Eigen-schuld-theorie verklaart terreur niet

Moslimterroristen willen het einde van onze liberaal-democratische samenleving. Leidende politici en de culturele elite zijn daar nog niet achter, vreest Paul Cliteur.

In NRC Handelsblad van 20 december 2004 staat dat de op 10 november in Den Haag gearresteerde Jason W. en Ismail A. ,,moordaanslagen planden op onder meer de Tweede-Kamerleden Wilders en Hirsi Ali''. Het is beter te vermelden dat dit ,,onder meer'' slaat op burgemeester Cohen en wethouder Aboutaleb.

Dat zij beiden het voorwerp zijn van de belangstelling van moslimsterroristen maakt namelijk een bepaalde theorie over de achtergrond van het moslimterrorisme nogal onwaarschijnlijk, een theorie die niettemin grote populariteit geniet bij sommige politici en politieke commentatoren. Men kan die theorie aanduiden als de `eigen-schuld-theorie'. Deze houdt in dat mensen als Theo van Gogh, Hirsi Ali en Geert Wilders het onheil min of meer over zich hebben afgeroepen door hun `provocerende' of `kwetsende' uitingen over de islam. De theorie heeft behalve een causale dimensie (`Waardoor wordt het terrorisme veroorzaakt?') ook een therapeutische kant (`Hoe komen we ervan af?').

Sinds 2 november 2004, de dag waarop Theo van Gogh werd vermoord, maakt de eigen-schuld-theorie opgang. Maar op 10 november werden in het Haagse Laakkwartier de jihadisten Jason en Ismail opgepakt die met het beramen van een vermoedelijke moordaanslag op ook Cohen en Aboutaleb een heel nieuw licht op de zaak werpen. Cohen heeft zich immers nooit in kwetsende of provocerende zin uitgelaten over de islam of over moslims. Ook Aboutaleb deed dat – tot voor kort – nooit. Zoals Elsbeth Etty suggereert in haar interview met rabbijn Soetendorp (Opinie & Debat, 11 december) heeft de belangstelling voor Cohen waarschijnlijk te maken met diens joods klinkende achternaam. Hoe valt dat te rijmen met de theorie dat het geweld over ons wordt afgeroepen door kwetsende columns en films die mensen ,,tot in het diepst van hun ziel'' pijn doen?

Een uitdaging voor de eigen-schuld-theorie is ook dat Aboutaleb volgens de justitiële autoriteiten tot het mikpunt van een aanslag zou zijn gemaakt door Jason en Ismail. Welke grieven koestert men tegenover Aboutaleb? Trouw schrijft (23 november) dat Aboutaleb met de dood wordt bedreigd ,,in exact dezelfde bewoordingen als Hirsi Ali'' in de brief die op het lichaam van Theo van Gogh was bevestigd. De waarschuwingsbrief aan Aboutaleb is ook opgedoken op internet.

Natuurlijk kan niet worden vastgesteld of degene die de brief heeft geplaatst ook behoort tot de groep uit het Laakkwartier. Niettemin geeft de brief wel een idee van de grieven die radicalen koesteren tegenover mensen als Aboutaleb. Hij zou een ongelovige zijn, een ketter, hij zou de scheiding van kerk en staat onderschrijven en opkomen voor de rechten van homoseksuelen. Ook hier lijkt dus niet het probleem te zijn dat iemand meewerkt aan een film die kwetsend is voor religieuze gevoelens. Evenmin gaat het om kwetsende uitlatingen over een godsdienst of over de belijders daarvan.

Het is wonderlijk dat deze zaken aan vele commentatoren voorbij lijken te gaan. J.A.A. van Doorn raadt de VVD aan zich te ontdoen van Hirsi Ali wegens haar polariserende kritiek op moslims (Trouw, 4 december). Maar het opgeven of kwijtraken van haar politieke status zou voor Hirsi Ali betekenen dat zij geen onderdeel meer uitmaakt van het `Rijksdomein' en dus niet langer bescherming van overheidswege geniet. Dat zou voor haar een wisse dood betekenen. Vanuit deze achtergrond is de aanbeveling van Van Doorn aan de VVD moreel nogal dubieus.

