Vreemderder

In het gruwelijke computerspel `Alice' is het gelijknamige meisje uit `Alice in Wonderland' getransformeerd tot een Gothic tiener. Jos de Mul en zijn dochter Elize gingen naar haar op zoek tijdens een Alice-tour in Oxford.

Het hemelsblauw gebloemde behang van onze hotelkamer in het Nanford Guest House lijkt gestolen uit een tekenfilm. We zijn in een poppenhuis beland waar ieder moment een enorme kinderhand door het raam naar binnen kan komen. Het kan inbeelding zijn. De `Magical Tour' heeft ons in het herfstige Oxford kriskras langs de plaatsen gevoerd die Lewis Carroll inspireerden tot Alice in Wonderland. En nu zitten we, met een reusachtige pot vol verse Earl Grey tea binnen handbereik, op het bed met de verzameling Alice-boeken en -memorabilia die we hebben gescoord in de Alice Shop tegenover Christ Church College. Dochter schrijft haar profielwerkstuk over Lewis Carrolls klassieke kinderboek en daarom is ze met haar vader naar het pittoreske universiteitsstadje getogen. Het was hier dat Carroll – pseudoniem voor Charles Lutwidge Dodgson – op 4 juli 1862 tijdens een boottochtje over de Isis de oerversie vertelde aan de tienjarige Alice Liddel en haar zusjes Edith en Lorina. De dochters van de decaan van het befaamde Christ Church College, waar Carroll wiskunde doceerde en bekendheid verwierf als fotograaf en uitbundig kindervriend.

In december van hetzelfde jaar gaf Lewis Alice ter gelegenheid van kerstmis een handgeschreven en fraai geïllustreerd exemplaar van Alice's Adventures under Ground. Het in 1865 gepubliceerde, met illustraties van John Tenniel verluchtigde boek ontpopte zich spoedig tot klassieker. Er is waarschijnlijk geen ander kinderboek dat zo overvloedig is vertaald, verfilmd, bewerkt en vermarkt in de meest uiteenlopende producten, van theekopjes en Mad Hatter Hoeden tot en met morbide computerspellen. Er schijnt zelfs een pornografische versie te zijn waarin Alice krimpt, maar haar kleding niet. Het lijkt ons een film die vandaag de dag maar beter niet op de harde schijf van je computer aangetroffen kan worden.

Wie kent niet de avonturen van Alice? Als kind hebben we haar ademloos gevolgd toen ze het deftige witte konijn achterna dook in zijn hol. En we zijn nog steeds dol op de surrealistische wezens die ze in het daarachtergelegen Wonderland ontmoet: een grijns zonder kat, een filosoferende, waterpijp rokende rups, een gekke hoedenmaker voor wie het eeuwig theetijd is, een leger speelkaarten dat wordt aangevoerd door een bloeddorstige Hartenkoningin. We droomden er stiekem van te mogen proeven van het wonderlijke drankje, dat smaakt naar `een mengsel van kersentaart, vla, ananas, gebraden kalkoen, toffee en geroosterd brood met boter', en dat je in elkaar doet schuiven als een telescoop. En we willen nog steeds wel knabbelen aan de paddestoel die je naar wens doet krimpen en groeien.

Aan het grote succes van het boek heeft ongetwijfeld bijgedragen dat het zoveel betekenislagen bezit, dat iedere lezer er wel wat van zijn gading kan vinden. Voor de literaire toerist is het vooral aardig te ontdekken dat Carrolls surrealistische Wonderland bijna geheel is opgetrokken uit brokstukken van het door de blender van zijn verbeelding gehaalde negentiende-eeuwse Oxford.

Onze gedistingeerde gids – every inch a Lewis-expert – voert zijn gasten (behalve uit onszelf bestaat het groepje uit een meisje uit Hongkong en een Australisch echtpaar met een baby die doet denken aan het kindje van de Hertogin uit Wonderland) langs de historische plekken uit het boek. We bewonderen de Jabberwocky Tree en het venster vanwaar Alice de boom kon zien waarin Cheshire-Cat lag te slapen; we gluren door het sleutelgat van het kleine deurtje dat toegang biedt tot Alice's geheime tuin achter Christ Church College; en we nemen plaats aan de lange tafels in de eetzaal. En we verbazen ons over de massa's die achter concurrerende gidsen aan lopen. Tot we erachter komen dat zij hier zijn voor Harry Potter, wiens avonturen in dit beroemde college zijn gefilmd.

