Wachten tot de zon

Het trage kloosterleven, zonneschijn in billboards, een slapende voetballer – videofilms kabbelen in het oneindige voort. `Slow art' bied rust, bezinning, tijdsbesef en euforie over het minieme. Videokunst als vorm van onthaasting.

Hij had een rustgevend kunstwerk willen maken. Een beeld dat in het hectische New York als een oase van stilte kon dienen. Voor zijn tentoonstelling in de Postmasters Gallery in Chelsea had de Duitse internetkunstenaar Wolfgang Staehle daarom zijn webcam gericht op de adembenemende skyline van Manhattan. Bezoekers van de galerie konden plaatsnemen op een luie sofa en op bioscoopschermformaat kijken naar het uitzicht dat om de vier seconden ververst werd maar ogenschijnlijk nauwelijks veranderde. Af en toe verscheen er een bootje in beeld, of landde er een helikopter. En tegen sluitingstijd begonnen de wolkenkrabbers op te gloeien in het avondrood. Spectaculairder dan dat werd het niet, en dat was ook precies de bedoeling.

Maar vijf dagen na de opening van de tentoonstelling gebeurde het onvoorstelbare: twee vliegtuigen boorden zich in de torens van het World Trade Center. In de Postmasters Gallery was het drama rechtstreeks, met intervallen van steeds die paar seconden, te volgen via de internetverbinding. Staehle was zo de eerste die live verslag deed van de aanslagen van 11 september 2001. Later feliciteerden diverse mensen de kunstenaar, vertelden hem dat hij geluk had gehad, en dat zijn kunstwerk nu geheid een klassieker zou worden. Zelf dacht Staehle daar anders over. `Het werk was ontstaan vanuit heel andere intenties', zei hij onlangs in een interview. `Het sprak zich uit tegen spektakel. Ik was juist geïnteresseerd in wat er gebeurt wanneer er niets gebeurt.'

Op de tentoonstelling Time Zones in Tate Modern in Londen is nu een ander werk van Wolfgang Staehle te zien, gebaseerd op hetzelfde principe maar met een minder risicovol onderwerp. Ditmaal worden beelden van het pittoreske elfde-eeuwse Beierse klooster Comburg doorgestuurd naar het museum. Van een afstandje ziet de projectie eruit als een traditioneel schilderij van een landschap, met het ommuurde gebouw op de top van een heuvel en donkere bossen op de voorgrond. Het beeld lijkt statisch maar verandert toch geleidelijk. Wie een dagelijks bezoek zou brengen aan de Tate, zou merken dat de bomen hun blad verliezen, of dat de steigers rond de kerktoren afgebroken worden. En misschien dat het zelfs een dagje sneeuwt.

Op het moment dat ik het werk in Londen zag, begon het in Beieren net te schemeren. Iemand knipte achter een van de ramen een lichtje aan. Ik merkte dat die minieme gebeurtenis al een haast euforisch gevoel teweegbracht. Een teken van leven! Zou het een monnik zijn die een kopje thee aan het zetten was in de keuken? Of was het een van de bouwvakkers die naar de wc moest? Ik voelde me een voyeur, ondanks de grote afstand tussen mij en het klooster. Tegelijkertijd was het een erg rustgevende bezigheid, om in een museumzaal te kijken naar hoe de tijd een paar honderd kilometer verderop aan het verglijden was.

Staehle bespiedt Comburg al sinds 2001 en is van plan dat voorlopig te blijven doen. `Ik wil de toeschouwers bewust maken van hun beleving van tijd', schrijft de kunstenaar in een toelichting bij zijn werk. `We zijn allemaal al voortdurend aan het rondhollen.' Daarom biedt Staehle ons een kijkje in het trage kloosterleven. Gebruikmakend van de snelste communicatiemiddelen geeft hij ons de gelegenheid om even een pas op de plaats te maken. Het kijken naar zijn kunstwerk is, met andere woorden, een vorm van onthaasting.