De gebeurtenissen op 10 november hebben de eigen-schuld-theorie hoogst onwaarschijnlijk gemaakt. Als men die nog verder wil blijven aanhangen, betekent dat dat men Cohen moet aanraden een andere achternaam te kiezen.

Een tweede aanhanger van de eigen-schuld-theorie is minister Brinkhorst. In Vrij Nederland (15 december) vergelijkt hij het maken van de film Submission met het opsteken van een sigaret in een munitiemagazijn. ,,Ik vind het heel begrijpelijk dat daar onder de moslims opwinding over is ontstaan. Neem me niet kwalijk! Wie is hier nou naïef'', aldus Brinkhof.

De vraag is nu of Brinkhorst het ook ,,heel begrijpelijk'' vindt dat men in bepaalde kringen bezwaren heeft tegen de joodse of vermeend joodse identiteit van de Amsterdamse burgemeester. En zou Brinkhorst op basis van wat sinds 10 november bekend is geworden, Aboutaleb niet moeten aanraden zijn opvattingen over homoseksualiteit, ketterij, ongeloof en de scheiding van kerk en staat te herzien?

Een derde persoon die in de ban lijkt te zijn van de eigen-schuld-theorie is premier Balkenende. Tijdens het CDA-congres op 13 november pleitte hij voor meer terughoudendheid bij ,,spraakmakende critici die onze opiniebladen bevolken''. Vrijheid van meningsuiting zou alleen kunnen bestaan bij een ,,zekere gebondenheid'' meende premier. ,,Laten we ons realiseren dat onze woorden ook wonden kunnen slaan.'' Welke ,,wonden'' heeft Cohen geslagen met zijn oproepen tot dialoog? Is dit niet een beetje Don Corleone aanraden om meer Etzioni te gaan lezen?

Brinkhorst stelde een goede vraag: wie is hier nu naïef? Naïef is, behalve het hierboven opgevoerde gezelschap, ook minister Donner die direct na de moord met de gedachte speelde om het godslasteringsartikel te revitaliseren. Helaas zal dat niet helpen, omdat art. 147 van het Wetboek van Strafrecht voorziet in drie maanden cel voor een godslasteraar als Van Gogh. Dat is niet de straf die jihadisten in gedachte hebben. En vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of het veroordelen tot zo'n milde straf als drie maanden cel zou de rechterlijke macht medeplichtig maken aan het lasteren van Zijn Naam, met terroristische aanslagen als niet onwaarschijnlijk gevolg.

Er is wel gesproken van het Land van Ooit en van Madurodam. Dat zijn mooie beelden. Kunnen we terugkeren tot het Land van Ooit? Tot een gezellige oudejaarsavond, toen Wim Kan nog wist hoe ver hij te ver kon gaan?

Het is niet waarschijnlijk dat we die situatie ook maar één stap dichterbij brengen, wanneer we het wereldbeeld blijven koesteren van de aanhangers van de eigen-schuld-theorie. Het is realistischer ervan uit te gaan dat we niet worden bezocht door een ,,eigenlijk wel begrijpelijke'' reactie op kwetsende columns in Metro, door een film Submission, door uitspraken over wapperende hoofddoekjes, maar dat we helaas te maken hebben met een vorm van internationaal terrorisme dat niets minder van ons eist dan het opgeven van de grondslagen van een liberaal-democratische samenleving.

Misschien heeft deze deprimerende boodschap nog tijd nodig om door te dringen tot de leidende politici en de culturele elite van Nederland. Niettemin is er wel haast geboden en lijkt een shortcut to reality het enige dat ons kan redden.

Paul Cliteur is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden.