grootste problemen bij de jeugd is het diabetes 2; mensen die te dik worden, en die niet sporten. Als ze die veldjes in de buurt hebben en de school gaat er gebruik van maken… Eigenlijk zonder dat je weet waar je mee bezig bent… Je was bezig met een veldje aanleggen, maar er zijn zoveel vertakkingen, het is zo verschrikkelijk veel meer. En dat is leuk. En als je dan de reactie krijgt van mensen die er omheen staan te kijken.

,,Toen ik gisteren die prijs kreeg, de Frekie Trofee (voor een persoon of organisatie die zich bijzonder heeft ingezet voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap, red.), dacht ik, jongens, dit is toch mooi. Een week daarvoor hadden we in Spanje een golftoernooi, met zestig of zeventig minder-validen, zowel lichamelijk als verstandelijk, die uitstekend spelen. Mensen in stoelen, die handicap nul hebben, daar sta je echt met je verstand bij stil. Handicap nul, in een stoel!' Cruijff maakt de bewegingen van een rolstoeler die zich gereedmaakt voor een slag. ,,Die zit zo in z'n stoel, drukt op die knop, gaat die stoel omhoog, en dan geeft ie die bal een hengst. Niet te geloven. Handicap nul. Dan sta je daar met je goeie gedrag.

Wat is jouw handicap?
,,Elf. Dus dat gaat ook wel goed. Dan speel je met blinden. Hoe is het in godsnaam mogelijk. En als je ziet hoe die spelen. Mensen met één arm. Linkerarm, rechterarm, één been. Hoe dat allemaal golft. En het is zo simpel om het op te zetten, en als je ziet wat je dan doet voor die mensen, dan is het eigenlijk geen moeite. Als je ziet wat zij er allemaal voor moeten doen.

Kun je met de Cruyff Courts meer op het gebied van integratie bereiken?
,,Ja, veel meer. Iedereen houdt toch van voetballen? Die pleintjes, die speelplaatsen of hoe ze ook mogen heten, die zijn weg, daar staan nu huizen. Om die huizen heen zijn er bedrijven gekomen, en aan het einde van de rit, hier (Cruijff tekent met zijn hand een denkbeeldige stad en is aangekomen bij de rand van die stad), zijn de voetbalvelden. Om nou daar naartoe te gaan, dat doe je niet.

Foto ANP

Foto ANP

Dus nu hebben we die veldjes teruggebracht, in de wijken. Als je dan ziet wat er allemaal loopt te voetballen in zo'n wijk, bijvoorbeeld in Rotterdam waar we vandaag op zo'n net afgerond veldje hebben gestaan, een veldje dat pas in het voorjaar officieel door het Nederlands elftal geopend wordt, maar waar al twee weken op wordt gespeeld. Een partij `ongeregeld' loopt tussen mekaar door, en iedereen loopt te voetballen. Van alle soorten. Zwart, bruin, blank, wit, zes jaar oud, twaalf jaar oud – het maakt niet uit, het regelt zichzelf.

Kort na de moord op Theo van Gogh zei je op tv, vlak voor de analyse van een Champions-Leaguewedstrijd, dat juist nu sport ook belangrijk is, als een belangrijk middel voor integratie.
,,Ja, is het ook. Want dat is de enige manier waar je dus niet hoeft te discussiëren over de kleur. Je hebt het over die bal en je hebt het over die pass. En niet over naar welke kerk iemand toegaat. Je kan niet eens meer kerk zeggen, want het is allemaal verschillend, maar ik bedoel, je hebt er allemaal niks mee te maken. En na verloop van tijd, als je lekker samen voetbalt, dan heb je toch geen tijd voor die andere dingen? Straatvoetbal is verdwenen, maar dat kan je weer terugbrengen. Daarom worden die veldjes bij scholen gemaakt. Dat je dat gewoon stimuleert.

Is straatvoetbal ook belangrijk in de ontwikkeling van een voetballer?
,,Ja, tuurlijk. Heel belangrijk. Er is wel een nuanceverschil. Omdat op veel trapveldjes die wij aanleggen kunstgras ligt, kan je dat niet helemaal met straatvoetbal vergelijken. Straatvoetbal heeft nog een ander onderdeel, dat is lichaamsbeheersing. Wat heel belangrijk is. Handelingssnelheid. Omdat als ik langzaam handel, en een grotere gozer komt tegen me oplopen, lig ik op de grond, en dat doet pijn, op steen. Dus je moet heel snel handelen, om je heen kijken – hé, hij komt er aan, dus gauw eh…

Vandaar dat je een meester was in het ontwijken van overtredingen.
,,Dat leer je d’r mee.

