Alarmsysteem voor tsunami's nog niet feilloos

Driekwart van het aantal waarschuwingen voor een tsunami in de Stille Oceaan blijkt uiteindelijk loos alarm.

De meeste tsunami's doen zich voor in de Stille Oceaan. In de ronde getallen van de Amerikaanse oceanografische dienst NOAA zijn het er gemiddeld vijf per jaar. In een eeuw kostten die ongeveer 50.000 mensen het leven, dus gemiddeld honderd slachtoffers per tsunami. Dat was voldoende om een waarschuwingssysteem voor tsunami's op te richten. Per slot planten de oceaangolven die door een onderzeese aardbeving, aardverschuiving of vulkaanuitbarsting worden opgewekt zich volgens bekende fysische wetten voort. Het arriveren van het golffront kan met een nauwkeurigheid van een minuut of tien worden voorspeld.

In 1948 kwam men tot de oprichting van het Pacific Tsunami Warning System (PTWS) waaraan een twintigtal landen meewerkt. Het organisatorisch centrum op Hawai is in Amerikaanse handen. Na de vernietigende tsunami die in 1964 door een aardbeving bij Alaska werd opgewekt kreeg dat gebied een eigen waarschuwingssysteem.

Het systeem combineert seismische metingen met getijmetingen. Lang niet alle aardbevingen brengen een tsunami teweeg, maar voor de zeer krachtige bevingen is die kans, afhankelijk natuurlijk van de plaats van het epicentrum, wel groter. Het waarschuwingssysteem wordt geactiveerd door bevingen met een kracht van 7 of meer op de schaal van Richter. Omdat meestal direct bekend is waar het epicentrum van de beving ligt kan door observatie van de getijbeweging rond het epicentrum tamelijk snel, zelfs binnen een uur, worden nagegaan of al of niet een tsunami is ontstaan. Is dat het geval dan kan de dienst NOAA per satelliet een `Tsunami Warning Bulletin' verspreiden. Het streven is kwetsbare kustbevolking binnen een uur te waarschuwen.

Het Pacific Tsunami Warning System gebruikt een dertigtal seismische stations en ongeveer zeventig peilstations voor getijmetingen. Een succes is het niet. In zo'n driekwart van de gevallen wordt, volgens eigen opgave van de NOAA, vals alarm geslagen, omdat de golfhoogtes van tsunami's aanvankelijk niet opzienbarend zijn en er bovendien veel `ruis' zit in zeebewegingen. Er komt bij dat tsunami's ook kunnen worden opgewekt door onderzeese aardverschuivingen die géén krachtig seismisch signaal geven.

Daarom wordt hard gewerkt aan een moderner systeem dat op detectie van de tsunami's zelf is gericht. De bedoeling is in gevoelige gebieden grote hoeveelheden zeeboeien te meren die samen automatisch melden als zich een tsunami ontwikkelt. De `Real-Time Tsunami Reporting' van de NOAA is voorlopig nog experimenteel.

De NOAA-boeien worden verankerd boven zenders die op de zeebodem liggen en die door drukmeting permanent de hoogte van de bovenstaande waterkolom meten. De bodemapparatuur geeft het meetsignaal door aan de drijvende boei en die zendt het naar een satelliet. Het systeem is nog in het prototype-stadium maar biedt goede hoop voor de toekomst. Veel zal afhangen van de combinatie van signalen die van de talrijke boeien komen. Die geven een duidelijker beeld van de ontwikkelingen dan een enkele getijmeting aan de kust.

Het kan, gezien de wetmatigheid van de golfbeweging, ook simpeler. Toen de kust van Sumatra door een tsunami was getroffen die overduidelijk door een lokale aardbeving was veroorzaakt, was het een kleine moeite geweest landen als Sri Lanka of India voor de dreiging te waarschuwen.