Wolfgang Staehle is niet de enige die oproept tot een rustiger levenstempo. Het lijkt wel of steeds meer kunstenaars werk maken dat handelt over traagheid, dat een gevoel van kalmte wil overbrengen op de toeschouwer. Je zou deze kunst `slow art' kunnen noemen. Hoewel nog geen sprake is van een vastomlijnde stroming, kun je gerust spreken van een trend. Vaak gaat het daarbij om videowerken. Want video is het medium bij uitstek om te onthaasten. Het materiaal heeft het passeren van de tijd al in zich.

Time Zones, de eerste tentoonstelling in Tate Modern die geheel aan film en video is gewijd, bestaat uit tien werken van verschillende kunstenaars en allemaal zijn ze even onspectaculair. Geen van de video's heeft een spannende verhaallijn of een verrassende ontknoping. De meeste hebben zelfs helemaal geen begin of eind of climax. Het zijn films die kalmpjes in het oneindige voortkabbelen. Gemonteerd wordt er niet of nauwelijks, en op een flitsende kadrering hoef je ook al niet te rekenen – in veel gevallen kijkt de kunstenaar met zijn camera van een afstandje toe, zonder van plaats te veranderen.

De Belgische, in Mexico wonende kunstenaar Francis Alys bijvoorbeeld filmde twaalf uur onafgebroken op het centrale plein van Mexico City, beter bekend als Zocalo. Deze immense stenen vlakte – alleen het Rode Plein in Moskou is groter – wordt vaak gebruikt voor politieke demonstraties. Maar Alys koos voor een gewone doordeweekse dag. Bij zonsopkomst zette hij zijn camera neer op een hoog standpunt, zodat hij een mooi overzicht had, en ging toen zitten wachten. Net zolang tot de zon weer onderging.

Krioelende mieren

In het museum, waar de beelden op groot scherm geprojecteerd worden, krijg je het gevoel dat je zelf aan de rand van het plein zit en over de schouder van de kunstenaar meekijkt. Mensen doorkruisen als krioelende mieren het beeldvlak, auto's rijden netjes langs de randen van het kader. Het enige in het oog springende element is de gigantische vlaggenmast in het midden van het plein, die een lange schaduw werpt op de tegels. De mast werkt als een soort reusachtige zonnewijzer, zo blijkt uit een reeks foto's die Alys ook laat zien. Ieder uur schuift de schaduwstreep een paar tegels op. Voetgangers gebruiken de smalle strook schaduw als een rustpunt, waarna ze het tweede deel van de oversteek wagen. Maar veel koelte kan de vlaggenmast in de Mexicaanse hitte vast niet geven. De langgerekte samenscholing van mensen, die onzichtbaar voor het oog steeds een beetje opschuift, lijkt daarom wel een afgesproken choreografie of een geheimzinnig ritueel.

Het fijne aan films als die van Francis Alys is dat je zelf kunt bepalen hoe lang je blijft kijken. Je weet dat je geen clue hoeft te verwachten. Je kunt een kop koffie gaan drinken in het museumcafé en drie kwartier later terugkomen zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurd is. Zelf vind ik de drie minuten van een videoclip vaak al lang duren, maar hier zat ik moeiteloos twintig minuten geboeid te kijken naar de bedrijvigheid in de Mexicaanse hoofdstad. Heerlijk was het om de omgeving eens rustig op je in te laten werken. Zoals het ook fijn kan zijn om op een terras vanachter een krant naar voorbijgangers te gluren. Je weet nooit of je iets opmerkelijks ontdekt.

In één zaal van de Tate worden drie verschillende video's tegelijk vertoond. Dat is de beste ruimte – een uitkijktoren met drie vensters op de wereld. Rechts het tweeluik Blindfold (2002) van de Albanese kunstenaar Anri Sala, een uitzicht op lege billboards in Tirana, waarin het zonlicht zo fel weerkaatst dat de omgeving nauwelijks zichtbaar is. Links is de videoloop Rain (2001) van Fiona Tan, die in Indonesië een hondje filmde dat tijdens een tropische regenbui zit te slapen naast twee blauwe emmers. En recht vooruit wandelt de Servische kunstenaar Bojan Sarcevic eindeloos door de straten van Bangkok.