Spelen in de kleine ruimte.
,,In de kleine ruimte. En dat het pijn doet op het steen.

Cruijff wijst naar het veld in het Olympisch Stadion. ,,Kijk, dit is nog altijd makkelijk, met gras. Je valt even goed, maar dat is niet zo erg. Die trapveldjes zijn fantastisch voor een bepaalde beginontwikkeling. Belangrijk is natuurlijk ook dat er een veldje naast komt te leggen met asfalt, want op asfalt kunnen minder validen meedoen, kunnen de stoelen rijden, kun je basketballen. Maar je kan niet alles in één dag.

Wat doen jullie aan de trapveldjes en wat wordt van anderen verwacht?
,,Wij zorgen dat het in orde komt, dat het onder onze auspiciën gedaan wordt, de scholen in de buurt zorgen dat er een schooltoernooi georganiseerd wordt, de voetbalclubs zorgen dat er af en toe eens een bekende jongen langskomt, speelt, of een training geeft. Voor de clubs is het alleen maar goed dat er weer gevoetbald wordt, dat ze een relatie met de mensen hebben. Het is voordelig voor iedereen.'

Ook de KNVB helpt bij de totstandkoming van trapveldjes (42 bij 28 meter groot). Spelers van het Nederlands elftal droegen een gedeelte van hun op het Europees kampioenschap in Portugal verdiende premie af voor de aanleg van drie Oranje Cruyff Courts, in de steden waar Oranje zijn wedstrijden speelt (Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven), en alle 37 clubs uit het betaald voetbal kunnen ook in hun gemeente een Cruyff Court krijgen. Dit is waar we de komende tijd hard mee bezig zijn.'
Cruijff laat zijn vingers door een kleurenbrochure van de Oranje trapvelden lopen. ,,Hartstikke leuk. Oranje doelen, blauw hek; gewoon Nederlands.'

Foto ANP

Foto ANP

De totstandkoming van die Oranje-veldjes is een tastbaar bewijs van je goede relatie met de KNVB. De verstandhouding was nog nooit zo goed.
,,Ik heb een uitstekende relatie. Ook voor die tijd heb ik geen slechte relatie gehad, maar ze dachten gewoon anders.'
Het Nederlands voetbal ligt de in Barcelona woonachtige Cruijff nog altijd na aan het hart. Onder meer zijn wekelijkse column in De Telegraaf en zijn analyses bij Studio Sport getuigen daarvan. Een zwakke plek is het grote aantal buitenlanders bij de clubs, vindt Cruijff. Minstens zes Nederlanders horen thuis in de basis, is zijn opvatting.

,,Als je het voetbal goed wil doen, dan moet je zorgen dat er meer Nederlandse spelers op het veld komen, want er zijn veel te veel buitenlanders. Ga daar eerst eens paal en perk aan stellen. Hoe wil je anders je nationale elftal onderhouden. Elk land heeft hetzelfde probleem. Dus zeg je, jongens begin er maar mee, begin bij jezelf, want je kan er geen reguliere wet van maken, want de Europese Gemeenschap verbiedt dat. Voor Nederland is het denk ik helemaal ontstellend belangrijk, nog belangrijker dan voor de rest, omdat hier nu eenmaal niet genoeg geld zit om alles te kunnen kopen wat je wil. Dat is punt één. Dat gaat dus niet. Dus wat kopen we? Dat is toch tweederangs. Tussen haakjes hè? Zonder iemand te beledigen. Maar je kan in Nederland niet zeggen, ik koop de beste spits, want daar kan je niet aan meedoen.'

En zo is Ajax bezig geweest met een Armeense aanvaller, en een Griekse spits (Charisteas, die inmiddels is aangekocht).

,,Zijn we nou niet in staat zelf dit soort spelers op te leiden? Als we daar niet toe in staat zijn, dan klopt de opleiding niet. Als je niet eens de top op kan leiden, kan je dan wel wat er onder zit opleiden?'

En zo komt een jongen als Daniël de Ridder bij Ajax niet aan de bak.
,,Dat zijn dus de dingen dat je zegt van, jongens, dat is dus een partij scheefgroei op bijna elk onderdeel en gebied. Als Barcelona in de competitie afgelopen zondag met zes jeugdsspelers kan spelen, dan kan echt Ajax dat ook, op z'n gemakkie. En dan hoeven ook al die andere clubs in Nederland geen acht, negen of twaalf buitenlanders te hebben.'

Je ziet ook aan AZ dat het anders kan.
,,Mooi voorbeeld. Fantastisch voorbeeld. Doe dat dan ook na.'

