`Wij verkopen normbevestiging'

Ahold, Boonstra, Veer Palthe Voûte, Landis: 2004 was op het gebied van financiële fraude het jaar van de strafprocessen. Het OM zegt na moeizame jaren beter grip op de sector te krijgen. Maar het kan allemaal nog beter en vooral: richtinggevender, vindt fraudeofficier Hendrik-Jan Biemond. ,,In Nederlandse boardrooms moet het niet alleen over de SEC gaan, maar ook over ons.''

Een foto?

Hendrik-Jan Biemond (35) kijkt zuinigjes. Of dát nou per se moet? Kan er niet ,,iets neutraals'' als illustratie bij dit interview? Een justitiegebouw of zo?

Het is duidelijk: publiciteit, daar houdt deze officier van justitie eigenlijk niet van. En een foto, dat ziet hij helemaal niet zitten.

Braaf draait hij het verhaal af dat, zeker na het aantreden van superprocureur-generaal De Wijkerslooth, als credo van het openbaar ministerie (OM) geldt: het gaat niet om de personen, het gaat om het instituut, om justitie.

Maar achter zijn goudomrande brilletje zie je hem denken: Natuurlijk onderken ik het belang van publiciteit. Ook het OM ontkomt er niet aan om af en toe uit te leggen wat men eigenlijk wil, welke visie er leeft en hoe het verder moet met, in zijn geval, de financiële fraudebestrijding. En bij een interview hoort nou eenmaal een gezicht.

Bijna gelaten hoort hij de tegenargumenten voor het wel maken van een foto aan. Oké, oké, het moet dan maar in vredesnaam. Maar, laat dat duidelijk zijn: geen persoonlijke vragen.

Wel jammer.

,,Hoezo?''

Bijvoorbeeld omdat u een succesvol bestaan als financieel fraudeadvocaat bij Allen & Overy inruilde voor een baan bij het in die wereld als suffig bekendstaande OM. Waarom zou het publiek eigenlijk niet mogen weten wat uw persoonlijke overwegingen waren om die overstap te maken?

,,Omdat aandacht voor mijn persoon alleen maar afleidt. Daarom verschijn ik maar héél zelden in de pers, want ik weet precies wat er dan gaat gebeuren. Allemaal life style-vragen en verhalen over Biemond die er tonnen in salaris op achteruitging en dat soort onzin. Laatst stond ik weer in de Volkskrant. Bleek ik kandidaat te zijn voor de uitverkiezing van de `Nederlander van het Jaar' omdat ik een veelbelovend officier zou zijn. Leuk voor m'n familie, maar het is natuurlijk dwaasheid dat ik op zo'n lijstje word gezet. Het gaat om mijn werk en niet om mijn persoon, nog los van de vraag of lezers van die krant wel kunnen beoordelen of ik mijn functie goed uitoefen. Ik wil echt ver blijven van dat soort mediagedoe.''

Of u het nou erg vindt of niet, een officier van justitie is nu eenmaal ook een publiek figuur, zeker als hij grote zaken als de Ahold-affaire doet.

,,Da's waar. Maar het belang van het individu wordt wel enorm overschat.''

Maar het andere uiterste is om niet te vertellen waarom u officier bent geworden. Dat heeft toch iets krampachtigs?

,,Daar heeft u weer gelijk in. Oké, over die overstap wil ik dan wel iets zeggen. Ik heb dat gedaan omdat ik een tijdje voor de publieke zaak wilde werken. De advocatuur was geweldig, ik heb er veel geleerd. En het is waar, je kan in die wereld, zeker op termijn, goed verdienen. Maar er is meer. Ik vind het gewoon belangrijk om mijn vak ook eens een periode vanuit het publiek belang te dienen. Ik wil mijn financiële expertise een tijdje voor dat belang inzetten.''

Beetje idealistisch?

,,Ik ben heus geen missionaris. Maar ik voel me wel betrokken bij de publieke zaak. Ik ervaar het als vervelend als het openbaar ministerie wordt neergezet als een nietskunnende ambtelijke organisatie. Want dat is niet alleen onjuist, het is ook gevaarlijk. Ik vind het echt zorgwekkend als een officier van justitie door een verdachte in de rechtszaal wordt neergeslagen [zoals voormalig aanklager Tonino twee jaar geleden overkwam in een van de Clickfondszaken, red.] en dat incident diezelfde avond lacherig wordt besproken in Barend en Van Dorp met de dader als stralend middelpunt. Terwijl zo'n actie een aanslag op de rechtsorde is. Maar kennelijk wordt het OM te weinig als `van onszelf' gezien in de samenleving. Terwijl we een overheidsinstituut zijn dat een wezenlijk maatschappelijke rol vervult, daar moeten mensen juist bij wíllen werken.''