Do-do-dodgson

Hoe onschuldig is Wonderland? Wie de vuistdikke biografieën van Anne Clark en Morton Cohen leest, kan zich slechts verbazen over de mensenschuwe, stotterende Do-do-dodgson (in het verhaal optredend als Dodo), die zich slechts thuisvoelde in de nabijheid van zijn `child-friends' – een neologisme dat slaat op meisjes onder de tien en zich lastig politiek correct laat vertalen en ze bij voorkeur naakt fotografeerde. Hoezo puriteinse Victoriaanse tijd? Net als de moeder van Alice Liddel zijn we heel nieuwsgierig naar de verdwenen bladzijden uit zijn dagboek. Het is dus niet zo vreemd dat ook psychoanalytici zich in Aspects of Alice één van de talloze geleerde studies over de kindheldin met een zekere gretigheid op Carrols werk storten. Zij zien in het merkwaardige krimpen en groeien van Alice een nauwelijks gecamoufleerde verwijzing naar het mannelijk lid. `Fallus in Wonderland', noteert dochter in haar aantekeningenboekje. Wie deze vrijmoedige duiding te ver gaat, kan putten uit één van de vele neurosen van Lewis.

Lang voor dat in de mode was, leek de broodmagere Lewis – die volgens de overlevering met moeite twee sandwiches per dag naar binnen kreeg al te leiden aan anorexia nervosa. Vertaler Nicolaas Matsier heeft er terecht op gewezen dat dit een flinterdunne (pun intended) speculatie is. Maar het valt niet te ontkennen dat Alice in de roman volkomen geobsedeerd is door voedsel. Dat het boek een kerstcadeautje was, kan dat onvoldoende verklaren. En wat zij zoal eet, geeft ook al te denken. Wij willen alles weten over de magic mushrooms.

Op de terugweg naar ons hotel bezoeken we het fraaie Magdalen College, waar Oscar Wilde – nog zo'n illustere zoon van het perfide Albion – woonde en studeerde. Op de nabijgelegen brug over het riviertje de Cherwell kijken we naar de studenten die in hun punters langs de Botanic Garden varen. We weten niet of het door de magic mushrooms komt, maar ineens golft er een oud nummer van de Beatles door de lucht.`Picture yourself in a boat on a river/ with tangerine trees and marmalade skies/ Somebody calls you/ you answer quite slowly/ A girl with kaleidoscope eyes. Lucy in the Sky with Diamonds...'

Vader was ongeveer even oud als dochter nu is, toen hij met zijn vrienden in het havenstadje in Zeeuws-Vlaanderen wegdroomde bij de hallucinerende klanken van die muziek. De zoete geur van de Afghaanse hasjiesj, die 's nachts van de schepen werd geladen. Vloeistofprojecties op de muur. We hadden lang haar en waren vanzelfsprekend tegen de oorlog in Vietnam. De lucht zinderde van verwachting. Er stonden grote dingen te gebeuren. Op het spoor gezet door de hippe leraar Engels lazen we Aldous Huxley's Doors of Perception, dat handelt over een magische wortel die de Mexicaanse indianen peyotl noemden en die zij vereerden als een godheid. En natuurlijk Carlos Casteneda's Lessen van Don Juan, waarin de effecten van die wortel minutieus worden beschreven. En plotseling was daar het witte konijn uit onze jeugd weer, bezongen door een niet minder goddelijke Grace Slick nooit was onbereikbaarheid zo onbereikbaar – en haar Jefferson Airplane.

Als we het in 1967 uitgebrachte album Surrealistic Pillow opnieuw op de draaitafel leggen, stijgt haar zwoele stem moeiteloos uit boven het gekraak en de tijd: `One pill makes you larger/ And one pill makes you small,/ And the ones that mother gives you/ Don't do anything at all. /Go ask Alice / When she's ten feet tall.// And if you go chasing rabbits, /and you know you're going to fall./ Tell 'em all who got a smoking caterpillar/ has given you the call. Call Alice, when she was just small.'

We waren jong en dat wilden we maar al te graag. Maar dat zo'n klein pilletje zulke effecten had, hadden we zelfs na lectuur van het verzamelde werk van Simon Vinkenoog niet kunnen bevroeden. De wereld zou nooit meer hetzelfde zijn. Niet per se mooier of lelijker, maar onmiskenbaar anders. Vreemderder en vreemderder.

Bloemenkrans

We slenteren verder door High Street, terwijl de bladeren hoog om ons heen dwarrelen. Iedere generatie ontdekt zijn eigen Alice. Was het meisje met de kaleidoscopische ogen en de bloemenkrans in haar haar in 1967 nog `incredibly high', in het vier jaar later verschenen Go ask Alice ploft ze met een doffe smak terug in de harde realiteit. Het anoniem geschreven dagboek vertelt het levensverhaal van de tiener Alice die op haar vijftiende haar eerste lsd-trip maakt en al spoedig verdwaald raakt in een hallucinerende wereld van harddrugdealers, misbruik en geweld.