Jij zou tegen Ajax zeggen, zoek in Nederland een spits en niet een of andere Griek die bij Werder Bremen op de bank zit.
,,Laat gaan. Ik bedoel, het is altijd hetzelfde. Maar ook de Nederlandse voetbaleconomie kan je het makkelijkst ondersteunen door te zorgen dat het geld in Nederland blijft circuleren. Dus je kan beter een speler van FC Utrecht kopen als één van Bremen, om maar wat te noemen. Dat geld blijft dan hier. Dan moet Utrecht weer een speler ergens anders kopen, hier dus, en die moet ook weer vervangen worden door een speler van hier. Zo wordt de voetbaleconomie er beter van.'

Maar dan zeggen de clubs dat die spelers er hier niet zijn.
,,Oké. A: is dat zo? B: dan moet je naar je opleiding kijken, want als het materiaal er niet is, wordt dat waarschijnlijk niet of niet goed opgeleid.'

Kun je in een paar zinnen uitleggen waarom volgens jou de jeugdopleiding in Nederland niet deugt?
,,Over het algemeen, als je het eindproduct ziet, zie je dat het technisch niet volledig is, niet goed is.

Je ziet tegenwoordig bijvoorbeeld dat een linksbuiten wordt opgeleid, maar die is dan niet meer geschikt om rechtsbuiten te spelen of spits.
,,Daarom is de beste opleiding ook op straat. Als iemand niet op links kon, dan droeg ik het op om apart te gaan trainen. Dan zei ik, `nou, zo doe je het, en los het nu zelf maar op. Ga die zaal in, of zoek een muur op, of weet ik veel wat.' Als je dus op straat voetbalt, heb je lichaamsbeheersing, heb je meer handelingssnelheid nodig, als je op straat speelt, hou je rekening met een bal wie niet goed stuitert, je bent de bal de baas. In een training zie je vaak een totaal andere situatie. Wat de technische aspecten betreft: over het algemeen zie je dat een bal niet goed ingespeeld wordt, dat die niet in de loop gespeeld wordt, er is geen balsnelheid en ga zo maar door.

Foto ANP

Foto ANP

,,En dan zijn het hoofdzakelijk de simpele ballen. Omdat er veel meer publiciteit en aandacht is voor de tierelantijnen om het zo maar te noemen, het kunstje van weet ik veel wie. Het echte spel is gewoon een bal heel simpel op een goeie manier neerleggen. Dat andere is misschien voor één of twee spelers weggelegd. Bijvoorbeeld Ronaldinho. Wat die allemaal met een bal doet, is natuurlijk fantastisch om te zien. Super.'

Van Ronaldinho gaat veel dreiging uit, maar als je naar het rendement kijkt, valt het wel tegen.
,,Dan is het anders. Nou goed. Maar dat zijn ook dingen die je moet leren. Bijvoorbeeld wanneer zet ik een actie in, en wanneer juist niet.'

Het is wel een speler die ook een beetje jouw stijl heeft.
,,Jawel.”

En die ook enigszins bij jou in de schaduw kan staan.
,,Hartstikke leuk om te zien. Maar nog even terug naar de jeugdopleiding: wat je dus vaak ziet is dat je opgeleide trainers hebt en geen natuurlijke trainers. Misschien zou je weer eens terug moeten naar af en zeggen, jongens, tot veertien jaar mag er geen opgeleide trainer bij, maar gewoon een oud-voetballer van het eerste elftal. En laat die maar gek met ze doen.'

Dat gebeurt toch ook bij Ajax wel?
,,Waarom spelen er dan zo weinig in het eerste? Dat weet je dus niet. Ik ben er dus te weinig bij om er een oordeel over te kunnen geven.'

Met name weinig aanvallers. Nu Babel, maar er zijn bijna geen aanvallers meer die er door komen. Heitinga en De Jong, dat zijn verdedigers.
,,Dan zal je dus moeten gaan kijken en analyseren waarom dat gebeurt.'

Ajax heeft wel veel oud-spelers bij de jeugd.
,,Ajax was op een gegeven moment op een goeie weg natuurlijk, met Van Basten, Rijkaard, Van 't Schip en noem maar op, en toen kwam er op een gegeven moment een kink in de kabel.'

Dat is iets voor de nieuwe technisch directeur. Wie moet dat worden?
,,Weet ik niet. Maar de mooie tijd hebben ze voorbij laten gaan. Toen Beenhakker wegging, was Rijkaard in de buurt en nog een hoop mensen.'

