Een liefdesverklaring aan alles wat het leven mooi maakt

Onlangs verscheen de debuut-cd van de oude blueszanger Nathaniel Mayer. Na vier decennia afwezigheid, klinkt hij als nieuw.

Als er enige gerechtigheid is, wordt 2005 het jaar van blueszanger Nathaniel Mayer. Dan vieren we straks de wonderbaarlijke terugkeer van de verloren zoon in het land van de popmuziek. Omstreeks 1962 had Mayer in Amerika al een hit met het liedje Village Of Love. Hij was toen achttien. Inmiddels is hij bijna eenenzestig. Zoals John Lennon ooit een lost weekend had, zo heeft Nathaniel Mayer vier decennia zoekgemaakt. Drank en drugs beheersten zijn leven totdat de man met de bijnaam Nay Dog vorig jaar aanklopte bij het blueslabel Fat Possum in zijn woonplaats Detroit. Of ze wat geld hadden voor kleren en liefde, vroeg hij. Dat kreeg hij en hij maakte als dank een plaat. I Just Want To Be Held werd, na de drie singles uit de jaren zestig, Mayers eerste volledige cd.

I Just Want To Be Held is een knetterende liefdesverklaring aan alles wat het leven mooi maakt, en lelijk. Met zijn razende energie en weergaloze timing laat Mayer horen dat rudimentaire blues soepel kan overgaan in een funky soort soul; dat je na een leven lang roken en drinken toch een geluid overhoudt dat in kracht en furie de vloer aanveegt met menig adolescentenkeeltje. En dat een cd uit 2004, volgespeeld met krakende bluessolo's en drums die klinken als pannendeksels, dezelfde ongecompliceerde schoonheid kan hebben als eentje uit 1958.

Zijn songtitels maken duidelijk dat Mayer weet hoe je het moet aanleggen met deze of gene. I wanna dance with you, zegt hij in liedje nummer 1, of You are the one. Whats your name vraagt hij liefjes, om in een volgende te verklaren: I'm in love. Mayer schreef zijn nummers allemaal zelf, maar van John Lennon leende hij het bedrogen-geliefdeslied I Found Out, dat hij zingt met een stem zo rauw dat hij op een vervormde gitaar lijkt. Alsof het verraad van die vrouw alle menselijkheid uit hem heeft weggeslagen. Als hij zichzelf in het volgende nummer weer een Satisfied fool kan noemen, is de ziel snel terug: omringd door weelderige blazers croont Mayer er op los.

Dat Mayer koos voor Detroit zal wel geen toeval zijn, want Detroit is de stad waar de afgelopen jaren het huwelijk tussen blues en garagerock werd gevierd, door succesvolle groepen als The White Stripes en The Detroit Cobras. Het is dan ook ex-Detroit Cobra-gitarist Jeff Meier die nu de band van Mayer aanvoert tijdens zijn, naar verluidt, woeste live-optredens.

Aan de liedjes van The White Stripes is af te horen dat zanger/gitarist Jack White wel eens heeft geluisterd naar vroege Mayer-composities als I Dont Want No Bald Headed Woman Telling Me What To Do of I Have A Dream. En er zijn meer parallellen met eigentijdse muzikanten: uit de manier waarop schreeuwblues-adept Jon Spencer kreunt en krijst, blijkt dat ook hij ooit te rade ging bij Mayer.

In de jaren zestig nam Mayer zijn nu vergeten singles op voor het obscure platenmaatschappijtje Fortune Records. Nu kon hij terecht bij Fat Possum, het label dat ons ook knoestige blueszangers als R.L.Burnside en T-Model Ford bracht, en natuurlijk soul-koning Solomon Burke. We wisten het al van de ex-verhuizer Johnny Dowd (als popmuzikant begonnen na zijn 50ste),Burke, maar Mayers geschiedenis bewijst het opnieuw: beter laat dan nooit.

Nathaniel Mayer: I Just Want To Be Held (Fat Possum FP1-16-2)