De wereld is vergeven van de falende vaders

Hoeveel houden ouders voor hun kinderen verborgen?

Véél, vermoed ik, en het dagboek van Frida Vogels sterkt me daarin.

Frida Vogels is de wonderlijkste schrijfster uit de Nederlandse literatuur. De lezer heeft haar lief – of hij haat haar. Ik heb haar lief. Om de onbarmhartige openheid waarmee ze over zichzelf en haar omgeving schrijft. Ik ken geen andere schrijver die daarin zó ver durft te gaan. Weinig houdt ze achter, zomin mogelijk mag verzwegen blijven.

Haar huwelijk, haar vriendschappen, haar neurotische ego, alles en iedereen wordt op de pijnbank van de introspectie gelegd. Ze doet dat in een onversierde, aliteraire stijl, want het gaat haar niet om zinnen, maar om bezinnen. Dat klinkt als een vloek in de literaire kerk, maar in haar boeken werkt het.

Het tijdschrift Tirade bevat deze maand een voorpublicatie uit haar dagboeken. Ze beschrijft in dit Dagboekfragment het bezoek dat haar vader haar in 1970 in Italië brengt, waar zij met haar man woont. Frida verwacht en hoopt dat haar vader komt praten over haar moeder, zijn eerste vrouw van wie hij lang geleden scheidde en die inmiddels overleden is. Haar moeder heeft haar destijds al veel verteld, maar ,,mijn vader heeft het onderwerp nooit aangedurfd''.

Zal hij het nu wél durven?

Nee, hij wacht af tot Frida erover begint, en aangezien Frida hetzelfde doet gebeurt er niets. ,,We hebben een kans gehad die vermoedelijk nooit meer terugkomt en die ongebruikt voorbij laten gaan'', constateert Frida Vogels spijtig.

Ze verwijt het haar vader, maar in hoeverre is dat verwijt redelijk? Waarom zouden ouders zo openhartig tegen hun kinderen moeten zijn als Frida Vogels nastreeft? Zijn kinderen dat dan altijd? Haar vader geeft aan dat hij het moeilijk vindt om over intieme huwelijkszaken met zijn dochter te praten.

Ik kan me uit een bepaalde periode in mijn jeugd felle ruzies tussen mijn ouders herinnneren. Het maakte me angstig, ze zouden toch niet uit elkaar gaan? Maar het ging voorbij en we hebben het er nooit over gehad. Nog vaak heb ik me later afgevraagd wat er toen aan de hand is geweest, maar ik durfde er niet over te beginnen, ook niet nadat mijn moeder was gestorven.

Waarom zou ik ze met die pijnlijke herinneringen confronteren? Wat haalde ik dan wel niet bij hen boven? Trouwens, misschien had ik het in mijn jeugdige overgevoeligheid wel allemaal gedramatiseerd en was er helemaal niet zoveel aan de hand geweest.

Ik liet het dus maar rusten en heb daar nooit spijt van gehad.

Als meneer Vogels een falende vader was, dan is de wereld vergeven van de falende vaders. Vaders zijn verzwijgers, meer dan moeders, ze hebben ook meestal meer om te verzwijgen. Zwakke mannen zijn het, die vaders, als hun geheimen openbaar worden blijft er niets meer van ze over, en wie is daarbij gebaat? Alleen de literatuur van Frida Vogels.