`Beleefdheid leidt tot niets'

God openbaart zich als vader, zoon en heilige geest. Dat schrijft een vroeg-christelijk dogma voor. Waar staan zij voor in een moderne samenleving? Moeders en vaders geven leiding – aan hun kinderen, in hun werk. Kinderen zoeken een eigen weg. En de heilige geest? Vier gesprekken over relaties tussen ouders en kinderen, over opvoeden met harde en zachte hand, over leiderschap en levenshouding.

Zes zonen heeft Roel Pieper, privé-investeerder. Hij wil dat ze presteren. En Nederland heeft een nieuwe leider nodig.

Roel Pieper (48), aspirant-maatschappijhervormer, denkt dat mensen voor negentig procent het product zijn van hun omgeving en voor tien procent van hun aanleg. Dat zei hij vijf jaar geleden al in een interview met deze krant. En zo denkt hij er nog steeds over.

Mensen zijn dus, denkt hij, zeer beïnvloedbaar. Kinderen door hun ouders en leraren. Bedrijven door bazen. Landen door hun leiders.

Roel Pieper is vader van zes zoons. Hij was baas van Unix, van UB Networks, van Tandem (Amerikaanse computerbedrijven) en bijna van Philips, tot hij ruzie kreeg met Cor Boonstra. Hij denkt nu na over het leiderschap van Nederland. Niet dat hij meteen zelf minister of minister-president wil worden. Maar zoals het nu gaat, vindt hij, is het niet goed. Geen eenheid, geen richting, geen visie.

Nederland, meent hij, heeft een nieuw soort leider nodig. Mild. Maar vooral duidelijk, stimulerend, streng.

Een vader.

Het gesprek met Roel Pieper is in de bibliotheek van zijn huis in Aerdenhout. Achter glazen deuren staan, in smetteloos witte banden, de romans van alle Nobelprijswinnaars. Ook staan er de boeken van Wilbur Smith over Afrika, van Mitcher over Amerika, van James Clavell over de oorlogen tussen verschillende culturen.

Roel Pieper houdt van verhalen die een mengeling zijn van geschiedenis en fantasie, facts and fiction. Hoe het vroeger was. Waarom het is gegaan zoals het is gegaan. Waarom de een overleeft en de ander doodgaat.

Hij begint uit zichzelf over zijn leraren op school, hoe die hem beïnvloed hebben. Hij deed atheneum B in Vlaardingen, met tien vakken. Daarna studeerde hij informatica in Delft en studeerde summa cum laude af.

Hij zegt: ,,In de sorteerklas, of hoe heet dat, de brugklas, was ik niks bijzonders. Maar daarna kreeg ik een wiskundeleraar – het was alsof de motor aansprong. Whoemm. Met Frans was het net zo. Ik merkte, hoe fairder en harder een leraar, of een coach, of een baas, voor mij is, hoe beter ik functioneer. Hard in de zin van duidelijk. Zeg tegen mij niet dat iets goed is als het niet goed is. Ik doe niets meer.

,,In Delft had ik een hoogleraar, Herzberg, hij is helaas overleden. Die was zo loeihard. Het meest positieve oordeel dat hij gaf was: matig. Daardoor bereikte hij dat ik dacht: ik zal laten zien wat ik kan. Ik studeerde met groot plezier bij hem af. Voor mij is dat het allerbelangrijkste dat een leraar kan doen. Aanjagen. Bij mijn zoons, als ik hun rapporten zie, weet ik meteen wie de goede leraren zijn en wie niet. Bij goede leraren hebben ze hoge cijfers.''

Over uw vader zei u eerder dat hij een goedhartig mens was, altijd bereid om water bij de wijn te doen, niet iemand die wilde winnen.

,,Een zachte, onzichtbare begeleider. Mijn vrienden vonden hem heel aardig. Hij hielp ons hele middagen met het repareren van onze brommers. En dan zei hij geen woord.'' (Piepers vader was monteur bij Simca.)

U begreep daar niets van.

,,Ik ben zelf heel anders als vader. Hij steunde me altijd, maar hij was niet iemand van starten en stoppen. Dat ben ik wel.''

Had u meer aan een hardere vader gehad?

,,Nee, ik had al een harde moeder. Die kon me helemaal gek maken. Altijd kijken of ik meer kon, of er meer in zat. Doet ze nu nog steeds.''

Wat heeft dat voor invloed op u gehad, zo'n vader en zo'n moeder?

Roel Pieper zegt dat hij dat eigenlijk niet zo goed weet. Zijn vader is al zo lang dood. Die stierf in 1976, op zijn vierenvijftigste. Roel Pieper was twintig. Dan zegt hij: ,,Ik weet wel dat mijn jongens met mij heel andere dingen willen dan met mijn vrouw. Terwijl mijn vrouw ook hard is. Als ik met mijn zoons praat over school, of over sport, over vriendinnetjes, dan denk ik soms wel: jammer dat ik dat met mijn vader niet heb gekund. Ik heb dat wel gemist.''

