Gordels aan

Minister-president Balkenende heeft het parlementaire seizoen deze week in optimistisch getoonzette bewoordingen afgesloten. Hij releveerde na afloop van de laatste ministerraadsvergadering van dit jaar de schokgolf van emoties die loskwam in de samenleving na de moord op de cineast Theo van Gogh. Maar hij constateerde tevens dat de afgelopen weken de rust is weergekeerd. Oppervlakkig gezien heeft hij gelijk. Het belangrijkste binnenlands nieuws de afgelopen week betrof in sommige media bijvoorbeeld de ophef over een televisiejournalist die zou hebben valsgespeeld bij een quiz en het vertrouwde tumult over de verkoop van uitzendrechten van voetbalwedstrijden. Balkenende wees op positieve gevolgen van de moord op Van Gogh: bij de burgers zou het besef zijn doorgedrongen dat een democratische rechtsstaat geen vanzelfsprekenheid is. Ook sprak hij over de ,,positieve energie'' in buurten, scholen, moskeeën en kerken. En zo wordt de burger de donkere kerstnacht ingestuurd. Maar of hij rustig kan gaan slapen staat te bezien.

De moordaanslag, de serieuze doodsbedreigingen aan het adres van politici en opiniemakers, de gewelddaden tegen moskeeën, kerken en scholen, en de verhitte discussies tussen moslims en niet-moslims leveren eens te meer het bewijs dat Nederland niet langer een eiland van vrede is in een wereld van conflicten. De lichtjes fasten your seatbelts knipperen: er valt meer turbulentie te verwachten. Uiteraard is het noodzakelijk dat burgers proberen het hoofd koel te houden. Maar het is ook zaak voor politici en bestuurders richting te geven en maatregelen te nemen om escalatie te beteugelen. Een tableau de la troupe van de landspolitiek levert een weinig geruststellend beeld.

Het vertrouwen in de regering is blijkens diverse peilingen op een dieptepunt. Mogelijke oorzaken hiervan zijn de weliswaar noodzakelijke, maar onduidelijk toegelichte ingrepen in de sociale zekerheid, het beeld van een intern op belangrijke punten verdeeld kabinet, en van de weinig alerte reactie van het kabinet op de maatschappelijke onrust. De vandaag door Balkenende in De Telegraaf geopperde gedachte om ergens in 2005 te gaan nadenken over een ministerie van Veiligheid na 2007 is een vorm van uitgestelde daadkracht waar niemand op zit te wachten.

Ook de Tweede Kamer toont weinig gevoel voor urgentie. Het verzoek van fractievoorzitter Halsema (GroenLinks) om nog voor het kerstreces de strijd tegen de terreur op de agenda te zetten is door de grote fracties, inclusief de grootste oppositiepartij PvdA, weggewuifd. Politieke partijen worden gebiologeerd door de niet meer denkbeeldige opkomst van een nieuwe anti-establishment partij. De contouren daarvan tekenen zich af in peilingen die een ruime aanhang voorspellen voor het onafhankelijke Kamerlid Wilders. Dezelfde peilingen duiden er op dat de huidige coalitiepartijen niet meer zouden kunnen bogen op een Kamermeerderheid. Wat ook de waarde is van deze peilingen, ze veroorzaken nervositeit, zoals blijkt uit de schrille toon van sommige uitlatingen van de fractievoorzitters van CDA en VVD. Ondertussen voert PvdA-leider Bos vanuit de Tweede Kamer oppositie vóór het kabinetsbeleid. Bos hoeft zich geen grote zorgen te maken over zijn electorale positie, maar kampt door zijn Scarlet Pimpernel-achtige optreden met aanzwellend gemor vanuit de partijgelederen. Voor het nieuwe jaar is het noodzakelijk dat kabinet en Kamer zich bezinnen op de uitdagingen die gaan komen. En te komen met antwoorden die tijdig, afgewogen en doeltreffend zijn.