Een dode kat of olifant, dankzij Franciscus

Kerststal-kijken is een gezinsuitje. De twee beroemdste kerststallen, in Weert en Den Bosch, houden elkaar scherp in de gaten. ,,Als zij ze grootste hebben, hebben wij de mooiste.''

De opluchting aan de andere kant van de lijn is hoorbaar. Gert-Jan Tullemans is voorzitter van de kerststalcommissie van de Sint Martinuskerk in Weert. Hij is op de terugweg uit Brussel, waar hij de kerststal van de Koekelbergbasiliek heeft bekeken. Volgens de Belgen is het de grootste kerststal ter wereld. Tullemans: ,,Ik kan ze uit de droom helpen, die stal kan niet tippen aan wat wij hebben staan.'' In de Basiliek staan Jozef en Maria op aardappelkistjes, heeft Tullemans gezien. En hij sluit niet uit dat de giraf in Weert groter is dan die in Brussel.

Gelukkig maar. De claim van de Martinuskerk kan worden gehandhaafd. `De grootste kerststal van Europa' wordt vanavond opgeleverd. Voorafgaand aan de nachtmis zullen de eerste bezoekers door een uit tempex opgetrokken Palestina lopen. Langs opgezette leeuwen op een rots-partij en levende schapen achter houten balken. Ze passeren een olifant, een levende mini-pony en een marktpleintje. Het hele rechter zijschip van de kerk dient als opmaat voor een bescheiden stal met kribbe en een groots paleis met koning. Het decor is kleurrijk en sprookjesachtig. De hele kerststal heeft een podiumoppervlakte van 350 vierkante meter en telt 150 dieren.

Daarmee laat de Martinuskerk alle andere stallen achter zich, meent men in Weert. Ook de befaamde kerststal die tien jaar geleden voor Weert als voorbeeld diende, die van de Kathedrale Basiliek van Sint-Jan Evangelist in Den Bosch, beter bekend als de Sint-Jan.

In Den Bosch begon het in de jaren zestig met een doodgereden kat, die door een poelier werd opgezet en in de kerk mocht worden neergezet. De poelier bracht later eenden en kippen, bisschop Bekkers leverde een opgezet veulentje en zo groeide de kerststal tot flinke proporties. Eind jaren zeventig werden de ielige gipsen poppen vervangen door verbouwde etalagepoppen. Sinds een paar jaar staat de kerststal in de noordelijke kooromgang en bestaat hij uit verschillende taferelen. De toon is aardser en donkerder dan in Weert.

Van rivaliteit tussen de twee beroemdste kerststallen van Nederland is geen sprake, verzekeren ze in beide steden. De bouwers komen elk jaar bij elkaar kijken. Beide teren op de bereidheid van tientallen vrijwilligers om zes weken lang te klussen, en de goodwill van lokale bedrijven om materialen met korting te leveren. Beide trekken tienduizenden bezoekers.

Maar toch. Volgens pastor Vincent Blom van de Sint-Jan maakte de vorige pastoor in Weert er een wedstrijd van. ,,Toen zijn we bewust een stapje kleiner gaan bouwen, daar ga ik niet in mee. Dat ze in Weert een dierentuin van de kerk maken, moeten ze zelf weten, maar ik wil hier geen Efteling. Zo'n oliebollenkraam voor de kerk, dat is mij te commercieel.''

Volgens pastor Blom gebruiken ze in Weert alle dieren die ze kunnen krijgen. In Den Bosch beperken ze zich tot de dieren die passen bij het thema van dat jaar. Bouwkundig adviseur Sjef van Moll, verantwoordelijk voor de bouw van de kerststal in de Sint-Jan: ,,Zij zeggen dat ze de grootste hebben. Dan hebben wij de mooiste.'' Maar dat klopt ook niet helemaal, volgens Jeroen Stein, woordvoerder van het kerkbestuur van de Sint Marinusparochie: ,,Als ik bijvoorbeeld zie hoe minutieus ons paleis is afgewerkt, dan vind ik toch dat wij mooier zijn.''