Het dagboek beschrijft hoe ze met de hulp van haar familie en vrienden probeert de uitgang van het doolhof te vinden. Korte tijd lijkt het haar te lukken, maar wanneer ze tijdens het babysitten in acid gedoopte candy snoept, belandt ze in een psychose en wordt ze opgenomen in een psychiatrische kliniek. Kort na haar zeventiende jaar wordt ze dood aangetroffen, in huis. Soms komen we in Terneuzen nog vrienden uit vaders jeugd tegen, voor wie de `geestverruiming' nooit is opgehouden en die nu met holle ogen dwars door ons heen kijken.

The Return of the Undead. We zijn erg toe aan een Wonderland Cappuccino – met twee extra shots koffie à vijfentwintig pence per stuk – bij de Starbucks om de hoek.

L'histoire se répète. Maar zoals altijd met een twist. Dochter heeft zich ontfermd over de oude lp's op zolder en luistert naar muziek van The Doors, Jimi Hendrix, The Who. Een parade van dode helden. En zij leest en herleest Alice. Ze is niet alleen. Alice en haar Wonderland leven ook in de huidige jeugdcultuur voort. Maar de onsterfelijke kindheldin is in de laatste decennia onmiskenbaar ouder geworden. Vergelijk de mierzoete Disneybewerking uit 1951 eens met Jan Svankmajers Alice uit 1988, door Milos Forman treffend een kruising van Disney en Buñuel genoemd. Het Wonderland van deze Tsjechische surrealist wordt bewoond door geanimeerde poppen, opgezette konijnen, kruipende biefstukken en broodjes met nagels. In deze macabere wereld is Alice letterlijk de enige mens. Hoewel de lezer ook in het oorspronkelijke verhaal door de kolderieke nonsens heen al een glimp van een unheimische wereld ontwaart, lijkt die wereld bij Svankmajer de hoofdrol op te eisen. Wonderland ontpopt zich tot een metafysische nachtmerrie.

Op onze hotelkamer aan de Iffley Road luisteren we – om in de stemming te blijven – naar The Complex, het vorig jaar verschenen tweede album van de uit New York afkomstige avant-gardistische theater- en muziekgroep The Blue Man Group. Tegen een massieve achtergrond van elektronische spookgeluiden zingt zangeres Esthero met een stem die langdurige dwangverpleging doet vermoeden White Rabbit. Onze Pakistaanse buurman blijkt nog niet helemaal toe aan Esthero's neo-depressionistische hartekreet.

Toch is The Blue Man Groups bewerking van Alice nog feeëriek te noemen in vergelijking met American McGee's Alice. In dit in 2000 uitgebrachte computerspel, dat niet zozeer een bewerking is als wel een vervolg op Alice in Wonderland, is het blonde kindheldinnetje van weleer getransformeerd tot een sinister starende Gothic tiener die in een psychiatrische inrichting bewegingloos in bed ligt. De introductie laat zien hoe dat zo gekomen is. In een idyllisch beginnend filmpje zien we hoe de nog onschuldige Alice inslaapt met Carrolls boek op haar schoot. Haar kat Dinah stoot de olielamp op het nachtkastje om en het huis vliegt in brand. De camera zoomt in op het boek dat nu ineens een hoofdstuk `Smoke and fire' blijkt te bezitten.

Via een reeks voorbij de camera wapperende foto's zien we hoe de bewoners van Wonderland Alice uit het huis redden en in de sneeuw leggen. Voor haar ouders komt de hulp te laat. Het vloeit over in het volgende shot waarin we Alice met holle ogen en met gekerfde polsen in haar bed in de kliniek zien liggen. Plotseling begint haar speelgoedkonijn te bewegen. Het vraagt Alice om hulp. In het volgende shot zien we hoe een gebroken horloge, speelkaarten en Alice's knuffel in slowmotion naar beneden dwarrelen in de schacht die toegang biedt tot een wel heel erg `twisted' Wonderland, een nachtmerrie die voortspruit uit Alice's zieke geest.

Doffe plof

Wanneer ook Alice met een doffe plof op de bodem van die put belandt, start het spel. De speler moet Alice, die standaard is uitgerust met een groot formaat slagersmes, door een horrorachtig landschap vol dodelijke gevaren leiden naar de `final showdown' met de Hartenkoningin. Gelukkig belooft de handleiding dat ze gaandeweg de beschikking krijgt over `a variety of lethally transmogrified toys'. Het is een verzameling waar Bin Laden jaloers op zou kunnen zijn.

