Raadsels van de Berliner Secession

Aan het eind van de negentiende eeuw schoten de kunstenaarsverenigingen als paddestoelen uit de grond. Het Brusselse Les Vingt, De Wiener Secession en onze eigen Pulchri Studio vormen slechts de topjes van een enorme ijsberg. Waarom zochten al die kunstenaars zonodig een clubverband, juist in een tijd waarin de persoonlijke visie in de kunst meer en meer een rol ging spelen? In een tijd dus dat de kunst steeds individualistischer werd. Het antwoord is simpel. Het waren niet zomaar gezelligheidsverenigingen, het ging niet uitsluitend om geestverwantschap, maar vooral om het praktisch en economisch belang. Ook de in 1898 opgerichte Berliner Secession – nu in Laren het onderwerp van een expositie – had voornamelijk een praktisch doel: de leden wilden samen kunnen exposeren buiten het officiële circuit om. Kaiser Wilhelm II, die in 1888 was aangetreden, hield er in Pruisen een doodlopende kunstpolitiek op na. Wie niet volgens de (conservatieve) academische regels werkte kreeg geen opdrachten, mocht niet mee exposeren of werd naar een achteraf hoekje op de officiële exposities van de Verein Berliner Künstler gedrongen.

De kunstenaars van de Secession (letterlijk `afscheiding') waaronder Max Beckman, Lovis Corinth, E. L. Kirchner, Kokoschka, Käthe Kollwitz, Max Slevogt waren zeer soepel. Het ging hun er vooral om dat er uit een kunstwerk een oprecht gevoel sprak. De meesten van hen hielden zich met moderne thema's bezig en drukten de snelheid van het dagelijks leven en de stad vaak uit met een snelle techniek.

Zaal na zaal hangen in het Singer de merkwaardige, bijna onrustige producten van de schilders van de Berliner Secession. We zien voorbeelden van het stevige, tegen het expressionisme aanleunende impressionisme van Wolf Röhricht of Joseph Oppenheimer en van oprichter Max Liebermann zelf en zijn vriend de virtuoze colorist Lovis Corinth. Het zijn niet zomaar landschappen of portretten, het zijn oplossingen van schilderkunstige vraagstukken over kleur, vorm en evenwicht. Daarnaast hangen voorbeelden van zwaar aangezet naturalisme van bijvoorbeeld Hans Baluschek die het lompenproletariaat schrijnend wegzet. Op het podium van de Berliner Secession was ook plaats voor half symbolistische landschappen als die van Walter Leistikow en Franz Skarbina of het uitgesproken expressionisme van Erich Heckel.

Er is maar één ding dat al die kunstenaars lijkt te binden en dat is een tomeloze energie. Ze schilderden veel en snel. Van Lovis Corinth hangt er een mooi portret van zijn aanstaande vrouw, Charlotte, met een tastbaar geschilderde kanten japon. Hij zou zijn geliefde later nog zo'n tachtig keer vereeuwigen! Maar die energie blijkt niet alleen uit de kwantiteit. De toets van veel van dit Berlijnse werk is energiek evenals het kleurgebruik en de compositie. Neem Kirchners Kruispunt van straten. Dit Berlijnse stadsgezicht bestaat vooral uit groen/blauwe en gele vegen, geaccentueerd door zwarte. De figuurtjes in dit geconcentreerde beeld van verlichte straten bestaan uit niet meer dan een paar vegen en toch zie je de snit van hun mantel, sterker nog, je voelt bijna het bont van hun hoeden. Is dit schilderij de afspiegeling van beklemming, van angst voor het benauwende van de moderne stad? Of is de schilder juist gefascineerd door het haastige moderne leven?

Het topstuk op de tentoonstelling is het levensgrote portret van de Duitse ondernemer-politicus Walther Rathenau door Edvard Munch (1907). Toen hij het zag zei de geportretteerde er zelf over: ,,Een akelige kerel nietwaar? Dat komt ervan wanneer men zich door een groot kunstenaar laat schilderen, dan wordt men `meer lijkend' dan men is'.'' Achter de hautaine man in zijn smalle pak schilderde Munch in zijn typerende sensuele toets de schim van een vrouwelijk naakt. Het is maar één van de freudiaanse verwijzingen op deze tentoonstelling vol tegenstellingen en raadsels.

Tentoonstelling: Berliner Secession. Schilders van Berlijn 1888-1918, t/m 24/4 in Singer Laren, Oude Drift 1, Laren, 035-5393939, www.singerlaren.nl. di t/m zo 11-17u. Dicht op 25/12 en 1/1, extra openstelling: ma. 27/12 en 3/1. Cat. door Dominic Bartmann, hoofdconservator van het Stadtmuseum Berlin (Terra Lannoo €24,95)