Wat voelde u toen hij overleed?

,,Een mengeling van boosheid en teleurstelling. Ik was boos omdat hij niet veel eerder naar de dokter was gegaan. Ik begreep dat niet. Nu misschien een beetje. Mijn vader wist al heel lang dat er iets niet goed was. Last van zijn rug, last van zijn benen. Maar dat hield hij voor zich. Toen hij dat niet meer kon volhouden, bleek hij nierkanker te hebben. Als je dat op tijd ontdekt, is dat redelijk simpel te behandelen. Maar als je niets doet, dan ontploft het. Ik heb hem in twee, drie maanden tijd helemaal zien desintegreren. Het was een verschrikkelijke dood.''

Vond u uw vader laf?

,,Dat misschien niet. Ik vond hem te zacht, te onduidelijk.''

Geen eigenschappen waar u respect voor heeft.

,,Nee. Hij heeft me de liefde voor de zeilsport bijgebracht, waar ik hem nog steeds dankbaar voor ben. Maar essentieel voor onze verhouding was het moment waarop ik zei: nu ga ik sturen. Ik was vijftien. Ik kon niet verdragen dat hij altijd zo voorzichtig was, zo beleefd. In wedstrijden liet hij iedereen die iets meer risico nam voorgaan. Ik werd er zo gefrustreerd van, zo boos, dat ik op een keer zei: laat mij het doen.''

En dat deed hij.

,,Ja. En toen ging het goed.''

Van Nederlandse bestuursvoorzitters heeft u ook gezegd dat ze tegen hun concurrenten zo beleefd zijn. Gaat u voor, wij zijn fast followers.

,,Ik wil zeker niet beweren dat er maar één succesvolle manier van leiden is. Maar ik denk, in een wereld waarin de concurrentie zo hard is, en de machten waaraan we worden blootgesteld zo sterk zijn, daarin hebben we geen zachtheid en beleefdheid nodig. In die wereld heb je teams nodig van mensen die durven, vooral durven polariseren. Mensen die scherp zijn, die kunnen starten en stoppen. In een gepolariseerde omgeving worden betere beslissingen genomen, omdat de alternatieven veel duidelijker zijn.

,,Je hebt niets aan beleefdheid, aan onduidelijkheid. Het leidt tot consensus, tot gemiddelden, tot niets dus. Het leidt tot kleine beslissingen. En die hoef je niet te nemen, ze werken toch niet.''

Wat voor vader wilde u zijn toen uw eerste zoon werd geboren?

Hij begint te rekenen. ,,Even kijken, Bart is net eenentwintig, ik was dus zevenentwintig.'' Dan zegt hij: ,,Ik had geen flauw idee. Het was mijn eerste huwelijk. Ik had geen idee hoe het werkte in een familie, hoe dat allemaal ging.'' Piepers oudste drie zoons zijn uit dat eerste huwelijk, een ervan bleef na de scheiding bij hem. ,,Ik stak al mijn energie in mijn carrière. En die explodeerde. In twaalf maanden ging ik van jong programmeurtje naar iemand met de verantwoordelijkheid voor een groot deel van het bedrijf. In twee jaar ging ik van Nederland naar Duitsland, naar Japan, naar Amerika. Mijn eerste vrouw zag dat helemaal niet zitten. En dan maak je de fout dat je de oplossing zoekt in kinderen.''

Uw eerste vrouw leek op uw vader, uw tweede op uw moeder?

,,Ja, helemaal, honderd procent. Mijn tweede vrouw begrijpt die polariserende houding, die hardheid als het nodig is. Die weet dat het leidt tot het vermogen om snel te beslissen, snel te schakelen, tot een grote mate van flexibiliteit. Het is vaak hard gegaan in ons leven. Altijd on the move. Geen rust, geen zekerheden. Ik heb daar ook nooit naar verlangd.''

De zoons uit zijn tweede huwelijk zag hij de eerste jaren ook niet veel. Voor de geboorte van de jongste – die is nu acht – kon hij zich drie uur vrijmaken uit een bijeenkomst met de key employees van Tandem. Roel Pieper woonde nog in Amerika, hij was altijd aan het werk. ,,Het was geen probleem'', zegt hij. ,,Ze waren eraan gewend.'' Nu werkt hij ook altijd, maar dat doet hij vaker thuis. Roel Pieper is privé-investeerder.

Bent u net zo hard voor uw zoons als uw moeder voor u was?

,,Minder. Ik laat vaker aan mijn kinderen zien als ik tevreden ben. Dat heb ik bij mijn moeder gemist. Ik probeer wel het maximum uit mijn kinderen te halen. Het is bij mij niet snel goed genoeg. Daar krijg je zesjes van. We hebben achten nodig, negens. Ik plaats het wel in het perspectief van waar ze goed in zijn. Een van mijn zoons, Maurits, is niet zo goed in Frans. Dus als hij daar een zes voor heeft – oké. Maar heeft hij een zeven voor wiskunde, dan zeg ik: hoe kan dat? Ik ga met de leraren praten. Ik wil weten hoe dat zit.''