Het loont om zo nu en dan van uitzicht te veranderen. Dan ontdek je bijvoorbeeld dat met het ondergaan van de zon Tirana langzaam tevoorschijn komt, en dat de emmers in Indonesië ondanks de wolkbreuk niet voller lopen. Het klinkt onnozel, maar het is een prettig meditatieve bezigheid.

Zelden ben ik zo relaxed uit een museum gestapt als na het zien van Time Zones. Deze hedendaagse video's bieden een prima alternatief voor stedelingen die een dagje naar het bos of strand te veel gedoe vinden. Ook bij beelden van een dobberend bootje op een Chinees meer of van ruisende bomen op een begraafplaats in Jakarta is het uitstekend mijmeren. En het grote voordeel is dat de kunstenaars de mooiste plekjes al voor ons uitgezocht hebben.

`Het leven is snel, de kunst langzaam', zei de Zwitserse schilder Henry Fuseli (1741-1825) zo'n twee eeuwen geleden al. Daarmee bedoelde hij dat het maken van een schilderij, een beeldhouwwerk of een gebouw tijd vergt. Een goed kunstwerk is een bundeling van minuten, uren, jaren soms.

In de loop der jaren is beeldende kunst, mede dankzij allerhande nieuwe technieken, steeds vluchtiger geworden. Een videofilmpje duurt tegenwoordig bij voorkeur nog slechts een minuut. Een snapshot is zo gemaakt, een conceptueel werk zo bedacht. Denk maar aan Martin Creed, de Britse kunstenaar die enkele jaren terug de Turner Prize won met een installatie waarbij het licht in een zaal van de Tate Gallery nu en dan aan en uit floepte.

Diner

Misschien was het wel daarom dat de bekende kunstcriticus Robert Hughes een paar maanden geleden, tijdens het jaarlijkse diner van de Royal Academy in Londen, een vurig pleidooi hield voor wat hij `slow art' noemde. `Wat wij nodig hebben is langzame kunst', zei Hughes. `Kunst die tijd omvat zoals een vaas water in zich heeft: kunst die voortkomt uit zienswijzen en technieken waarvan de vaardigheid en koppigheid je aan het denken en voelen zetten; kunst die niet louter sensationeel is, die zijn boodschap niet in tien seconden overbrengt.'

Wat Hughes onder andere wil is een terugkeer naar ambachtelijk gemaakte kunst. Hij zou graag zien dat studenten op kunstacademies weer degelijk onderwijs krijgen, weer leren over technieken en materialen. Op dat punt is er een directe link te leggen met Slow Food, de beweging die in 1986 in Italië werd opgericht als reactie op de oprukkende fastfoodrestaurants van McDonald's. Slow Food staat voor koken met pure, eerlijke, regio- en seizoensgebonden producten volgens traditionele recepten – maaltijden die vervolgens in alle rust worden genuttigd. Na Slow Food, dat een wereldwijde rage werd, kwamen er Slow Schools, Slow Cities en Slow Sex.

En nu, zo zou je kunnen stellen, is er dus ook Slow Art. Als je er eenmaal oog voor hebt, zie je overal om je heen voorbeelden van deze langzame kunst.

Veelzeggend is bijvoorbeeld dat het duo De Rijke/De Rooij is uitverkoren om Nederland komende zomer te vertegenwoordigen op de Biennale van Venetië. Hun korte films, gemaakt vanuit een vast camerastandpunt, voeren de toeschouwer mee naar zeer specifiek gekozen locaties – een Indonesische vuilnisbelt in Bantar Gebang (2000), het interieur van een moskee in Of Three Men (1998) en een begraafplaats aan de rand van Jakarta in Untitled (2001) – en laten hem vervolgens tien minuten lang geconcentreerd kijken naar een stel scharrelende kippen, een invallende lichtstraal, of een tuinierende weduwe.

