Marokko rekent af met `jaren van lood'

Marokko schudt de periode van brute repressie onder de vroegere koning Hassan II van zich af. Slachtoffers getuigen openlijk over terreur en martelingen.

Deze week maakte Marokko een begin met een pijnlijk zelfonderzoek zonder precedenten in de Arabische wereld. De eerste getuigen van in totaal 200 geselecteerde slachtoffers van de terreur gedurende 33 jaar onafhankelijkheid (1956-1999) verschenen op de televisie om verslag te doen van hun ontvoeringen, gevangenschap en martelingen.

De getuigenissen, georganiseerd door een verzoeningcommissie die op last van koning Mohammed VI is ingericht, maken definitief een einde aan het taboe op de zogenoemde ,,jaren van lood'' zoals de periode van brute repressie bekendstaat. Tevens wordt het door vele Marokkanen beschouwd als een openlijke aanklacht tegen de vroegere koning Hassan II, onder wiens bewind de massale schendingen van mensenrechten plaatsvonden.

Vanaf afgelopen dinsdag verschenen de slachtoffers van de terreur uitgevoerd door de politie, de geheime dienst en het leger om voor het oog van hun landgenoten verslag te doen. Het betreft hier veelal sympathisanten van links, die vervolgd werden in de algemene paranoia die het regime van Hassan in zijn greep had. Zoals Ahmed Herzinni (56 jaar), die vertelde dat hij wegens zijn lidmaatschap van een marxistisch groepje in de jaren zestig werd opgepakt en voor twaalf jaar in de cel verdween. Of de feministe Maria Ezzaouini (49 jaar), die in 1977 werd opgepakt tijdens een studentenstaking aan de faculteit voor medicijnen en anderhalf jaar in de gevangenis verbleef.

De terreur in de Marokkaanse gevangenissen van koning Hassan was meedogenloos. De martelkamers in gevangenissen van Tazmamart en de Derb Moulay Cherif in Casablanca waren landelijk berucht. Gevangenen verdwenen voor soms meer dan vijftien jaar in cellen zonder enig licht of sanitair en werden onderworpen aan veelvuldig fysiek geweld. Een onbekend aantal van hen overleefde de gevangenschap niet. Het geweld was een reactie op opstanden, onder meer in de Rif en Casablanca en de oorlog in de Westelijke Sahara. Twee mislukte aanslagen op het leven van koning Hassan in 1972 en 1973 verscherpten de staatsterreur, die diep ingreep in de staat.

Al bij zijn aantreden na de dood van zijn vader in 1999 maakte de nieuwe koning Mohammed duidelijk dat hij tot een vergelijk wilde komen met de traumatische `jaren van lood'. De ver gaande aanpak van het Instituut van Gerechtigheid en Verzoening dat begin dit jaar op last van de koning begon bleek echter een verrassing. Het instituut, onder leiding van Dris Benzekri, die als voormalig links activist 17 jaar in een cel verbleef, verzamelde in totaal meer dan 22.000 schadeclaims van slachtoffers. Het gaat daarbij voor het grootste deel om vergoedingen wegens illegale detenties en martelingen.

Het opmerkelijkste was de selectie van 200 slachtoffers die voor de tv-camera's een getuigenis afleggen van wat hun is overkomen. Benzekri heeft nadrukkelijk laten weten dat het hier geen rechtbank betreft en dat het niet toegestaan is om de namen van de beulen en daders van de terreur te onthullen. Veel verantwoordelijken zijn niet onbekend: generaal Oufkir, voordat hij werd omgebracht wegens zijn rol in het complot tegen de koning, en vervolgens de almachtige minister van Binnenlandse Zaken Driss Basri, die meteen in ongenade viel na de dood van Hassan.

Het spoor leidt daarmee naar de vroegere koning Hassan. Je moet wel erg onnozel zijn om de getuigenissen over de jaren van lood anders te zien dan een oordeel over het bewind van Hassan II, aldus het weekblad Maroc Hebdo. Het recent vrijkomen van nieuwe gegevens over het uit de weg ruimen van de linkse leider Ben Barka, die in 1964 spoorloos verdween in Parijs, maakt de betrokkenheid van de vroegere vorst bij de terreur er niet minder op. Hoewel het hier oude zaken betreft, brengt het zelfonderzoek naar de jaren van lood ook risico's mee voor het huidige machtsbestel. Ondanks de nieuwe openheid en vrijheid van de laatste jaren lopen de daders nog steeds ongestraft rond. En zonder de beulen voor het gerecht te slepen kan er noch rechtvaardigheid, noch verzoening plaatsvinden, zo schreef Jalid Jamai, oudgediend journalist en een van de eersten die openlijk in verzet kwamen tegen de terreur.

Bij de gevestigde politieke partijen, links en rechts, lijkt dan ook de vrees te overheersen dat de getuigenissen het land niet zozeer in het reine brengen met zijn verleden, maar eerder het startsein kunnen zijn van nieuwe onrust. Alleen de kleine linkse partijen en de sterk gegroeide islamitische groeperingen juichen de afrekening echter toe.