`Kinderen mag je nooit opgeven'

Criminoloog Josine Junger-Tas voelt zich de moeder van de jonge Marokkaanse crimineeltjes.

Josine Junger-Tas (75) heeft twee dochters van zichzelf en twee geadopteerde dochters uit Zuid-Korea. Maar ze vóelt zich een beet- je de moeder van de jonge crimineeltjes waar ze al meer dan vijfendertig jaar onderzoek naar doet. Die jongens, het zijn meestal jongens, hebben een moeder nodig. Een moeder die niet straft maar opvoedt, zegt ze. Ze schatert. ,,Maar dan wel een moeder met een stevige hand en haar op de tanden.''

Criminoloog dr. Junger-Tas werkte twintig jaar op het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie, waarvan de laatste vijf jaar als directeur. Haar onderzoek gaat altijd over jeugdige delinquenten en sociale integratie.

Haar huis aan een woonerf in Bilthoven is licht en strak ingericht, met veel chroom en wit. Een halve etage lager is haar werkplek, de computer staat nog aan. In de witte boekenkast staan foto's van haar kleinkinderen. Haar tweede dochter is getrouwd met een Surinaamse man en heeft twee jongens, haar eerste adoptiefdochter heeft drie meisjes, haar oudste dochter adopteerde twee Libanese kinderen.

Junger-Tas groeide op in Santpoort/Bloemendaal als dochter van een joodse vader en katholieke moeder. Een aparte jeugd, vindt ze zelf. Ze lacht weer: ,,Ja, mijn grootouders waren mordicus tegen dat huwelijk, dus heeft mijn moeder het doorgezet. Het was nogal een dwarse meid.'' En haar vader? ,,Sal Tas was een anarchist. Een hele linkse jongen. Hij had nog geen cent om dood te drukken en geen verantwoordelijkheidsgevoel voor zijn gezin. Toen ik drie jaar was, gingen mijn ouders uit elkaar.''

Haar vader kreeg een nieuwe vriendin. Zij werkte als laborante in een ziekenhuis. Junger-Tas: ,,Een fantastische vrouw! Een tweede moeder. Mijn moeder, broer en ik trokken bij hen in. En zij onderhield ons allemaal.'' Ze lacht. ,,Mijn moeder was een energieke vrouw. Het was crisistijd, zij ging huizen schoonmaken. Later werd ze secretaresse bij een wijnwinkel. Toen konden we op onszelf gaan wonen. In de oorlog betaalde die firma uit in flessen drank, daarmee ging mijn moeder de boer op. Zo kwamen wij de hongerwinter door.''

Uw moeder was een dwarse meid. Had u een goede band?

,,Mijn eigen moeder was heel assertief, maar ook heel dominant en onberekenbaar, net als mijn vader trouwens. Ze maakte makkelijk ruzie. Ze had buien. Kinderen houden daar helemaal niet van.''

En uw tweede moeder?

,,Mijn tweede moeder was in alle opzichten haar tegenpool. Zij was heel kalm en beheerst. Na de oorlog werd mijn vader correspondent in Parijs van Het Parool. Na zijn dood in 1975 kwam ze terug naar Nederland. Onze band werd toen nog sterker. Sterker dan met mijn eigen moeder. Die ging met haar vierde echtgenoot in Zuid-Frankrijk wonen. Ik heb haar nauwelijks meer gezien. Ze is daar overleden in 1998.'' Ze lacht. ,,Het was een avonturierster.''

Bent u dat ook?

,,Zeker niet. Dat grillige heb ik ook niet. Maar mijn moeder was heel ambitieus. Dat ben ik ook. Ik trouwde, kreeg twee kinderen en verveelde me dood in het huishouden. Ik ging Franse les geven. In de avonduren. Overdag zorgde ik keurig voor de kinderen, maar de buren vonden het ongepast. Dat is Nederland. Zó bekrompen.''

Voelde u zich niet schuldig dat u werkte en niet fulltime voor de kinderen zorgde? In die tijd was dat tamelijk ongewoon.

,,Nee, niet echt. In 1959 verhuisden we naar Brussel, want mijn man kreeg een baan bij de Europese Gemeenschap. In België werkten veel meer moeders. Ze hadden daar toen al allerlei kinderopvangvoorzieningen. Ik ben daar sociologie gaan studeren. Dat was een droom. In de tijd van mijn moeder studeerden alleen rijken. Studeren, zei ze altijd, is het prachtigste wat je kunt doen.''

En u adopteerde twee kinderen. Waarom?

,,Ik wilde graag nóg een kind, maar ik zag zo op tegen de zwangerschap en de eerste jaren. En ik dacht: die kinderen in Zuid-Korea zíjn er al. Kim, de oudste, was drie jaar toen ze bij ons kwam. Daarna hebben we nog een meisje geadopteerd van vijfeneenhalf. Ze had al die tijd in een tehuis gezeten en was veel aandacht tekortgekomen. Ze had hechtingsproblemen. Toen dacht ik steeds: komt vanzelf wel goed. Maar niet alles komt vanzelf goed.''

Hoe leerde u haar daarmee om te gaan?

,,We probeerden haar natuurlijk zo goed mogelijk te steunen. Maar het blijft een wond. Ik heb ook tegen haar gezegd: soms gebeuren er ingrijpende dingen in het leven waar je geen invloed op hebt. Uiteindelijk moet je je leven er niet meer door laten bepalen.''