Curator Martijn van Nieuwenhuyzen, verantwoordelijk voor de Nederlandse inzending, heeft al gezegd dat hij met het werk van De Rijke/De Rooij tegenwicht wil bieden aan de beeldovervloed op de biënnale. Het Nederlands paviljoen moet een rustpunt worden in de drukke chaos. `De Biennale bestaat uit een enorme hoeveelheid beelden en geluid. Ik wil daar een geconcentreerde, duidelijke en kernachtige presentatie tegenover zetten.'

Warhol

En zo zijn er talloze voorbeelden te noemen. Het minutenlange shot van uitwaaierende vleermuizen waarmee Jeremy Deller dit jaar de Turner Prize won? Slow Art. De eindeloos traag bewegende videolandschappen van de Nederlander Rob Johannesma? Slow Art. Of de ruim een uur durende registratie die Sam Taylor-Wood dit voorjaar maakte van een duttende David Beckham? Absolute Slow Art. Taylor-Wood bracht met haar werk bovendien een ode aan Andy Warhol, de kunstenaar die in 1963 al een zes uur durende film maakte van zijn slapende minnaar, en daarmee grondlegger van de Slow Art genoemd mag worden. Kijk naar Warhols film Empire (1964), een acht uur lange statische opname van het Empire State Building, en je begrijpt waar kunstenaars als Wolfgang Staehle en Francis Alys hun inspiratie hebben opgedaan.

Maar ook op andere terreinen van de kunst tref je Slow Art-achtige ontwikkelingen. De presentatie van het vormgeverscollectief Droog Design op de Salone di Mobili in Milaan heette dit jaar `Go Slow'. Opvallend was vooral de belettering door grafisch vormgeefster Hansje van Halem. Als een ware monnik had zij de uithangborden, met stimulerende teksten als `Choose Slowly' of `Decide Slowly' met de hand geborduurd.

En toen de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson afgelopen winter een reusachtige zon in de entreehal van Tate Modern installeerde, deed hij dat in de eerste plaats om het publiek een plek te geven om een beetje voor zich uit te filosoferen. Daarmee bleek hij in een grote behoefte te voorzien. De zon werd door meer dan twee miljoen mensen bezocht. De museumhal werd een ontmoetingsplaats; een plek waar bezoekers ontspannen op hun rug naar de nephemel staarden – alsof ze in Hyde Park lagen in plaats van op de koude stenen vloer.

Een van de mooiste voorbeelden van Slow Art was een jaar geleden te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De Belgische kunstenaar David Claerbout had daar, in een pikdonkere ruimte die afgeschermd was door zware zwarte gordijnen, drie lichtboxen opgehangen met nachtelijke beelden van beroemde Venetiaanse gebouwen. In eerste instantie zag je geen hand voor ogen. Het licht achter de foto's was zo zwak dat je het gevoel had naar een zwart scherm te kijken. Veel bezoekers hielden het al snel voor gezien en beenden door naar de volgende zaal. Maar wie het geduld had om zijn ogen aan de duisternis te laten wennen, werd beloond met een fantastisch schouwspel.

Uit het niets doemden de foto's plotseling aan alle wanden op, als schimmige spookbeelden. Je zag het silhouet van de kerktoren van de Santa Maria Del Salute verschijnen, en de contouren van het eiland San Giorgio, sprookjesachtig verlicht door het schijnsel van de maan. Stadsgezichten die al talloze malen eerder waren vastgelegd, door schilders als Canaletto en Guardi, maar ook in speelfilms en op ansichtkaarten. En toch bood dit kunstwerk van Claerbout een meerwaarde. In de duisternis werden al je zintuigen op scherp gezet. Het was alsof je het Canal Grande kon ruiken en het water kon horen klotsen. Het voelde alsof je heel eventjes weer in Venetië was.

In een tijd dat nog maar weinig museumbezoekers de rust hebben om langer dan een halve minuut voor een schilderij te blijven staan, dwong Claerbout de toeschouwer om die tijd nu wel te nemen. Zijn fotowerken, maar ook de trage video's van zijn collega's, zijn het hedendaagse antwoord op de aloude schilderkunst. Alleen waarlijk onthaaste kijkers kunnen en mogen daarvan genieten.