Hoe zou het dan komen dat u een van de zeer weinigen bent die die stap naar dat OM hebben gemaakt?

,,Daar word ik ook niet zo vrolijk van. Dus ik zou bij deze graag de oproep willen doen aan al die mensen bij advocatenkantoren, uit de accountancy of bij de grootbanken: werk eens een tijdje voor de publieke zaak. Serve your country for a while, in Amerika is dat heel normaal.''

Zou het er ook niet mee te maken hebben dat het OM inhoudelijk niet zo'n goede reputatie heeft, zeker op het gebied van fraudebestrijding?

,,Zou kunnen. Maar als dat zo is, vind ik het kortzichtig. Het OM heeft na 1997 enkele moeilijke jaren gehad, vooral veroorzaakt door de afloop in enkele Clickfondszaken. [De grote nog steeds doorlopende `beursfraudezaak' die startte in 1997 en waarin de oorspronkelijke zware verdenkingen tot nu toe maar minimaal konden worden waargemaakt, red.] Ook intern heeft dat z'n weerslag gehad. Toen ik hier begon, merkte ik wel iets van een Clickfonds-trauma, dat men overdreven voorzichtig was om zaken aan te pakken. Soms was er de neiging niet zozeer te doen wat je móét doen, maar wat je kán. Maar ik heb het gevoel dat we daar nu wel doorheen zijn. We staan op een punt dat we als Functioneel Parket weer duidelijke signalen durven te geven.''

Toch neemt dat niet weg dat de resultaten in het verleden niet geweldig waren. Niet zozeer qua veroordelingen, maar wel qua visie. Waar is het OM nu echt richtinggevend geweest in de financiële fraudebestrijding de afgelopen jaren?

,,Dat kan altijd beter en geprofileerder. Maar het is een karikatuur om de betekenis van het OM weg te poetsen en alles in dat Clickfonds-perspectief te zien. Natuurlijk zijn in die zaak fouten gemaakt en natuurlijk mag en moet daar kritiek op zijn. Maar Clickfonds heeft ook voor goede dingen gezorgd. Er zijn wel degelijk veroordelingen geweest en er is een dynamiek in de fraudebestrijding op gang gekomen. Er is inmiddels veel veranderd: in de organisatie van het OM, in de kennisuitbouw bij de opsporingsdienst FIOD-ECD. We hebben in 2004 veel zaken op zitting gehad en ook successen behaald. Maar ja, daar lees je dan weer nauwelijks over. Dat bedoel ik met wat ik net zei: het negatieve over het OM wordt wel erg overbelicht.''

Dan moet dat OM de successen beter voor het voetlicht brengen.

,,Maar dan moeten journalisten ook daarover schrijven en naar zittingen komen! Bovendien: áls de pers naar de rechtszaal komt, dan gaat het vaak over personen, om relletjes en niet zelden om OM-bashing. Zaken die wij voorbrengen zijn complex en om daar goed verslag van te kunnen doen, moet je wel wat onderzoek doen. Wie van de journalisten neemt de tijd om zich echt in een zaak te verdiepen? Eerlijk gezegd vind ik de Nederlandse financiële pers onder de maat. Niet alleen in de verslaggeving van zittingen trouwens, ook op het gebied van achtergronden en eigen onderzoek heb ik de indruk dat daar maar weinig in wordt geïnvesteerd. Maar goed, ik geef toe: ook wij kunnen dingen beter doen: uitleggen, meedenken, onszelf beter op de kaart zetten.''

Hoe dan?

,,Justitie moet duidelijk laten zien dat er bestraffing volgt als je een scheve schaats gereden hebt. Dat geldt ook voor de haute finance. Hier geldt de simpele wet van Von Feuerbach: het bewaken van normen werkt pas bij een reële pakkans en een afschrikwekkende bestraffing. Als er in Nederland kritiek komt op de hoge beloning van bestuurders, dan roepen die altijd dat je naar internationale maatstaven moet kijken. Prima, maar dan moet je de consequentie aanvaarden dat straffen en boetes óók in een internationale context worden geplaatst. In Nederlandse boardrooms moet het niet alleen over de SEC [de gevreesde Amerikaanse beurstoezichthouder, red.] gaan, maar ook over ons. De ernst en urgentie van financiële fraude mag niet alleen vanuit de VS komen, maar ook vanuit hier.''

