Hofstadgroep: één man gearresteerd voor moord, dertien vast voor terrorisme

Op de burelen van de AIVD in Leidschendam gaf men er pas in september 2003 voor het eerst een naam aan: de Hofstadgroep. Op dat moment hield de veiligheidsdienst echter al ruim een jaar een groep ,,jonge moslims van Noord-Afrikaanse afkomst'' in de gaten, die zich verzamelt rond ,,een leidersfiguur'' en die opvalt door ,,steeds orthodoxer wordende geloofsbeleving en geloofsuitingen'', zo valt te lezen in het feitenrelaas dat kort na de moord op Theo van Gogh op 2 november is gepubliceerd.

Tot die moord was er over de Hofstadgroep nog maar weinig naar buiten gekomen. Wel was een aantal individuele leden in aanraking gekomen met justitie, met als bekendste figuur de voormalige havo-scholier Samir A. Na een mislukte reis naar Tsjetsjenië om voor de jihad te gaan vechten, werd die in oktober 2003 gearresteerd op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Binnen twee weken werden hij en zijn medeverdachten weer vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.

De arrestatie kostte de AIVD een deel van zijn `informatiepositie' over het Hofstadnetwerk, maar gaf justitie juist voor het eerst enig zicht op de eventuele organisatie achter Samir. Samir werd deze zomer opnieuw gearresteerd op verdenking van het voorbereiden van een aanslag. Dit keer werden bij hem thuis plattegronden aangetroffen van een groot aantal vermoedelijke doelen in Nederland, waaronder het gebouw van de Tweede Kamer, de kerncentrale Borssele en het hoofdkantoor van de AIVD. Het was deze vondst die een belangrijke aanzet vormde om in Nederland een terreuralarm af te kondigen.

Zoals commissaris J. van Kastel van de Nationale Recherche deze week in NRC Handelsblad zei, bestonden er bij justitie afgelopen zomer al plannen om het Hofstadnetwerk strafrechtelijk verder aan te pakken. Maar eerst moest de zaak van Samir A. goed worden afgerond, aldus Van Kastel. Als belangrijke kandidaten voor nader onderzoek had justitie Samirs vrienden Ismail A. en Jason W. geïdentificeerd. Die hadden vorig jaar samen met Samir al eens vastgezeten.

De moord op Van Gogh op 2 november gooide de justitiële planning danig in de war. In plaats van rustig onderzoek te gaan doen naar het netwerk, werden binnen een week na de moord een kleine twintig arrestaties verricht van mensen van wie vermoed werd dat ze banden onderhielden met Mohammed B., verdachte van de moord, of omdat ze lid zouden zijn van de Hofstadgroep. Van hen zitten er nu nog dertien vast.

Na wat heen en weer geschuif tussen verschillende parketten is het onderzoek nu in twee delen gesplitst. Het openbaar ministerie in Amsterdam vervolgt Mohammed B. voor de moord op Van Gogh. De overige verdachten zijn een zaak van het landelijk parket. Dat geldt ook voor de verdachten die aanvankelijk betrokkenheid bij de moord op Van Gogh werd verweten. In dit onderzoek staan de moordplannen centraal die binnen de Hofstadgroep zouden circuleren op diverse politici (de Kamerleden Geert Wilders, Ayaan Hirsi Ali, de Amsterdamse wethouder Aboutaleb en burgemeester Cohen).

Het onderzoek naar het netwerk is nog in volle gang. Er moeten bewijzen komen voor organisatorische verbanden tussen de verdachten. Bewijzen dus dat de organisatie niet alleen bestaat op de tekentafel van de AIVD, maar dat er daadwerkelijk gesproken kan worden van een groep.