En die heb jij gepakt, via Barcelona-voorzitter Laporta.
,,Nee. Ik heb niemand gepakt. Helemaal niet zelfs. Nee, nee. Die wilde in die tijd Koeman hebben. Tenminste, wat je allemaal hoort en leest. Ik denk dat ze zelfs bij Ajax geweest zijn om te kijken of ze Koeman misschien los konden krijgen of zo. Denk ik hoor.'
Rijkaard zou de ideale man zijn geweest, als technisch directeur?
,,Dat weet ik niet. Dat weet ik niet. Maar die mogelijkheden waren er.'

Zo’n type zou het nu weer moeten worden?
,,Weet ik niet. Je moet kijken wat er aan mankeert en van daaruit iemand aanstellen. Ik heb toen gezegd, je hebt een voetbalman nodig, want voetballend klopt het niet. Ik denk dat dat nu nog hetzelfde is.'

Wilfried de Jong noemde je onlangs in een interview de schaduwtrainer van Barcelona en van het Nederlands elftal, omdat daar twee protégés van je zitten, Rijkaard en Van Basten.
,,Nou, dat is een beetje heel erg overdreven. Ik ken Laporta goed, ik ken technisch directeur Beguiristain goed, ik ken Rijkaard heel goed.'

Dus zo overdreven is het ook weer niet.
,,Jawel, jawel. Jawel. Dat is heel erg overdreven.'

Wordt je rol groter ingeschat?
,,Die wordt veel groter ingeschat dan dat-ie is.'

Dat meen je niet.
,,Het is gewoon zo.'

Dus Laporta, de voorzitter van Barcelona, die zou dan op Fingerspitzengefühl alles goed hebben gedaan?
,,Nee, dat zeg ik niet. Hoe het normaal gesproken functioneert is dat Rijkaard niet achterlijk is, helemaal niet zelfs. En Beguiristain is dat niet, Ten Cate is dat niet: het zijn ook drie verschillende mensen. Ze kunnen allemaal goed praten, dus daar komt wel wat uit. Als er op een gegeven moment twijfel is, is er nooit iemand van die drie te groot om te zeggen, `hé, wat vind jij?' Maar het is he-le-maal niet zo dat ik hun bel en zeg, `hé, ik vind dat en dat'. Zeker niet. En als zij een twijfel hebben, dan vertel ik natuurlijk mijn mening, maar het blijft wel altijd hun beslissing.'

Als Rijkaard je vraagt, ‘Ronaldinho, is dat iets voor Barcelona?’
,,Dan zeg ik ja of nee. Ten eerste is dat niet gevraagd. Hij kan zeggen, dit en dit bevalt me niet zo, wat vind jij. Je kan dit doen, je kan dat doen, je kan zus doen, je kan zo doen. Maar goed, dat is iets wat we ons leven lang gedaan hebben. Om wie het dan ook ging. Het is niet zo dat wij nu toevallig contact hebben omdat hij daar nu zit. Dat is helemaal niet zo. Toen ik in Barcelona zat en hij bij Sparta, is-ie bestuurslid geworden van de Foundation. En voor die tijd hebben we toch ook altijd over voetballen gesproken, dus nu dat-ie daar zit mag het niet opeens meer? Het is hetzelfde met Van Basten bij de KNVB. We zien mekaar zo vaak. We golfen, praten over voetballen, altijd bellen we, `hé, heb je dit gezien, heb je dat gezien'. Door de jaren heen.'

En Van Basten laat zich daar niet een beetje door beïnvloeden?
,,Marco weet exact wat-ie wil en exact wat-ie niet wil, en die heb ook momenten dat-ie twijfelt. Als hij van de tien beslissingen, of twintig, er één twijfelt, en denkt hé, ik twijfel, ik kom hier niet uit, vraagt-ie: `wat vind jij'. Nou, ik vind dat en dat. `Oké, bedankt'.'

En gaat dat dan ook over de opstelling?
,,Neu, neu, neu, neu. De helft van die gasten ken ik niet eens. Ik ben hier haast nooit. Ik zie ze niet spelen bij hun club, al helemaal de nieuwe niet.'

Je zat ook in Barcelona op de tribune, bij Andorra-Nederland.
,,Er zijn momenten dat je zegt, je kan dit doen of je kan dat doen. Dit en dit en dit, kijk er eens naar.'

Hoe vind je dat Van Basten het tot nu toe heeft gedaan?
,,Uitstekend. Ik vind het uitstekend wat hij gedaan heb. Als je dus begint alleen al met de hele sfeer. De uitstraling, de manier, alles. Er is gewoon een totaal andere weg ingeslagen. Je merkt het ook aan de sponsors.'

Is het ook een verantwoorde weg?
,,Hoe bedoel je dat?'

Omdat er toch best wel veel risico in z’n tactiek ligt.
Cruijff moet lachen: ,,Het gaat toch goed?'