Maar waarom is die urgentie vanuit de VS er? Omdat de topmannen daar in de boeien worden weggevoerd en er hoge straffen zijn. Terwijl men hier na een eindeloos proces er, bij wijze van spreken, met een taakstraf vanaf komt.

,,Dat heeft te maken met het Amerikaanse systeem. Die hoge straffen staan gewoon voorgeschreven in sentencing guidelines. En je krijgt daar strafvermindering als je maar snel bekent en meewerkt. Je moet je afvragen of je dat systeem hier wil. Hier staat toch de waarheidsvinding centraal. En dat moeten we zo houden. Maar dat sluit niet uit dat we niet duidelijk kunnen aangeven wat we tolereren. En dat we ook in Nederland stevige straffen kunnen eisen. Die middelen hebben we, aan de wet ligt het niet.''

Waaraan dan wel?

,,Aan het verleggen van de focus. Vroeger spraken we met de financiële opsporingsdienst FIOD-ECD af hoeveel zaken we in een jaar zouden draaien. Tegenwoordig kijken we veel meer naar welke zaken we goed kunnen doen. Zaken die normbevestigend werken, waarvan het publiek kan zien: dit deugt niet en daar doet het OM namens de samenleving wat aan. Wij verkopen normbevestiging, dát is wat wij doen.''

Ziet u een trend in de ontwikkeling van de witteboordencriminaliteit?

,,In de jaren negentig was het toverwoord shareholders value, het ging om het belang van de aandeelhouder en het op peil houden van de koersen. In de bestuurskamers werd alles gericht op zelfbenoemde doelen die door de hele organisatie werden gejaagd. Daardoor raakte men verwijderd van de realiteit. De afgelopen jaren hebben we gezien dat de toezichtstelsels daar niet op waren voorbereid en te weinig instrumenten hadden.''

Dan bedoelt u dus raden van commissarissen en accountants.

,,Zeker. Al zie je nu wel aanpassingen. De code-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur heeft z'n doorwerking. Zo krijgt het Audit Committee (de `boekhoudcommissie' van de commissarissen) steeds meer gewicht. Maar ik vind wel dat je dan consequent moet zijn. Dat de externe accountant bijvoorbeeld rechtstreeks aan dat Audit Committee moet rapporteren en niet aan de raad van bestuur, zodat er niet het risico ontstaat dat zo'n accountant te veel met het bestuur van de onderneming mee gaat denken.''

Gaat het OM dan ook scherper op de externe accountant letten?

,,Natuurlijk. In 2005 krijgen we een nieuwe toezichtswet, waarbij de Autoriteit Financiële Markten toezicht op de accountant gaat houden en wij als OM dus ook mee gaan doen in die discussie. Nu is het allemaal nog zelfregulering, maar vanaf volgend jaar prevaleert de norm van het publieke belang boven die van het commerciële belang. En het doel van de nieuwe wetgeving is om die norm ook te handhaven. Dat zullen we nauwgezet in de gaten gaan houden. Vergeet niet dat wettelijk is vastgelegd dat het publiek op die accountant moet kunnen vertrouwen. In de spanning met die opgejaagde bedrijfsresultaten is dat misschien wel eens gaan wringen.''

Ik hoor allerlei elementen terug uit de Ahold-zaak, waarin u de behandelend officier bent. Dat lijkt me nou typisch zo'n kwestie waarin het OM die normbevestiging wil onderstrepen.

,,Ik kan niet antwoorden op vragen over lopende zaken, dat weet u.''

Het was ook meer een constatering, voortkomend uit uw eerdere verhaal.

,,Aah, zo! En dan gaat u nu zeker opschrijven: Hendrik-Jan Biemond glimlacht veelbetekenend.''

Zoiets, ja. Mee eens?

,,Haha. Het spijt me: ik zwijg.''

Dit is het tweede deel in een serie eindejaarsgesprekken in E. Het eerste deel, een vraaggesprek met supermarktdirecteur Dirk van den Broek, verscheen gisteren.