De leermeester van Mohammed B.

Ook de Syriër Redouan Al-I., vermoedelijke spil van de terroristische Hofstadgroep, maakte een radicaliseringsproces door. Over drugs, vrouwen en de islam van een selfmade geestelijk leider.

In het voorjaar van 1995 verscheen de Syriër Redouan Al-I. (1959) voor het eerst in de kruidenierswinkel van de jonge Turkse Duitser Mesut Atay in Olsberg. Een lange man met een nors gezicht. Hij kocht elke dag een rond Arabisch broodje en een telefoonkaart. ,,Hij belde elke dag met Syrië en met Nederland'', zegt de Turk nu.

Atay vertaalde de brieven die Redouan ontving van Ausländerbehörde (de Duitse vreemdelingendienst) en van zijn advocaat. De Syriër vroeg politiek asiel aan, omdat hij in Damascus vervolgd zou zijn als lid van de Beweging Moslim Broederschap. Hij zou, zo vertelde Redouan aan de Duitse autoriteiten, tijdens zijn studie geologie een foto van de Syrische president Assad hebben verscheurd. Daarop had zijn kamergenoot hem aangegeven. Maandenlang werd hij gemarteld. Elf jaar lang zat hij vast, zo luidde zijn verhaal. Aan zijn mede-asielzoeker Mohammed El-Mahmoud vertelde hij later dat niet hij maar zijn broer een foto van Assad had doorgescheurd.

Olsberg is een stadje in het Sauerland aan de voet van twee bergtoppen, met ruim 17.000 inwoners. Het is een geliefd skioord. Redouan verplaatste zich hier op een zilverkleurige racefiets, per bus en per trein. Hij verdween zo vaak naar Nederland dat de vreemdelingendienst hem regelmatig boetes oplegde voor `reizen buiten de deelstaat Noordrijn-Westfalen'.

De Palestijnse asielzoeker Mohammed El-Mahmoud ontmoette Redouan Al I. in 1995 in hotel Elleringhause, vijf kilometer buiten Olsberg. De asielzoekers deelden acht maanden lang een etage. Redouan het linkerdeel, El-Mahmoud het rechterdeel. ,,Hij maakte veel plezier'', herinnert El-Mahmoud zich. ,,Elke vrijdag zond een van de publieke kanalen om elf uur 's avonds een erotische film uit, geen porno. Daar wachtten we op. We gingen ook uit, naar een bar of discotheek.''

In 1996 huurde Redouan Al I. een huis in het centrum van Olsberg. ,,Hij had heel veel geld'', zegt El-Mahmoud. In juni van dat jaar trof de Duitse politie Al I. aan op het station van Aken met 89 gram heroïne en 49 gram hasj in zijn bezit. Hij kreeg enkele maanden gevangenisstraf voor drugshandel. Het bericht verscheen in de Sauerland Kurier met zijn foto.

In 1997 werd de asielaanvraag van Redouan afgewezen. Verhuurster Ilona Hesse, die het bericht over de veroordeling in de krant had zien staan, maande hem zijn huis te verlaten. Hij vestigde zich in het asielpension in Olsberg, het vervallen clubhuis van voetbalclub FLVW, op kamer 34, eerste verdieping.

,,Hij wilde trouwen om toch in Duitsland te kunnen blijven'', herinnert de Turkse kruidenier zich. ,,Hij wilde per se een moslimvrouw. Ik zei hem nog dat er zoveel leuke Duitse vrouwen zijn in Olsberg. Redouan was niet onknap, ziet u. Maar hij moest niets van Duitsers hebben. Kort daarna verdween hij.''

,,Hij had een uitwijzingsbrief gekregen'', zegt El-Mahmoud nu. ,,`U moet dit land binnen een maand verlaten', stond erin. Hij was negatief over Duitsland. Hij zei: 'Dit is niet mijn land.'.'' In de vroege zomer van 1998 registreerde de Duitse vreemdelingendienst Redouan Al I. als: vertrokken met onbekende bestemming.

Op 22 juni van dat jaar dook de Syriër op in het Nederlandse aanmeldcentrum Rijsbergen, waar hij met de trein naartoe was gereisd. Tijdens zijn verhoor in Nederland door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vertelde hij dat hij op 7 juni zijn huis in Hama, Syrië, had verlaten en met een vrachtwagen op een boot via Turkije naar Rotterdam was gebracht. Hij zou veertien jaar, een maand en tien dagen hebben vastgezeten. Ook hier vertelde hij over de verscheurde foto van Assad en hoe hij van de ene geheime dienst naar de andere was gestuurd.

