Moderne kerstgedachten

Wat moeten we denken van Moussa, dertig jaar oud, Hagenaar van Marokkaanse afkomst, afgelopen woensdag geportretteerd door Trouw.

Op zijn tiende geplaatst in een pleeggezin. Daarna steeds verder op het slechte pad geraakt. Gedeald. (,,In het begin moet je rechtstreeks aan junks verkopen. Je verkoopt net iets minder dan je zegt. En je mengt het met een beetje druivensuiker. Doel is na een tijdje aan kleinere dealers te verkopen in plaats van aan junks.'')

Geweld gebruikt (,,Ik had een vlindermes, een Rambomes. Je wilt jezelf toch beschermen. Maar als je een mes hebt, ben je ook eerder verleid om het te gebruiken, merkte ik.'') Hij krijgt een Melkertbaan in een buurtcentrum, maar dat loopt verkeerd af. Moussa wordt ontslagen.

Wat moeten we met zulke jongens? Vanouds hadden we drie antwoorden op deze vraag.

We geloofden in het heilzame effect van betaalde arbeid.

We lieten de betreffende jongeren over aan professionals die betaald werden om, desnoods tegen heel veel klippen op, te proberen er toch nog wat goeds van te maken.

En we hoopten op de positieve invloed van een lieve vrouw, die de criminele jongere zou omtoveren tot een brave huisvader met verantwoordelijkheidsgevoel.

Alledrie die antwoorden hadden en hebben hun beperkingen. Een werkgever die een baan te vergeven heeft zal bij voorkeur een werknemer aannemen zonder crimineel verleden. Het is niet zijn taak een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke veiligheid, en met een jongere zonder strafblad loopt hij veel minder risico.

Dat ligt anders als het gaat om werk dat wordt vergeven door overheidsinstanties, zoals Melkertbanen. In een tijd dat het economisch goed gaat, kun je je indenken dat de overheid Melkertbanen reserveert voor de Moussa's van deze wereld. Jongeren zonder strafblad kunnen dan elders terecht en verdienen daar beter. Zodra het economisch tij keert gaat deze redenering echter niet meer op. Dan zit een overheidsinstantie die haar Melkertbanen zou willen reserveren voor Moussa en zijn medeboefjes met een ernstig probleem. Stel dat Bram, Betty, Hakima en Mohammed ook werkloos zijn. Alle vier zijn ze van goede wil en hebben ze een blanco strafregister. In die situatie zou het oneerlijk zijn om juist Moussa aan de slag te helpen. Hoe zou je dat moeten uitleggen aan Bram, Betty, Hakima en Mohammed? ,,Het is niet persoonlijk jongens en meisjes, maar jullie weten hoe het is, als Moussa niet gaat werken vrezen wij het ergste?'' De kans bestaat dat Bram, Betty, Hakima en Mohammed een criminele loopbaan dan gaan beschouwen als een betere voorbereiding op de arbeidsmarkt dan hun eigen beroepsopleiding.

Professionals zoals reclasseringsambtenaren, maatschappelijk werksters en opbouwwerkers zijn sinds de jaren '80 steeds meer gedwongen zich te verantwoorden voor de resultaten van hun werk. Het is zeer de vraag of praten met Moussa enig effect zou sorteren. Zou Moussa erdoor aan het denken worden gezet? ,,Verdorie, ze heeft een punt, ik loop mijn leven te verprutsen. Voortaan laat ik dat mes thuis en met dat dealen houd ik ook op?'' Of zou de welzijnsbenadering contraproductief uitpakken? ,,Die idiote hulpverleners met hun socio-babbel, je gelooft niet wat ik vanochtend allemaal heb aangehoord?''

Hoe de liefde uitpakt is al helemaal ongewis. De huisje-boompje-beestje-metamorfose komt natuurlijk voor, maar daar staan somberder scenario's naast. Meisje belandt door liefde voor boefje in de prostitutie. Meisje en jongen krijgen een kind, dat zij niet kunnen opvoeden en creëren aldus een nieuwe generatie boefjes. Meisje en jongen worden uit de ouderlijke macht ontzet, met alle gevolgen van dien voor het kind.

Vroeger konden we, ter aanvulling op deze drie antwoorden met mankementen, onze hoop vestigen op de godsdienst. Anders dan de overheid hoeft God geen verdelende rechtvaardigheid te betrachten. God vergeeft gewoon alle zonden en biedt iedereen de kans om weer met een schone lei te beginnen. God heeft harde sancties achter de hand en is in dat opzicht veel beter af dan welzijnswerkers, die niet kunnen dreigen met hel en verdoemenis. De liefde van God is minder ongewis dan de liefde van vrouwen en kan bovendien niet leiden tot vermenigvuldiging van ellende. Geen wonder dat er altijd dominees en andere geestelijk verzorgers rondlopen in huizen van bewaring.

`Born again christians' vormen een hele opgave voor hun naaste familie. Ik herinner mij een prachtige aflevering van een EO-programma waarin een zus geconfronteerd werd met een herboren broer. Voorheen aan de drugs, was hij nu helemaal in Jezus, en je kon zien aan de zus dat zij dit geen verbetering vond. Als zus heeft zij daar vermoedelijk gelijk in, maar voor de maatschappij in bredere zin was de broer flink opgeknapt.

In het portret in Trouw vertelt Moussa dat hij ook geloviger wil worden. ,,De islam geeft je geduld'', zegt hij en de EOassociaties dringen zich op. Maar ergens in je achterhoofd knaagt de twijfel.

Zullen we godsdienst ooit weer kunnen zien als een onschuldig en effectief alternatief voor het welzijnswerk?