Het spelverloop verschilt niet wezenlijk van andere adventures zoals Tomb Raider, dat met Laura Croft eveneens een krachtige, zij het wat gezonder ogende jongedame in de hoofdrol heeft. Alice moet vechten met een leger van kaarten en exploderende paddestoelen, ze stoeit onder water met blauwvoetige Snarks die absoluut geen last blijken te hebben van anorexia, en springt door de lucht van het ene zwevende brokstuk van een schaakbord naar het andere. En af en toe moet de speler zelfs even nadenken bij een puzzel voor hij verder kan gaan met zijn missie. Het zijn echter vooral de met veel gevoel voor sfeer vormgegeven Gothic decors en de onheilspellende voorwerpen en karakters die de aandacht gevangen houden. Dat is bovendien te danken aan de muziek en soundscape, gemaakt door Chris Vrenna, één van de oprichters van de depri-popgroep Nine Inch Nails (`I hurt myself today/ to see if I still feel /I focus on the pain/ the only thing that's real/ the needle tears a hole/ the old familiar sting/ try to kill it all away/ but I remember everything').

Het spelen van Alice doet denken aan een bad trip. `Do you often suffer from flashbacks?', vraagt recensent Vincent Lopez op ign.com belangstellend aan zijn lezers, `You might after playing Alice'.

Verontrusting

Nogal wat ouders en professionele opvoeders toonden zich verontrust over het spel. Niet zozeer omdat de activiteiten van de speler voornamelijk bestaan uit het uitmoorden van zoveel mogelijk tegenstanders. Dat is de standaard strategie in Amerikaanse adventures. In vergelijking met shooters als Doom en Halo geschiedt het moorden in Alice zelfs tamelijk kies. Wat tegen de borst stuit is het inktzwarte en moreel perverse wereldbeeld dat uit het spel spreekt. Dat de speler aan het eind van het spel nog snel een bloedeloos happy end door de strot krijgt geduwd, verandert niet de totaalindruk die het spel achterlaat. Waar het moorden in het `gezonde' computerspel wordt gelegitimeerd doordat het het Goede dient (ook voor de meeste spelontwerpers heiligt het doel de middelen), daar lijkt het diabolische Wonderland van American McGee aangedreven te worden door een grenzeloze fascinatie voor zinloos geweld. Hier bevinden we ons duidelijk aan gene zijde van goed en kwaad.

Wat veel opvoeders bovendien steekt, is dat daarbij een kindheldin van onbesproken gedrag wordt ingezet als geperverteerd rolmodel. Daarbij komt nog de angst dat de identificatie bij computerspellen misschien nog wel sterker is dan bij verhalen, aangezien de speler in de huid van het personage kruipt en zelf de morbide handelingen uitvoert. Het verwondert daarom niet dat filmregisseur Wes Craven, bekend van toch ook niet al te fijnzinnige horrorfilms als Scream, de financiering voor de herhaaldelijk aangekondigde verfilming van het computerspel nog steeds niet rond heeft.

We bestellen een tweede cappuccino. Voor ons hoeft die verfilming er niet per se te komen. Wij hebben het konijn al in het eerste deel van The Matrix gevolgd. Maar dat neemt niet weg dat American McGee's Alice, net zoals de eerdere bewerkingen van de Alice Saga, ons een onthullende spiegel voorhoudt.

Volgens de Franse socioloog Michel Maffesoli is de obsessieve fascinatie voor excessief drugsgebruik, zinloos geweld, zwarte magie en de glamour van zelfvernietiging, een symptoom van een nietzscheaanse terugkeer van de tragiek in de postmoderne samenleving.

Waar de optimistische, moderne cultuur in het teken stond van individualisme, autonomie en controle, daar brengen Gothics en andere hedendaagse jeugculturen de hachelijkheid van het postindustriële bestaan tot uitdrukking. In L'instant éternel: le retour du tragique dans les sociétés postmodernes stelt Maffesoli dat dit tragisch inzicht in de noodlottigheid van onze existentie hand in hand gaat met consumentisme en hedonisme. Deze jongeren willen ieder afzonderlijk moment van het leven intens en uitbundig vieren in het aangezicht van de dood. Vader en dochter stappen de avondmist in. Oxford ziet er spookachtig uit. We houden het dit jaar bij het kerstdiner op cantharellen.

Volg Alice op het Internet: www.demul.nl