,,Ik werd van de isoleercel naar de martelkamer gebracht'', zo tekende de IND op. ,,Onderweg op de trap werd ik geschopt en geslagen. Ik werd op een plank vastgebonden met scharnieren. Door die scharnieren kon die plank, zeg maar, gevouwen worden, waardoor ik dus beklemd kwam te zitten. Op en onder mijn voeten werd ik geslagen. Ik was naakt en geblinddoekt. Ik wist nooit waar de klappen vandaan kwamen. Ook hebben ze de eerste twee maanden een stok in mijn achterwerk gestopt tot bloedens toe. Ik ben met elektrische schokken gemarteld, ook in mijn achterwerk.''

Zijn advocaat, W. de Kleine, was onder de indruk van het verhaal van Redouan. De Kleine verzocht om de vluchtelingenstatus voor zijn cliënt. ,,Hij werd van hoogverraad beschuldigd'', betoogde hij. ,,De burgerrechten zijn hem ontnomen en hij is gemarteld. Erger kan iemand niet overkomen.''

In 1999 lichtte Redouan Al I. zijn politieke activiteiten toe in een hoorzitting. Maar voordat zijn verblijfsvergunning werd overhandigd, ontdekte de IND dat de vingerafdrukken van Al I. ook bekend waren bij het Bundesamt für die Anerkennung ausländerischer Flüchtlinge in Dortmund. ,,Hij is één van de weinigen die ik de deur heb gewezen'', zegt De Kleine nu over Redouan. ,,Liegen tegen je advocaat is een grote zonde.''

De Syriër nam daarop een rechtsbijstandadvocaat in de arm en ging in hoger beroep. ,,Hij heeft het niet gehaald'', zegt De Kleine daarover. Redouan raakte gedesillusioneerd door zijn afwijzingen en de lege dagen in de asielzoekerscentra van Emmen en Hoogveen waar hij verbleef. Uiterlijk was hij nog steeds dezelfde, met zijn getrimde baard en zijn bril. Maar zijn interesse in de koran nam toe. Hij kocht een laptop en een mobiele telefoon en bracht zijn tijd door in internetcafés waar hij Arabische interpretaties van de koran en preken van radicale imams downloadde om ze te kunnen bestuderen.

Redouan ontwikkelde zich tot aanhanger van Takfir Wal Hijra, de ideologie van de gewelddadige politieke islam. Takfir betekent: het tot kafir verklaren van een persoon. Kafirs zijn afvalligen en niet-moslims als joden en christenen. Zij moeten met alle middelen worden bestreden als ze een bedreiging vormen voor de islam.

In 2002 ontmoette Redouan Mohammed B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh, en diens vrienden in de Al Tawheed Moskee in Amsterdam. In de ogen van de jonge Marokkanen was de Syriër een wijze man. Ze noemden hem de `sjeikh' of `Abu Khaled', zijn islamitische naam die zoiets betekent als de Vader van de Overwinnaar of de Vader van de Krachtige. ,,Hij had vijf keer de kennis van Mohammed B.'', zegt Fahmi B. later. Fahmi zit op dit moment vast wegens lidmaatschap van de terroristische organisatie Hofstad. ,,Hij wist hoe je moest bidden. Hij gaf antwoord op onze vragen in het Arabisch. Dat was niet voor iedereen gemakkelijk te begrijpen.'' De meeste leden van de Hofstad-groep zijn Marokkaans en spreken gebroken Berbers.

Redouan bezocht de koranavonden bij Mohammed B. thuis in de Marianne Philipsstraat in Amsterdam-West. Daar bespraken ze koranverzen en hadieth, de overleveringen van de profeet. Daar noemden de jongens VVD-politica Ayaan Hirsi Ali een mortadda, een afvallige.

De Syriër gaf ook koranles in verscheidene moskeeën. Volgens Fahmi B. in de Amsterdamse moskee Al Fath en in de Aboe Bkar moskee in Almere. ,,Waar hij gaat, geeft hij les'', zegt Fahmi. Beide moskeeën ontkennen dat de Syriër daar geweest is. Uit het onderzoeksdossier van Bilal L., die momenteel vastzit wegens bedreiging van het Kamerlid Geert Wilders, komt nog een moskee naar voren: de Nasr moskee in Amsterdam-Oost. Ook L. wordt gerekend tot de Hofstadgroep.

