Terug naar wat over is van Falluja

Hoewel het voormalige Iraakse rebellenbolwerk Falluja nog lang niet rustig is, zijn de eerste inwoners gisteren naar hun wijk teruggekeerd.

Anderhalve maand na hun vlucht zijn gisteren de eerste inwoners van het voormalige Iraakse rebellenbolwerk Falluja teruggekeerd naar hun woningen of wat daarvan over is na het offensief van duizenden Amerikaanse mariniers.

De sunnitische stad ten westen van Bagdad is nog verre van rustig: zeker drie Amerikaanse mariniers werden gisteren bij gevechten in Falluja gedood en F-18 gevechtsvliegtuigen voerden bombardementen op het centrum van de stad uit. Meer naar het zuiden was tank- en machinegeweervuur te horen en de houwitsers van Camp Falluja ten zuidoosten van de stad bulderden de hele dag door.

Lang niet alle rebellen van Falluja zijn gedood, gevangen genomen of uitgeweken. Afgezien daarvan is er in de stad nog geen stromend water of elektriciteit. De mariniers hebben gezegd dat herstel daarvan nog weken kan duren. In afwachting daarvan zijn grote vaten met drinkwater neergezet. De Iraakse interim-regering wil namelijk koste wat het kost de stad weer bevolkt krijgen vóór de verkiezingen van 30 januari. Als in grote sunnitische steden als Falluja niet kan worden gestemd, verliezen de verkiezingen geldingskracht.

Meer dan 200.000 inwoners van Falluja zijn voor het begin van het Amerikaanse offensief op 8 november naar familie elders of naar tentenkampen in de omgeving gevlucht, waar velen in zeer precaire omstandigheden leven. De stad is sindsdien een spookstad, haast alleen bevolkt door wild geworden honden en katten.

Alleen inwoners van de minst beschadigde westelijke wijk Andalus mochten gisteren terug, om te blijven of, vaker, om poolshoogte te nemen. Het was uiteindelijk maar een aarzelend begin; van de 2.000 mensen die van de Iraakse interim-regering terugmochten maakten er uiteindelijk niet meer dan 900 van die mogelijkheid gebruik. Velen maakten rechtsomkeert toen ze de explosies van de bomardementen hoorden en rookwolken zagen opstijgen.

Amerikaanse mariniers hadden vier toegangen ingericht waar de mensen die terug wilden met behulp van identititeitskaarten of rantsoenkaarten moesten bewijzen dat ze echt inwoners van Andalus waren. Zoals aangekondigd werden van mannen van gevechtsleeftijd foto's en vingerafdrukken genomen en een irisscan gemaakt, om zeker te zijn dat geen rebellen mee-terugkeerden.

Verscheidene vluchtelingen zeiden alleen maar terug te keren om te zien wat er van hun woningen over is, of om bezittingen op te halen. ,,Ik wil niet in de stad blijven; ik wil alleen maar zien of mijn huis is beschadigd'', zei Mohammed Aboud (45), terwijl hij bij een controlepost stond te wachten. ,,Ik wil nog niet terug, Ik heb gehoord dat het nog niet veilig is.'',,Ik wil de schade aan mijn huis checken'', zei Laith Nawwaf (47). ,,Als het is verwoest, dan zal ik om schadevergoeding van onze regering vragen.''

De Iraakse interim-regering meldde gisteren in een verklaring dat families te zijner tijd 2.000 dollar compensatie krijgen voor gedeeltelijke schade aan hun huizen, 4.000 dollar voor aanzienlijke schade en 10.000 dollar als hun huis volledig is verwoest. Winkeliers krijgen 1.500 tot 3.000 dollar afhankelijk van de omvang van hun winkel en hun waar. De regering is ook van plan elke terugkerende familie 100 dollar te geven, een kachel en brandstofrantsoenen.

Maar veel inwoners van Falluja zullen zich wild schrikken als ze hun huizen zien. Amerikaanse mariniers zeggen dat veel mensen in de tentenkampen bij Falluja geen idee hebben van de omvang van de schade in hun stad. Er zijn weinig gebouwen die geen schade hebben opgelopen tijdens het offensief.

,,Terugkeer naar de situatie voor de oorlog kan jaren kosten'', aldus een woordvoerder van de Amerikaanse mariniers bij de stad, luitenant-kolonel Leonard DeFrancisci. ,,Simpele hervatting van een activiteit in de stad kan maanden vergen.''