Wilnis blijft de dupe, ondanks schadefondsen

Niemand kon de dijkdoorbraak in Wilnis voorzien. Ook het waterschap niet. Wel wordt daarvan als eerste een gebaar van solidariteit verwacht.

Wat vindt dijkgraaf Johan de Bondt van de suggestie dat zijn waterschap Amstel, Gooi en Vecht de gedupeerden van de dijkverschuiving in Wilnis, anderhalf jaar geleden, volledig schadeloos zou moeten stellen? ,,Als er wordt gezegd we ons solidair met de gedupeerden moeten opstellen, dan spreekt me dat aan. Maar ik moet dat eerst met het gekozen bestuur van het waterschap bespreken. Bovendien wil ik ook de provincie en de gemeente erbij betrekken.''

Aldus De Bondt gisteren in de Utrechtse gemeente De Ronde Venen, waar een commissie van deskundigen een `nadere toets' presenteerde van de gang van zaken, bestuurlijk en technisch, bij de onverwachte dijkverschuiving in Wilnis in de nacht van 25 op 26 augustus 2003. De teneur van het rapport, onder voorzitterschap van oud-commissaris van de koningin in Noord-Brabant Frank Houben gemaakt, is dat niemand echt schuldig kan worden verklaard aan de calamiteit, maar dat het waterschap toch de eerst aangewezene is om gedupeerden te hulp te schieten bij het vergoeden van de schade.

Daarmee is niet gezegd dat het waterschap de enige instantie is waar de inwoners van Wilnis kunnen aankloppen. De getroffenen kunnen in eerste instantie terecht bij minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken), die met goedkeuring van de ministerraad de WTS van stal heeft gehaald, de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen. Deze wet keert een deel van de schade uit die niet verzekerbaar is geweest en ook niet te verhalen is. Gemiddeld wordt ongeveer iets meer dan de helft van deze schade door deze wet vergoed.

Er bestaat ook nog een Stichting Rampenfonds Dijkdoorbraak Wilnis, onder voorzitterschap van oud-wethouder Wim Koevermans uit Mijdrecht, een van de kernen van De Ronde Venen. Dit rampenfonds heeft ongeveer 475.000 euro in kas, binnengekomen door giften van de provincie Utrecht, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, bedrijven en acties van verenigingen zoals een golftoernooi ten bate van de slachtoffers.

Maar dit fonds keert alleen uit aan mensen die niet in aanmerking komen voor een rijksuitkering, terwijl ze toch schade hebben geleden, bijvoorbeeld aan hun woonboot, auto, garage of tuin. Om deze mensen volledig schadeloos te stellen, heeft het fonds nog zo'n 80.000 euro nodig.

Mensen die wél een uitkering van het rijk krijgen, kunnen geen beroep meer doen op dit Rampenfonds, omdat in dat geval de minister het uitgekeerde schadebedrag in mindering kan brengen op de rijksuitkering. De wet is immers niet bedoeld als een ,,recht op schadevergoeding'' maar als een ,,vangnet'' voor gevallen waar schadevergoeding niet te krijgen is.

Zo blijven deze gedupeerden met een soms forse schadelast zitten, die nergens geclaimd kan worden. Het gaat vermoedelijk om enkele tonnen. De commissie-Houben stelt nu voor dat het waterschap alle restschade vergoedt ,,als een terecht gebaar van solidariteit'' met de gedupeerden. Want de calamiteit had niemand kunnen voorzien, maar ,,de resterende nadelige gevolgen van de gebeurtenis mogen niet eenzijdig komen te liggen bij de toevallig getroffen burgers en bedrijven''. Het rijk moet vervolgens over het hart strijken en dit bedrag niet in mindering brengen op de eigen uitkering, al was het maar om lokale hulpacties niet te ontmoedigen ,,om met de pet rond te gaan'', aldus de commissie-Houben.

Of het waterschap een solidair gebaar wil maken, hangt dus niet alleen af van De Bondt en zijn gekozen bestuur, de provincie en de gemeente, maar ook van de minister van Binnenlandse Zaken. De Bondt: ,,Als het ministerie onze steun weer zou aftrekken van de eigen uitkering, dan is het dweilen met de kraan open.'' Minister Remkes heeft nog geen reactie, en wil het rapport volgens zijn woordvoerder eerst bestuderen.