Een wonder

,,Deze maand zou ik mijn laatste concert hebben gegeven. Het ging niet meer, het was op met Nello. Ook deze cd zou mijn laatste zijn. Al een jaar geleden zeiden de doktoren in het Dijkzigt-ziekenhuis: het wordt niks meer. Alles was triest. Ik voelde me een oude man, ik dronk te veel, ik had geen energie meer om les te geven, ik gaf mijn viool weg, en ik liep bij de psychiater. Maar nu is alles anders. Ik speel weer en zit vol plannen. Het is een wonder.''

Nello Mirando (48) staat als primas voor het Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando, waarin zijn vader, diens drie broers en een neefje meespelen, en leidt eveneens het zigeunerorkest Servus, dat vorige week de nieuwe cd Depen / Regen heeft uitgebracht.

,,Tata, mijn vader, vond dat ik naar het conservatorium moest. Hij was bang dat ik geen baan zou krijgen als ik geen noten kon lezen. Daar ben ik wel dankbaar voor, want het is handig. Techniek heeft weliswaar niets met muziek te maken, maar het is wel een goed hulpmiddel. Maar toen ik daarna een tijdje concertmeester was bij het Nederlands Jeugdorkest, ging het al mis. Als ik één keer naar de noten keek, kende ik het. Daarna wilde ik niet meer kijken, want je kunt niet uit je hart spelen en tegelijkertijd opletten wat er staat. Dat vonden ze arrogant. Toen ik weg was, voelde dat als een bevrijding. Een leven lang in de orkestbak zitten, opgaan in de massa – voor geen prijs!

,,Een mooi moment vond ik die keer in het Concertgebouw in Amsterdam, met Tata en zijn broers. De jongste is zeventig en ze zijn niet te temmen. Ik wist nog niet wat ik zou gaan spelen, en zei tegen mijn vader: geef maar een c-mol-intro. Hij begon – en het laatste stukje dat hij speelde, was de intro van een bekend nummer. Pas toen wist ik wat ging doen. Dat is muziek maken zoals het mij het liefst is: opletten wat een ander doet en daarop inspelen vanuit je eigen muzikaliteit.

,,Maar ik had een aangeboren afwijking, een rare ruggenmergziekte die de spieren opvreet. Dat werd steeds erger. Mijn vingers wilden niet meer. De cd met Servus – mijn muzikale kinderen – ging nog goed, maar de ondertoon was verdrietig. Het zou mijn laatste zijn. Tot we kort na de opnamen, deze zomer, een nieuw huis kregen. Van een kelder zonder ramen verhuisde ik naar het licht. Op de hoek van de straat zag ik een sportschool. Ik dacht: laat ik maar eens wat gaan sporten. En daar was een fysiotherapeute, die zei dat ze me wilde behandelen. Aanvankelijk had ik er geen zin in, ik had al zo váák fysiotherapie gehad. Maar ze begon, en het voelde meteen goed. Al gauw merkte ik, dat ik met mijn wijsvinger een knoopje dicht kon maken – en dat was me al zes jaar lang niet meer gelukt. Het ging steeds beter.

,,Na twee maanden wilde ik weer viool spelen. Ik heb nu een instrument van de vioolbouwer Ronald de Jong, een vreemde vioolbouwer die zich óók niet aan de regels houdt. Het is de eerste keer dat ik een eigen viool heb, want mijn vorige had ik van Tata gekregen. Dat maakt het heel bijzonder. En nu? De angst dat de ellende terugkomt, is er nog wel. Die zal ook niet meer weggaan, denk ik. Maar ik sta weer overal voor open. Ik wil weer muziek maken – en dat is het wonder.''

Nello Mirando & zigeunerorkest Servus: Depen / Regen. Syncoop 5765 CD 281