Toen Redouan in Nederland was uitgeprocedeerd, moest hij de asielopvang verlaten. Hij voerde een terugkeergesprek in september 2002, in Zwolle, maar weigerde mee te werken aan zijn vrijwillige terugkeer naar Duitsland. In december van dat jaar verloor de IND hem uit het oog. Hij had zijn intrek genomen in een lange smalle kamer boven belwinkel Internet Phonehouse in Schiedam. Zijn huisraad bestond uit twee koffers met kleren en twee dozen met boeken over de islam. Waarom bleef hij in Nederland? ,,Omdat ik hier een netwerk van vrienden en kennissen heb'', zei hij later in een politieverhoor. Daardoor kon hij gemakkelijker aan zwart werk komen, voegde hij toe, en had hij meer mogelijkheden voor financiële ondersteuning.

Het viel buurman Ahmet Gül, eigenaar van een avondwinkel, op dat er in die tijd veel islamisten in de belwinkel kwamen. Hij zag Redouan dagelijks aan het einde van de middag voorbij lopen als hij de deur van zijn avondwinkel open deed. ,,Hij droeg een zwarte jas en een broek met korte pijpen'', herinnert Gül zich. ,,Bijna altijd was hij in het gezelschap van een vrouw in een zwarte niqaab. Ik vond het rare mensen. Dat zei ik ook tegen Ahmet, de eigenaar: `Waarom laat je zulke rare mensen in je winkel? De beheerder draagt een djellaba, dat is slecht voor je zaken!'.'' Over de vrouw in de niqaab verklaarde Redouan later tegen de politie dat zij 'een vriendin' is die illegaal in Nederland verblijft.

Redouan kocht een vals paspoort voor 700 euro. In januari 2003 werd hij op de luchthaven van Frankfurt met dit valse paspoort aangehouden en belandde weer in het asielpension in Olsberg.

De Palestijn Mohammed El-Mahmoud zat televisie te kijken toen Redouan Al I. vorig jaar januari voor zijn neus stond in Olsberg. Ze moesten zijn kamer delen, omdat er niet genoeg plaats was in het pension. ,,Hij kwam terug als een ander mens'', zegt El-Mahmoud nu. ,,Hij dronk niet meer, hij at alleen halal-vlees, hij deed zijn gebeden vijf keer per dag. Ik was geshockeerd!''

Redouan probeerde tevergeefs Mohammed El-Mahmoud te bekeren. ,,Hij was erg van zichzelf overtuigd, noemde zichzelf een representant van Takfir Wal Hijra. Wie niet in zijn theorie meeging, was geen goede moslim. Ik was geen goede moslim. Hij vond eigenlijk dat ik moest worden omgebracht.'' El-Mahmoud snijdt met zijn hand denkbeeldig zijn keel door.

Als Redouan belde met zijn lichtblauwe Nokia, belde hij altijd met Nederland. ,,Hij sprak nooit Duits aan de telefoon'', zegt El-Mahmoud. ,,Wel Arabisch, maar dan ging hij op de gang staan, zodat ik het niet kon verstaan.''

In het najaar van 2003 verdween Redouan Al I. voor een paar maanden uit Olsberg. Hij dook weer op in Schiedam, waar de politie hem op 17 oktober tijdens een inval in de belwinkel arresteerde op verdenking van het voorbereiden van een 'ontploffing'. Samir A. – lid van de Hofstadgroep – was hoofdverdachte. Ook Fahmi B., Ismael A. en Jason W. (op dit moment alledrie in voorarrest wegens het voorbereiden van aanslagen in Nederland) werden bij die gelegenheid aangehouden. Redouan zei in zijn tweede verhoor niet te weten wat Takfir Wal Hijra inhoudt. Hij zei geen geweld te gebruiken. Hij zei Samir A., Fahmi B. en Ismael A. te kennen, maar hij ontkende betrokken te zijn geweest bij terroristische activiteiten.

Op 29 oktober 2003 liet het openbaar ministerie de vijf weer vrij, omdat er niet genoeg bewijs tegen hen was. Redouan werd in vreemdelingenbewaring gesteld. De Rotterdamse advocaat D. Schaap die piketdienst had, stond hem op 14 november bij toen zijn zaak in Dordrecht bij de vreemdelingenrechter diende. De rechtbank verklaarde Al I. op 9 december vorig jaar tot `ongewenst persoon'. Hij zou Nederland niet meer in mogen. Redouan reageerde gelaten, herinnert Schaap zich.

Een maand later liet Mohammed El-Mahmoud Redouan, die weer in Olsberg was opgedoken, weten niet langer met hem te willen samenwonen. Hij bezocht begin 2004 het asielloket op het gemeentehuis van Olsberg met de vraag of hij ,,alsjeblieft een eigen kamer'' kon krijgen. Op 30 maart 2004 stopte er een glanzende, witte Mercedes voor het asielpension, met een Nederlands nummerbord. Al I. laadde zijn zwarte reistas, boeken en laptop in en vertrok, zonder afscheid te nemen.