In 1975 keerde Junger-Tas met vier kinderen terug naar Nederland. Haar promotor, hoogleraar criminologie dr. W. Buikhuisen, vroeg haar op het WODC te komen werken. Dat was het einde van haar huwelijk. ,,Ik had voorgesteld om heen en weer te reizen, maar hij wilde niet. Eigenlijk vond hij dat ik bij mijn gezin moest blijven. Ik koos voor mijn carrière.''

Vond u zichzelf desondanks een goede moeder?

,,Ze zijn goed terechtgekomen, dus in die zin is de opvoeding geslaagd. Ik dacht wel eens: Jezus Mina, ik had niet moeten scheiden. De jongste twee hebben daar erg onder geleden. Ik had zo'n drive om een leuke baan te krijgen. Maar als moeder doe je het nooit goed, daar moet je je bij neerleggen. In de opvoeding heb je geen ijkpunt, iedereen heeft een eigen visie. Er is geen absolute waarheid.''

Maar u bent wel voor verplichte opvoedcursussen voor allochtone ouders. Dan leg je ook een visie op over wat goed is.

,,Dat is wat anders. Je reikt ze vaardigheden aan. Dat is vooral belangrijk voor jonge moeders, want die voeden de kinderen op. Dat kan hier niet op dezelfde manier als in het Rifgebergte. Als je daar je kinderen niet in de gaten houdt, doet iemand anders in het dorp het wel. Hier moet je zelf toezicht houden, anders gaat het mis. Waarom plegen Marokkaanse meisjes zo weinig delicten? Omdat ze zo gecontroleerd worden. Waarom Marokkaanse jongens zoveel? Omdat niemand op hen let. En wat gebeurt er dan? We sluiten ze op.''

Junger-Tas kan zich ,,ongelooflijk kwaad'' maken over de verharding van het strafklimaat voor kinderen. ,,Vijftien jaar geleden hadden we 800 plaatsen in justitiële jeugdinrichtingen, ik noem het jeugdgevangenissen. Nu zijn het er 2.400 en er moeten er meer bijkomen. We gaan het strenge Engeland en de Verenigde Staten achterna in plaats van de humane Scandinavische landen. We moeten niet opsluiten, maar opvoeden. In sommige landen staat heropvoeding in de wet. In de Nederlandse wet wordt alleen gesproken over vergelding en bescherming van de maatschappij.''

U heeft zich altijd ingezet voor jonge delinquenten. Werd die keuze beïnvloed door uw eigen jeugd?

Ze aarzelt. ,,Ik kwam uit een socialistisch milieu. Zowel mijn vader als mijn moeder waren wereldverbeteraars. Er werd aan de keukentafel altijd hartstochelijk gediscussieerd over hoe het allemaal beter zou kunnen. Dat bevlogene, dat heb ik ook. Juist in jonge boefjes moeten we investeren. Kinderen mag je nooit opgeven.''

Geagiteerd: ,,Ik ben niet tegen straffen, maar het moet zinvol zijn. Opsluiten is niet zinvol, de recidive is enorm. Dat is niet zo gek. Als je al die rotjochies bij elkaar zet, jutten ze elkaar op. We moeten alternatieven zoeken. Niet zomaar een projectje, waarvan het nut niet bewezen is. Maar er zijn evidence-based programma's die heel goed blijken te werken.''

Zoals?

,,Programma's waarbij de jongens op de huid worden gezeten. Hun hele dag verloopt volgens een strak programma. Ze worden heropgevoed. En belangrijk: het hele gezin wordt erbij betrokken. De ouders worden bijgestaan. Zodat ze het later zelf kunnen.''

Critici zullen zeggen: de Marokkaanse boefjes lachen zich rot om die softe aanpak.

,,Dit programma is ontwikkeld voor ernstig delinquente jongeren. Het is echt niet vrijblijvend. Het berooft je van alle vrijheid. Maar ik weet dat ik tegen de stroom inroei.''

Radicale moslimjongeren. Het gaat de laatste tijd bijna over niets anders. Sommigen rechtvaardigen delinquent gedrag met soera's uit de koran. Helpt voor hen ook heropvoeding?

,,Ik heb het idee dat veel Marokkaanse jongeren zich vastklampen aan de islam, omdat ze weinig anders hebben. Crimineel gedrag kan je rechtvaardigen met de koran in de hand, maar ook met de bijbel. Kwestie van even goed zoeken.

,,Als je delinquente jongeren vraagt naar hun toekomstideaal, willen ze allemaal een baan, een huis, een autootje en een vrouw. Ze hebben het gevoel dat ze buitengesloten zijn, dat het voor hen allemaal niet zal lukken. Vaak omdat ze op school zijn afgehaakt voordat ze een diploma hadden gehaald. De overheid zou zwaar moeten investeren in deze jongeren. Ze hun hele schoolcarrière intensief moeten begeleiden zodat ze niet kúnnen uitvallen. En hun ouders om een tegenprestatie vragen, in de vorm van zo'n opvoedcursus bijvoorbeeld. Elke ouder wil het beste voor zijn kind. Als het niet lukt, is het bijna altijd onmacht. En als die kinderen het gevoel hebben dat ze erbij horen, dan radicaliseren ze echt niet.''