heilige geest

(ETYMOLOGIE: de Romeinse pa's-uitspraak Geilige Geest).

De Geest der Heilige Familie Van Drie, de dolende duif die dol is op spiritus, de geheimzinnige Third Man (Welles!) die niet Moeder (zie aldaar), en niet Dochter (zoek niet), en zeker niet Nicht, mag heten, maar het prosodisch noodzakelijke meerlettergrepige laatste lid vormt van een drieledige opsomming waarvan de eerste twee leden wel degelijk twee duidelijke betekenissen (vader, zoon) hebben, maar het derde er terwille van de poëzie achteraan bungelt als een staart bij twee achterpoten, een palfrenier achter twee paarden, of een nieuwsgierige achternaloper van een vrolijk kruimeldief-veldwachter-hollend paar, dus zoals het derde lid in triootjes als: Ie Wie Waaiweg, Boter, kaas en eieren. Jan, Jannetje en hun jongste kind, Boeren, Burgers en Buitenlui, Man-Vrouw-Maatschappij, Terland, Terzee en Indelucht.

Dit uitgestrekte derde lid heeft tot taak duidelijk te maken dat eerdergenoemde vader, zoon niet zomaar een stamboomtakje van een ouweheer en zijn nazaat vormen, maar de opstaande zijden van een heilige driehoek met de Heilige Geest als basis. ANTONIEM: stom spook. Rijm: veilige veest (broekhoest, zie aldaar).