`Ik heb een bloedhekel aan slapjanussen'

Olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband is voor de derde keer gekozen als de Nederlandse sportman van het jaar.

Hij wil gaan zitten, maar bedenkt zich. Hij loopt naar de gang en richt het woord tot zus Veronique op de bovenverdieping: ,,Zeg, ik ga hier zo het interview van het jaar geven, dus straks niet met de stofzuiger door de huiskamer banjeren.'' Lachend sluit hij de deur. Pieter van den Hoogenband (26) is het opgewekte type. Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.

Hij is de oudste van een gezin met drie kinderen. Zus Veronique (24) heeft niets met topsport; ze heeft net haar Schoevers-opleiding afgerond en doet ,,voor de lol wat aan fitness''. Zijn jongste broer Robert (20) daarentegen omarmde op jonge leeftijd de lievelingssport van hun vader: waterpolo. De student technische bedrijfskunde maakt deel uit van de Nederlandse A-selectie en bereidt zich voor op het WK-kwalificatietoernooi van begin volgende maand in Imperia.

Hun vader is Cees-Rein van den Hoogenband (55), chirurg in het Sint Anna-ziekenhuis in Geldrop. Hij was jarenlang voorzitter van de gangmakende Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland, en geniet landelijke bekendheid als clubarts van voetbalclub PSV. Moeder Astrid van den Hoogenband-Verver (48) was zelf een verdienstelijk zwemster, die op een haar na de Olympische Spelen van 1972 (München) miste.

`Pieter van den Hoogenband, het zondagskind uit Geldrop' hoe vaak heb je dat al niet moeten horen of lezen?

,,Vaker dan me lief is. Wat moet ik met zo'n typering? Het past in het hokjesdenken dat Nederland eigen is. Ik herken mezelf niet in die term. Die suggereert dat ik er niets voor heb moeten doen, dat alles me min of meer is komen aanwaaien. Het tegendeel is waar. Ik heb een goede en fijne jeugd gehad, en daar ben ik mijn ouders dankbaar voor. Maar ook ik heb wel degelijk moeten zwoegen om te bereiken wat ik nu bereikt heb, en wat ik de komende jaren nog wil bereiken. Talent is één, het ontplooien is twee. Doorzetten is ook een talent.''

Maar toch: de ideale schoonzoon, opgegroeid in een welvarend en beschermd milieu.

,,We hebben en we hadden het goed, dat is waar. Met dank vooral aan pa. Maar dat wil niet zeggen dat wij materialistisch zijn opgevoed. Mijn moeder kocht voor haar snelgroeiende pubers liever een wat ruimere winterjas in de uitverkoop, zodat we daar langer plezier van hadden, dan dat wij met de dure merkkleding op het schoolplein verschenen. We waren vrij in onze keuzes, maar het respect voor ouderen, voor ouders, voor docenten, ja, dat werd ons wel bijgebracht. Op mijn laatste schooltje hier in Geldrop moesten we 's ochtends in de rij staan en werd het gebed nog opgezegd. Ik had een leraar bij wie we oude spreekwoorden en gezegden uit onze hoofd moesten leren. Nu klinkt dat oubollig, maar ik heb daar veel geleerd. Het gaat niet om de buitenkant, het gaat om de binnenkant. Ook in de sport. Veel sporters verbergen hun onzekerheid door een show op te voeren. Dat is een teken van zwakte. Als je dat nodig hebt, dan ben je geen winnaar. Het gaat om de ideeën waar je voor staat dat werd thuis ook gestimuleerd. We zijn redelijk streng opgevoed. Harde, duidelijke afspraken en die kom je na, punt uit. Dat was geen probleem; ik ben nooit een opstandige puber geweest.''

In hoeverre zie je de vader en de moeder terug in hun oudste zoon?

,,Mijn ouders hebben mij nooit gepusht, ze hebben me aangemoedigd en daar waar nodig uitgedaagd. Zo ga ik ook met mijn ploeggenoten om. In een poging ze hogerop te helpen. Zowel mijn vader als mijn moeder weet wat topsport is. Dat is mijn `natuurlijke' voordeel. Omdat mijn vader clubarts is bij PSV, kwamen hier geregeld `beroemde profvoetballers' over de vloer. Het waren mijn helden, maar juist omdat ze hier `gewoon' op de bank zaten te ouwehoeren heb ik die gasten nooit op een voetstuk geplaatst door, bijvoorbeeld, hun foto's boven mijn bed te hangen. Ze kunnen toevallig goed met een bal overweg en staan in de schijnwerpers. Maar het zijn ook maar mensen van vlees en bloed. Ik respecteerde ze, ik adoreerde ze niet. Die nuchterheid heb ik al jong geleerd, en dat komt me zeker als sporter van pas. Wie tegen mensen opkijkt, plaatst zichzelf in een onderdanige positie. Zo iemand zal nooit winnen of slagen. Alexander Popov (meervoudig wereld- en olympisch kampioen op de 100 meter vrije slag uit Rusland, red.) is een grootheid, voor wie ik veel respect heb. Maar ik kijk niet tegen hem op. Nooit gedaan ook. Had ik dat wel gedaan, dan had ik hem nooit kunnen verslaan. Respect is prima, maar maak je niet kleiner dan je bent.''