Waarom negens, geen zessen?

,,Waarom niet? Ik meen dat serieus. Ze moeten weten waar hun maximum ligt. Ménsen moeten weten waar hun maximum ligt. Een samenleving moet dat weten. Het maakt een samenleving sterker. En dat is nodig om te overleven in een wereld vol concurrentie. Daar waar ik een rol heb, zal ik proberen maximaal aan die versterking bij te dragen.''

U denkt ook dat polarisatie goed is voor een samenleving?

,,Voor een samenleving geloof ik meer in ontplooiing. Een samenleving moet streven naar maximale ontplooiing voor iedereen, daar geloof ik heilig in. Het is de enige manier om mensen te krijgen die weten wat ze kunnen, die dúrven. Door het jaren-zeventigdenken, die warme deken die nu al dertig jaar over ons land ligt, is dat helemaal verloren gegaan.''

Het was wel de PvdA die wilde dat zoveel mogelijk mensen de kans kregen om te leren, te studeren. Spreiding van kennis en macht en...

Geïrriteerd: ,,Nee! Geen spreiding! Dat is het juist. Spreiding leidt tot het gemiddelde. Honderd mensen met zevens, in plaats van zestig mensen met zessen en veertig met negens. Een samenleving wordt veel sterker als er uitschieters zijn. Sneller, flexibeler, beter in staat om beslissingen te nemen, om met negatieve krachten om te gaan.''

Dus als u de baas was in Nederland?

,,Dan zou ik beginnen met de verbetering van het onderwijs. Alles inzetten op de ontplooiing van talent. Ik weet wel, het gevaar is dat mij wordt verweten dat ik alleen geïnteresseerd ben in de besten. Maar dat is niet zo. Daarom zeg ik ook: maximaal. Iedereen heeft zijn eigen maximum. Dus niet: de besten op een aparte school. Maar: onderwijs per individu, à la carte, gericht op de maximale ontwikkeling van de talenten van dat individu.''

Gaat u een politieke partij oprichten?

,,Nou ja, wat ik lastig vind...''

Op dat moment klopt de chauffeur van Roel Pieper voor de tweede keer op de deur. Pieper heeft een afspraak bij de tandarts, hij moet nu echt weg. Daarna gaat hij naar Zuid-Duitsland, voor de feestdagen. De familie van zijn vrouw woont daar.

Op de achterbank van zijn auto legt hij uit wat hij aan de politiek zo lastig vindt. ,,Den Haag is een bestaande vijver, waar al heel lang niets meer veranderd is. En die vijver heeft ook al heel lang niets meer te maken met wat er verder in Nederland gebeurt. Ik kan er inspringen, maar dan word ik een deel van het probleem, in plaats van de oplossing.''

Dus?

Maar Pieper is nog niet klaar met zijn analyse. ,,In de biologie zijn er wetten die bestaande systemen de vaardigheden geven om zich te verweren tegen veranderingen. Den Haag is zo'n systeem. Als je er aan mee gaat doen, word je geabsorbeerd. Ik denk veel meer aan iets dat het systeem van buitenaf krachtig zal beïnvloeden.''

U bedoelt: in de biologie ontstaan veranderingen alleen als er een externe noodzaak is.

,,Ja, zeker. Ik wil die externe factor zijn. Daar ben ik nu over aan het nadenken.''

Roel Pieper, de darwinist.

,,Ja. Wat mij interesseert zijn de heel simpele principes van de strijd tussen sterkeren en zwakkeren. Je hebt slimme, snelle mensen en minder slimme en snelle mensen. De strijd daartussen – die brengt verandering.''

Maar wat gaat u nu doen?

,,Ik wil beginnen om met een aantal mensen, experts, de belangrijkste problemen van de samenleving op dit moment te bespreken: onderwijs, zorg en veiligheid. En dan moeten zo veel mogelijk mensen zich erbij betrokken gaan voelen. Het moet een beweging worden, een platform – geef het maar een naam. Zoiets als de campagne van Howard Dean, toen die kandidaat wilde worden voor het presidentschap.''

Howard Dean deed, eind 2002, wat geen enkele andere Democraat vóór hem had gedaan. Op een bijeenkomst van zijn eigen partij viel hij de Democraten in Washington aan. Waarom protesteerden ze niet tegen de oorlog die Bush in Irak was begonnen? Waarom voerden ze geen oppositie? Daarna wist heel Amerika wie Howard Dean was. Hij verzamelde, door veel te e-mailen, te chatten en te sms'en, een grote groep vrijwilligers om zich heen.

Maar het systeem zoals het nu is, zegt Roel Pieper, moet niet alléén van buitenaf worden aangevallen. Het zal, hoopt hij, ook van binnenuit gebeuren. ,,Er zijn genoeg mensen in Den Haag die het zó niet meer willen. Het systeem wordt steeds instabieler. Ik denk dat de komende twee, drie jaar heel spannend worden.''