Het verschijnsel kerststal heeft een onomstreden vader. Verering van Christus' geboorteplek is ouder, maar in 1223 introduceerde Franciscus van Assisi in het Italiaanse Greccio de kribbe met dieren als entourage. De traditie heeft zich dankzij missiewerk mondiaal verspreid, met aanpassingen aan de lokale fauna. De os en de ezel worden genoemd in Jesaja 1:3: ,,Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israël weet van niets, mijn volk heeft geen begrip.'' Dienstbare dieren herkenden de Messias eerder dan trotse mensen, licht pastor Blom toe.

Ook de overige dieren zijn terug te voeren tot een passage van de profeet Jesaja. In diens visioen wordt de volmaakte vrede en harmonie gekenmerkt door onwaarschijnlijke combinaties: ,,Dan huist de wolf bij het lam, vlijt de panter zich neer naast het geitje, grazen te zamen het kalf en het leeuwenjong, een kleuter kan ze weiden!'' (Jes. 11, 1-10). Het samengaan van de dieren is een terugkerend element, maar daarnaast hanteren Weert en Den Bosch een jaarlijks wisselend thema.

Aan 90 procent van de bezoekers is dat niet besteed, vermoedt Sjef van Moll van de Sint-Jan. Pastor Blom, in zijn werkkamer naast de kathedraal, deelt dat vermoeden. ,,Mensen komen om de bekende figuren te zien. Het is een uitje dat bij de kerstvakantie hoort.'' Er hangen geen toelichtende teksten tussen de scènes. Blom is voorzichtig: ,,Ik denk wel na over meer religieuze context, maar het mag niet opdringerig zijn.''

Jeroen Stein uit Weert, in het dagelijks leven manager corporate communicatie bij Van Lanschot Bankiers, is overtuigd van de noodzaak om ,,iets te doen aan het concept van de kerk''. ,,In de kerk gaat het om meer dan religieuze beleving, het is ook een sociale gemeenschap.'' Wat ze in Den Bosch `te commercieel' noemen, vindt Stein ,,zakelijk en bedrijfsmatig, met behoud van de inhoudelijke boodschap''. De kerststal van Sint Martinus wordt met een eigen website en full colour-brochure nadrukkelijk gepromoot als attractie. Het lokale reclamebedrijf staat prominent vermeld op het spandoek boven de kerkdeuren.

De makers van beide kerststallen worden gedreven door de wens om bezoekers ,,te raken'' of ,,iets mee te geven''. Toch verschilt de inzet. Waar de Sint-Jan vooral een traditie wil voortzetten, streeft Sint Martinus naar een attractie voor een zo groot mogelijk publiek. Tekenend zijn de donkere, verweerde en niet bijster kindvriendelijke koppen van de Bossche poppen. Vervanging is niet aan de orde, vertelt Sjef van Moll, want dat is niet netjes tegenover de weduwe van beeldhouwer Hakkie van Rosmalen, die de poppen in 1977 ontwierp. De enigszins verfomfaaide poes uit de jaren zestig heeft een ereplaats.

Voor de firma Jac. Bouten & Zoon, erkend zoölogisch preparateursbedrijf te Venlo, is kerst de drukste tijd van het jaar. De twee kerken zijn gewaardeerde klanten voor de leverancier van opgezette dieren. Dit jaar komt er nog een derde kerk bij, uit Bergen, Noord-Holland. Om geld in te zamelen voor een nieuw kerkdak staat ook daar eenmalig een grootschalige kerststal. Bouten: ,,Mijn magazijn is vrijwel leeg, er zijn meer dan tweehonderd dieren de deur uit.'' De Sint Martinus is de enige kerk waar de opgezette dieren zijn aangevuld met levende dieren. Dat geeft toch iets extra's, vindt Tullemans. ,,Als je de kerk binnenkomt, ruik je de stal.''