Hoe zou jij de relatie met je ouders willen typeren?

,,Mijn vader heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat ik per se mijn vwo-diploma moest halen. Wat ik daarna deed, was mijn zaak. Hij is, ongeacht het onderwerp, een belangrijke adviseur. Alles is bespreekbaar; hij is een verbale sparringpartner: open, eerlijk en direct. We zijn het niet altijd met elkaar eens, dan gaan we flink met elkaar in discussie. Mijn pa en ik hebben één grote, duidelijke overeenkomst: beiden hebben we een bloedhekel aan slapjanussen.

,,Hij is wat onrustiger dan ik; sneller geneigd om zijn stem te verheffen. Ik heb de laatste jaren meer dan eens tegen hem gezegd: `Wind je niet zo op, pa, laat het gaan.' Ik herken zijn ergernissen, zeker als het om beleidszaken bij de zwembond gaat. Maar als bestuurder moet je soms berusten in het feit dat je een gevecht niet altijd kunt winnen. Wat dat betreft heb ik het makkelijker: ík sta op dat startblok, ík kan mijn prestatie beïnvloeden, niemand anders. Mijn pa heeft zijn nek uitgestoken voor het topzwemmen in Nederland, en daar samen met een paar gelijkgezinde geesten veel vrije tijd in gestoken. De laatste jaren liep hij steeds vaker tegen de muur op, en kreeg hij het verwijt `mediageil' te zijn. Dat irriteert me. Tegelijkertijd denk ik: dat is Nederland.

,,Mijn moeder heeft mij vooral de liefde voor het zwemmen bijgebracht. Zelf heeft ze indertijd aan den lijve ondervonden wat topzwemmen vereist. `Zorg voor optimale omstandigheden, dwing die desnoods zelf af', heeft ze me vaak voorgehouden. En: `Zorg er in elk geval voor dat je achteraf nooit en te nimmer een excuus hebt.' Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen welzijn, niemand anders. Dat is buiten de sport ook zo.''

Topsport is een asociaal vak, wordt vaak gezegd. Kijkt Pieter van den Hoogenband verder dan de muren van het zwembad?

,,Wat dacht jij? Dat wij voor en na de training alleen maar moppen staan te tappen? Ik lees ook de krant, ik kijk ook tv en weet daarom drommels goed wat er leeft in de samenleving. En dus: ja, wij praten ook over de toestand in Irak en het Nederland sinds de moord op Van Gogh. Maar het is net als met alcohol: alles met mate. Als ik doorsla, te veel pieker en relativeer, blijft er niets over van mijn droomwereld. Die wereld heb ik nodig om tot optimale prestaties te komen. Op gezette tijden móét ik me afsluiten van de wereld om me heen. Doe ik dat niet, dan ik kan bij wijze van spreken beter stoppen.''

Hoe kijk jij tegen jouw generatie aan?

,,Wie ben ik om een waardeoordeel uit te spreken?''

Iemand die de krant leest en verder kijkt dan de muren van het zwembad.

,,Veel dingen begrijp ik niet. Het blijkt voor velen moeilijk een keuze te maken: ga ik linksom of rechtsom? De meesten blijven `hangen'; ze weten het niet óf ze durven niet. Dat zie je ook in mijn sport. Men wil wel, maar de bijbehorende keuzes maken ze niet. Het blijkt toch lastig om afstand te doen van wat ze dan als `zekerheden in het leven' beschouwen.''

Nederland is in verwarring, Nederland is somber, heet het sinds de moord op Van Gogh. Deel jij dat gevoel?

,,Ik ben niet somber. Waarom zou ik? Mensen zitten dicht op elkaars lip, de verdraagzaamheid lijdt daaronder. Maar verder? Maak de problemen niet groter dan ze zijn. Je moet niet denken in beperkingen, je moet denken in mogelijkheden. Dat is mijn stelregel. Kansen in overvloed, zeker in een relatief welvarend land als Nederland; de kunst is alleen die kansen te herkennen en ze vervolgens te benutten. Je moet je niet neerleggen bij de middelmaat; geen grijze muis zijn of worden. Ieder mens heeft talenten, kansen en mogelijkheden. Daar ligt een uitdaging, en dus geen beperking. Ik geloof in de zelfontplooiing van het individu.''

De praktijk blijkt weerbarstiger.

,,Weet ik. Een vriend van mij is piloot. Vliegen was altijd al zijn grote passie. Die jongen heeft eerst van alles en nog wat gestudeerd, voordat hij eindelijk tot die opleiding werd toegelaten. Hij heeft zich diep in de schulden gestoken om zijn studie te betalen. Hij is nu afgestudeerd, heeft een baan gevonden bij de KLM, maar wat blijkt? Die huizenprijzen in de buurt van Haarlem zijn achterlijk hoog. Hij woont nu in een of ander Hans en Grietje-huisje en heeft slapeloze nachten; hij moet straks wel even een torenhoge schuld wegpoetsen. Maar goed: hij gaat ervóór. Dat bewonder ik.''

Hoe kijk jij aan tegen de Nederlandse politiek?

,,Als ik in de Ridderzaal zit, zoals laatst weer na `Athene', en ik praat met Balkenende, denk ik: prima kerel, die heeft het beste voor met dit land. Tegelijkertijd durven maar weinig politici onvoorwaardelijk kleur te bekennen ten aanzien van de sport. Dat betreur ik. Maar goed: ik wil niet klagen, dat zit niet in mijn aard. Het is verspilde energie. Twee jaar terug heb ik me vreselijk opgewonden over de trage voortgang inzake het nieuwe zwembad in Eindhoven, waar ik dagelijks train. Vervolgens regende het ingezonden brieven in het Eindhovens Dagblad. Ik maakte me vooral druk omdat `mijn privé-badje' in gevaar dreigde te komen, en had zogenaamd geen oog voor de jeugdsoos, die ook geld en aandacht behoefde. Klinkklare onzin, want dat bad dient niet zozeer mijn belang als wel het algehele maatschappelijke belang. Sport is niet alleen gezond, sport brengt mensen nader tot elkaar. Maar oké: ieder zijn mening. Daar heb ik van geleerd. Ik zal niet zo snel meer hoog van de toren blazen. Mijn woorden hebben toch een zeker gewicht, of ik nu wil of niet. Als ik in een interview een controversiële uitspraak doe, dan ettert dat nog een paar weken na. Dan moet ik me tegenover alles en iedereen verdedigen en verantwoorden. Daar voel ik me niet te goed voor, maar ik heb geen zin in de rol van kop van Jut. Dat kost me te veel energie. Die kan ik beter aanwenden om te doen wat ik moet doen: hard zwemmen.

,,Natuurlijk mis ook ik leiderschap, richting en visie in dit land. Maar waarom zou ik dat van de daken schreeuwen? Ik beschouw het als voldongen feiten. Ik had gehoopt het Nederlandse zwemmen naar een hoger plan te kunnen tillen. Is niet gelukt. Om tal van redenen. Jammer, laat ze maar aanmodderen, ik ga me niet opwinden. Niet méér. Dat mogen anderen doen. Als topsporter moet ik soms egoïstisch zijn.''

Toch ben je een van de prominente leden van `De Slinger', een ik citeer `apolitieke vrije coalitie van burgers, bedrijven en organisaties die zo veel mogelijk burgers wil mobiliseren voor actieve maatschappelijke betrokkenheid'.

,,Het leven is heel simpel: geven en nemen. Als voorzitter van [de sportkoepel] NOC*NSF heeft Wouter Huibregtsen destijds veel voor mij gedaan. Hij heeft er bijvoorbeeld mede voor gezorgd dat mijn trainer na de Spelen van 1996 hier in Eindhoven een vaste aanstelling kreeg. Daarmee heeft hij ook aan de basis gestaan van mijn successen in Sydney. Daar ben ik hem dankbaar voor. Als hij mij vervolgens belt, het een en ander uitlegt en me tot slot vraagt of hij mijn naam ook op de lijst mag zetten, dan zeg ik `ja'. Ik vertrouw Huibregtsen; die man doet geen rare dingen.

,,Beschouw het als een vriendendienst. Ik onderschrijf de doelstellingen, maar vraag me d'r alsjeblieft niet op door. Het is geen desinteresse, maar een kwestie van prioriteiten stellen. Ik ben topsporter, geen politicus. Ik kan, ik mag en ik wil geen halve keuzes maken. In de Nederlandse politiek mag het dan zo zijn dat je af en toe gedwongen bent compromissen te sluiten, in topsport is polderen een doodzonde. Niet al mijn collega's denken er zo over, ík wel. Dat probeer ik ook uit te dragen. Dat is mijn bijdrage.''